ECLI:NL:RBZWB:2026:2696
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering kostenvergoeding bij aanslag rioolheffing
Belanghebbende, eigenaar van een woning, kreeg voor 2025 een aanslag rioolheffing opgelegd gebaseerd op een geschat waterverbruik van 500 tot 1.000 m³. Na bezwaar werd de aanslag verminderd tot een bedrag gebaseerd op een verbruik van 1 tot 500 m³. De heffingsambtenaar weigerde echter een kostenvergoeding voor de bezwaarfase toe te kennen.
De rechtbank oordeelt dat de aanslag geautomatiseerd is opgelegd op basis van gegevens van Brabant Water, die als een normale en zorgvuldige werkwijze wordt beschouwd. Er is geen sprake van een aan de heffingsambtenaar toe te rekenen onrechtmatigheid, omdat de gegevens niet zodanig uitzonderlijk waren dat de heffingsambtenaar had moeten twijfelen aan de juistheid.
Omdat geen onrechtmatigheid is vastgesteld, bestaat er geen recht op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Belanghebbende krijgt ook geen proceskostenvergoeding voor de beroepsfase en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een kostenvergoeding voor de bezwaarfase wordt ongegrond verklaard.