Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- Het proces-verbaal van aangifte, pagina’s 39 t/m 50 van [zaakdossier] , inhoudende de verklaring van [aangeefster] ;
- Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina’s 21 t/m 34 van [zaakdossier] , inhoudende de verklaring van verdachte [verdachte] .
op 14 augustus 2024 te [plaats] , met een persoon, te weten [aangeefster] seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het klaarkomen op de schaamsteek en buik, en
- het ontkleden van die [aangeefster] , en
- het ontkleden van zichzelf, en
- het met een ontbloot onderlichaam zitten op de ontblote bovenbenen van die [aangeefster]
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangeefster] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door
envergezeld van dwang
engeweld, door
- het voorbijgaan aan haar verbale en non-verbale protesten, en
op 14 augustus 2024 te [plaats] , in de woning aan [adres 2] te [plaats] bij een ander, te weten bij [aangeefster] , wederrechtelijk is binnengedrongen.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
ernstigeinbreuk is gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Hoewel de rechtbank van oordeel is dat verdachte door zijn handelen wel degelijk een inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, kan deze inbreuk - zonder daarmee afbreuk te willen doen aan de ernst van het feit - in juridische zin niet worden aangemerkt als een ernstige inbreuk. De rechtbank stelt vast dat het taakstrafverbod daarom niet van toepassing is.
7.De benadeelde partij
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
een taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis;
een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
algemene voorwaardedat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat:
- verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Indien de reclassering ambulante begeleiding (van bijvoorbeeld Humane Zorg) noodzakelijk/passend vindt, kan verdachte hiervoor worden aangemeld;
- verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door [hulpverlening] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, seksueel grensoverschrijdend gedrag en/of andere problematiek;
- verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding met een vaste structuur (rekening houdend met zijn (on)mogelijkheden en draagkracht). De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
- voorwaarden daarbij zijn:
- dat veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- dat veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
€ 1.500,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 1.500,-(hoofdsom), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2024 tot aan de dag van volledige betaling;
15 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van 17 maart 2022 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van vier weken;
taakstrafvoor de duur van
120 uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan, met bevel dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
30 dagen.
hij op of omstreeks 14 augustus 2024 te [plaats] , althans in Nederland, met een persoon, te weten [aangeefster] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het klaarkomen op de schaamsteek en/of buik en/of benen, althans het lichaam van die [aangeefster] , en/of
- het ontkleden van die [aangeefster] , en/of
- het ontkleden van zichzelf, en/of
- het met een ontbloot onderlichaam zitten op de ontblote bovenbenen althans het ontblote onderlichaam van die [aangeefster]
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangeefster] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- het voorbijgaan aan haar verbale en/of non-verbale protesten, en/of
- het zitten op de benen van die [aangeefster] ;
hij op of omstreeks 14 augustus 2024 te [plaats] , althans in Nederland, in de woning, het besloten lokaal en/of het besloten erf, aan [adres 2] te [plaats] bij een ander, te weten bij [aangeefster] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen.