ECLI:NL:RBZWB:2026:2669

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
02-258451-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Taakstraf en voorwaardelijke rijontzegging voor veroorzaken ongeval met zwaar letsel door roodlichtrijden

Op 16 mei 2025 veroorzaakte verdachte een verkeersongeval op de Ringbaan Zuid te Tilburg door door rood licht te rijden dat al minimaal 4,8 seconden rood was. Tijdens het instellen van de cruise control hield hij zijn aandacht niet op de weg, waardoor hij twee fietsers met groen licht aanreed. De slachtoffers liepen zwaar lichamelijk letsel op, waaronder gebroken wervels en hersenschuddingen.

De rechtbank oordeelde dat verdachte aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig handelde, maar niet roekeloos. Verdachte was bekend met de weg en de naderende verkeerslichten, en een normaal oplettende bestuurder had het rode licht en de fietsers kunnen waarnemen. De bewezenverklaring omvatte schuld aan het ongeval en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

De strafzaak werd inhoudelijk behandeld op 25 maart 2026. Verdachte toonde zich schuldbewust, nam verantwoordelijkheid en zocht contact met de slachtoffers. Reclassering rapporteerde een laag recidiverisico en stabiliteit op meerdere leefgebieden. De rechtbank legde een taakstraf van 120 uur op en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden met een proeftijd van twee jaar, waarbij het rijbewijs niet werd ingevorderd.

De rechtbank sprak verdachte vrij van roekeloosheid en andere tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. De straf houdt rekening met de impact op slachtoffers en verdachte, zijn proceshouding en het geslaagde mediationtraject met een van de slachtoffers.

De beslissing is gebaseerd op artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994 zoals die golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 120 uur taakstraf en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden wegens veroorzaken verkeersongeval met zwaar letsel door roodlichtrijden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-258451-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 8 april 2026
in de strafzaak tegen verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 2003 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres]
,
raadsman mr. H.W. Leemans, advocaat te Zoetermeer.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 maart 2026, waarbij officier van justitie mr. J. Verschuren en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een verkeersongeval heeft veroorzaakt met ernstig letsel tot gevolg door zijn aandacht niet voortdurend op het verkeer en/of de weg vóór zich te houden. Dit is subsidiair ten laste gelegd als het veroorzaken van gevaar en/of hinder in het verkeer.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat het primair ten laste gelegde kan worden bewezen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het primair ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd dat de gedraging van verdachte valt aan te merken als één enkele verkeersfout en daardoor niet voldoet aan de ondergrens van de aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid als bedoeld in artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). De verdediging heeft zich ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Op 16 mei 2025 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden tussen een personenauto en twee fietsers op de Ringbaan Zuid te Tilburg. Verdachte kwam uit de richting Ringbaan-West en ging richting de Broekhoevenseweg. Slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] reden op de Tatraweg komende uit de richting Eifelweg, gaande richting Transvaalplein. Verdachte was tijdens het rijden bezig met het instellen van de cruise control. Tijdens het verrichten van deze handelingen heeft hij zijn aandacht niet op het verkeer of de weg voor zich gehouden. Hierdoor heeft verdachte niet gezien dat het verkeerslicht op het moment dat hij dat passeerde al minimaal 4,8 seconden rood licht uitstraalde. Vervolgens heeft verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aangereden, die op dat moment groen licht hadden en met de fiets de weg overstaken. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte handelingen op het head up display of zijn telefoon heeft verricht.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte schuld heeft gehad aan dit verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW Pro. Hier was sprake van meer dan een moment van onoplettendheid. Verdachte heeft gedurende zeker 4,8 seconden niet op het verkeer of de weg voor zich gelet, terwijl hij bekend was met de weg waarop hij reed en wist dat hij verkeerslichten naderde. Een normaal oplettende bestuurder had in deze omstandigheden het rood uitstralende verkeerslicht en de naderende fietsers redelijkerwijs kunnen waarnemen en was in staat geweest zijn handelen daarop af te stemmen. Verdachte heeft dus niet de voorzichtigheid en oplettendheid betracht die in deze omstandigheden redelijkerwijs van de bestuurder van een personenauto mogen worden verwacht.
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat in dit geval geen sprake is van roekeloosheid, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Het gedurende een zo lange tijd bezig zijn met de cruise control zonder op de weg en de verkeerslichten voor hem te letten, wetend dat hij een kruising naderde, moet naar het oordeel van de rechtbank als aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig worden aangemerkt.
Als gevolg van het verkeersongeval hebben beide slachtoffers letsel opgelopen. [slachtoffer 1] had meerdere schaafwonden, een lichte hersenschudding en een gebroken duim en moest daarvoor geopereerd worden. Hierdoor is verhindering in de uitoefening van zijn normale bezigheden ontstaan. [slachtoffer 2] heeft onder meer twee gebroken wervels en een hersenschudding opgelopen en ondervindt daar nog dagelijks hinder van. Er is nog geen zicht op volledig herstel. De rechtbank merkt haar letsel aan als zwaar lichamelijk letsel.
Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 16 mei 2025 te Tilburg als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Ringbaan Zuid zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden met niet de snelheid dat
hij, verdachte, in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die voornoemde weg kon overzien en waarover deze vrij was en tijdens het rijden handelingen te verrichten (instellen van de cruise control) in het door verdachte bestuurde motorrijtuig en daarbij zijn aandacht niet voortdurend op het verkeer en/of de weg vóór zich te houden, immers is hij, verdachte, niet gestopt voor een voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel,
en een ander (genaamd [slachtoffer 1] )zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, te weten voor die [slachtoffer 2] een gebroken C7 en C4 wervel en een hersenschudding, en
voordie [slachtoffer 1] een gebroken duim en schaafwonden en een hersenschudding.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.
6.2
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de op te leggen straf heeft de verdediging enkel verzocht aan verdachte geen, of maximaal een voorwaardelijke, rijontzegging op te leggen.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden. Verdachte was tijdens het rijden de cruise control aan het instellen, waardoor hij zijn aandacht niet voortdurend op het verkeer en de weg hield en waardoor hij door het rode licht is gereden dat al minimaal 4,8 seconden op rood stond. Op het moment dat de slachtoffers met de fiets de weg overstaken, zijn zij door verdachte aangereden. Hierdoor hebben zij lichamelijk letsel opgelopen. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer 2] is zelfs gebleken dat zij letsel heeft opgelopen dat mogelijk nooit meer geheel zal herstellen en dat voor de rest van haar leven invloed op haar zal hebben.
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte van 16 februari 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Reclassering Nederland heeft op 9 februari 2026 een rapportage uitgebracht over verdachte. Hieruit volgt onder meer dat verdachte verantwoordelijkheid neemt voor het ongeval en zich schuldbewust toont naar de slachtoffers. Bij verdachte is op meerdere leefgebieden sprake van stabiliteit. Hij volgt een hbo-opleiding, heeft geen financiële problemen en er is geen sprake van middelenproblematiek. Onderhavige strafzaak heeft veel impact gehad op verdachte en het gezin van verdachte. Verdachte kampt met de psychische impact van onderhavige strafzaak, waarbij hij geneigd is veel zaken voor zichzelf te houden omdat hij anderen niet wil belasten. Dit uit zich in slecht slapen en het herbeleven van het moment van het ongeval, waarvoor hij hulp heeft gezocht. De huisarts heeft hem doorverwezen naar de praktijkondersteuner, waar hij in februari een eerste afspraak had. De reclassering schat in dat hulp binnen het sociaal domein afdoende is en dat reclasseringsinterventies niet geïndiceerd zijn, hetgeen passend is bij het lage recidiverisico.
Gezien de ernst van het feit zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf van 120 uur opleggen. Het feit heeft zowel op de slachtoffers en hun gezinnen als op verdachte en zijn gezin een flinke impact gehad. De rechtbank houdt rekening met de proceshouding van verdachte, die zich zeer schuldbewust heeft getoond en contact heeft gezocht met de slachtoffers. Ook houdt de rechtbank rekening met het geslaagde mediationtraject met [slachtoffer 1] .
Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke rijontzegging opleggen voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. Het rijbewijs van verdachte is na het ongeval niet ingevorderd. De rechtbank ziet, mede gelet op het lage recidiverisico, geen aanleiding om bijna een jaar nadat het feit heeft plaatsgevonden alsnog een onvoorwaardelijke rijontzegging aan verdachte op te leggen.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 36f van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
  • spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval
betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis;

