Werknemer is sinds 2021 in dienst en meldde zich ziek in september 2024. Werkgever schortte in april 2025 de loonbetaling op wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie, maar hervatte deze later. Na advies van de bedrijfsarts om stepped mediation in te zetten, werd werknemer driemaal uitgenodigd voor mediationgesprekken, waarop hij niet verscheen zonder geldige reden.
Werkgever zette daarom vanaf oktober 2025 de loonbetaling stop. Werknemer vorderde in kort geding betaling van het loon over vijf maanden, vermeerderd met wettelijke rente en verhoging. De kantonrechter stelde vast dat werknemer recht op loon heeft tijdens ziekte, tenzij hij zonder geldige reden weigert mee te werken aan redelijke re-integratievoorschriften.
De werknemer kon geen deugdelijke grond voor zijn afwezigheid overleggen, ondanks dat zijn gemachtigde geestelijke problemen aanvoerde. De kantonrechter vond dat dit onvoldoende was onderbouwd. De waarschuwingen voor loonstop waren duidelijk en ontvingen werknemer. Ook de communicatie via de bewindvoerder was adequaat. De vordering werd afgewezen en werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.