Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2673

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
C-02-445353 - JE RK 26-307
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 lid 2 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling en communicatieproblemen ouders

De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 2 maart 2026 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot 8 april 2027. De ondertoezichtstelling was eerder ingesteld vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige en is reeds meerdere malen verlengd.

De ouders zijn gescheiden en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. De minderjarige woont bij de moeder. De gecertificeerde instelling (GI) verzoekt verlenging omdat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd. Hoewel de omgang tussen vader en minderjarige goed is, is de communicatie tussen de ouders over belangrijke zaken onvoldoende. De GI heeft nog geen hulpverlening ingezet om deze communicatie te verbeteren, maar zal dit op korte termijn doen.

Zowel de vader als de moeder verzetten zich niet tegen de verlenging. De moeder betreurt dat de situatie onveranderd is en acht de ondertoezichtstelling noodzakelijk zolang het gezag gezamenlijk blijft. De kinderrechter acht de wettelijke voorwaarden voor verlenging vervuld en legt de GI op om uiterlijk 29 september 2026 een rapportage in te dienen over de ingezette hulpverlening en de gevolgen daarvan voor het gezagsverzoek in een lopende bodemprocedure.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden in hoger beroep worden aangevochten.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 8 april 2027 en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445353 / JE RK 26-307
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
LEGER DES HEILS JEUGDBESCH. EN RECLASSERINGte Eindhoven,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M.C. Buntsma uit Middelburg,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. mr. J.L.J. de Vos uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026. Tijdens deze zitting zijn ook de nog lopende verzoeken tussen partijen in de procedure met zaak- en
rekestnummer C/02/414823 / FA RK 23-4778 behandeld. In die procedure wordt een aparte
beschikking opgemaakt. Bij de zitting waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn met elkaar gehuwd.
2.2.
Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.
2.3.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.4.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 april 2024 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 8 april 2025. Deze ondertoezichtstelling is laatstelijk verlengd tot 8 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek. Tijdens de zitting voert de GI aanvullend nog aan dat gekeken wordt of de omgang tussen de vader en [minderjarige] niet alleen in frequentie maar voornamelijk ook kwalitatief nog kan worden verbeterd. Uit de omgangsverslagen blijkt namelijk dat de vader en [minderjarige] voornamelijk bij elkaar aanwezig zijn maar dat zij minimaal met elkaar communiceren. Met betrekking tot de draagkracht van de moeder is de GI bezig om te kijken naar de mogelijkheden voor een steungezin voor [minderjarige] , om zo de moeder te ontlasten in de zorg voor [minderjarige] en de zorgen over haar ziekte. De GI is zich ervan bewust dat de afgelopen periode dingen zijn blijven liggen en dat er nu echter verder stappen moeten worden gezet. De communicatie met de vader verloopt nu beter. Ook de communicatie met de moeder verloopt goed. Er is nog geen hulpverlening ingezet om de communicatie tussen de ouders te verbeteren. Wellicht dat een traject van SCHIP-therapie een mogelijkheid is.
4.2.
De vader voert geen verweer tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling.
4.3.
De moeder voert ook geen verweer tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder betreurt het wel dat er ten opzichte van vorig jaar nog niets is veranderd in de situatie. De moeder vindt een ondertoezichtstelling nog steeds noodzakelijk omdat zij niet weet hoe zij, zo lang partijen gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] belast blijven, moet communiceren met de vader als de betrokkenheid van de GI eindigt.

5.De beoordeling

Wettelijk kader
5.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW Pro kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.4.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Alhoewel het contact tussen de vader en [minderjarige] goed gaat is het nog steeds onvoldoende duidelijk wat de vader in de toekomst voor rol kan spelen in het leven van [minderjarige] . De kinderrechter heeft in de vorige beschikking aan de GI meegegeven een duidelijk beeld te gaan vormen over welke rol de vader kan spelen in het leven van [minderjarige] . Dit beeld is nog niet gevormd. Gebleken is dat het de ouders tot op heden nog steeds niet lukt om met elkaar te communiceren over belangrijke aangelegenheden betreffende [minderjarige] . Het afgelopen jaar heeft de GI niet ingezet op hulpverlening om de communicatie tussen de ouders te verbeteren. De kinderrechter verwacht van de GI dat zij op korte termijn hulpverlening in gaat zetten om te werken aan verbetering van de communicatie tussen de ouders. De kinderrechter verzoekt de GI om in de tussen partijen aanhangig zijnde bodemprocedure met zaak- en rekestnummer C/02/414823 / FA RK 23-4778 uiterlijk op 29 september 2026 een briefrapportage in te dienen waaruit blijkt welke hulpverlening is ingezet, welke resultaten deze hulpverlening heeft gehad en wat hiervan de gevolgen zijn voor het verzoek van de moeder omtrent wijziging van het gezag, welk verzoek in voornoemde bodemprocedure voorligt.
5.5.
Gezien de stappen die nog moeten worden gezet, vindt de kinderrechter het tot slot
passend dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd voor de duur van een jaar.
5.6.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [1]
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6.
De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 8 april 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Duerink-Bottinga als griffier, en op schrift gesteld op 17 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.