Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op haar aanvraag van 6 augustus 2025 voor herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werknemer op grond van de WIA. De aanvraag werd op 12 augustus 2025 ontvangen door het UWV. Na een ingebrekestelling op 21 oktober 2025, die het UWV op 23 oktober 2025 ontving, verstreken twee weken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Hoewel het UWV aangeeft dat het onderzoek nog niet is afgerond en niet weet wanneer het besluit kan worden genomen, acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige beslissing te waarborgen.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat het besluit langer uitblijft dan de gestelde termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens moet het UWV het griffierecht van € 397,- en proceskosten van € 467,- aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 april 2026.