Bijkomende straffen

- veroordeelt verdachte tot
een rijontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat de voorwaardelijke rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors, voorzitter,
en mrs. K. Verschueren en C.R.R. Loeve, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. van Biert, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 8 april 2026.
Bijlage I
De tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 16 mei 2025 te Tilburg als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Ringbaan Zuid zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, te rijden met een hogere snelheid dan ter plaatse verantwoord was, althans, niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die voornoemde weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of tijdens het rijden een of meerdere handelingen te verrichten (instellen van de cruise control en/of handelingen verrichten op het zogenaamde head up display en/of op een telefoon) in het door verdachte bestuurde motorrijtuig en/of (daarbij) zijn aandacht niet voortdurend op het verkeer en/of de weg vóór zich te houden, en/of geen gevolg gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt immers is hij, verdachte, niet gestopt voor een voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan , te weten voor die [slachtoffer 2] een gebroken C7 en C4 wervel en/of een hersenschudding, en/of die [slachtoffer 1] een gebroken duim en/of schaafwonden en/of een hersenschudding;
subsidiair:
hij op of omstreeks 16 mei 2025 te Tilburg als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Ringbaan Zuid, heeft gereden met een hogere snelheid dan ter plaatse verantwoord was, althans, niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig zodanig heeft geregeld dat hij in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die voornoemde weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of tijdens het rijden een of meerdere handelingen heeft verricht (instellen van de cruise control en/of handelingen verrichten op het zogenaamde head up display en/of op een telefoon) in het door verdachte bestuurde voertuig en/of (daarbij) zijn aandacht niet voortdurend op het verkeer en/of de weg vóór zich heeft gehouden, en/of geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt immers is hij, verdachte, niet gestopt voor een voor zijn, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.