Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
hij, verdachte, in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die voornoemde weg kon overzien en waarover deze vrij was en tijdens het rijden handelingen te verrichten (instellen van de cruise control) in het door verdachte bestuurde motorrijtuig en daarbij zijn aandacht niet voortdurend op het verkeer en/of de weg vóór zich te houden, immers is hij, verdachte, niet gestopt voor een voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel,
en een ander (genaamd [slachtoffer 1] )zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, te weten voor die [slachtoffer 2] een gebroken C7 en C4 wervel en een hersenschudding, en
voordie [slachtoffer 1] een gebroken duim en schaafwonden en een hersenschudding.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis;
Bijkomende straffen
een rijontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;