ECLI:NL:RBZWB:2026:266

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
02-085487-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gewelddadige overval op juwelierswinkel met letsel en diefstal van kentekenplaten

Op 11 december 2024 heeft de verdachte samen met mededaders een gewelddadige overval gepleegd op een juwelierswinkel in [plaats 2]. Tijdens de overval zijn de eigenaren bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en is er geweld gebruikt, waarbij een van de eigenaren letsel heeft opgelopen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte en zijn mededaders zich goed hebben voorbereid op de overval, onder andere door het stelen van kentekenplaten die zijn gebruikt op de vluchtauto. De verdachte heeft tijdens de zitting bekend betrokken te zijn geweest bij de overval. De rechtbank heeft de verdachte schuldig bevonden aan zowel de overval als de diefstal van de kentekenplaten en heeft een gevangenisstraf van 42 maanden opgelegd. Daarnaast zijn er schadevergoedingen toegewezen aan de benadeelde partijen, die ook letsel en psychische schade hebben geleden door de overval. De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers en de jeugdige leeftijd van de verdachte.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-085487-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 21 januari 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 2006,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting te [plaats 1] ,
raadsman mr. G. Demir, advocaat te Breda.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 7 januari 2026, waarbij de officier van justitie mr. J.J. Peerboom en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De zaak wordt gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de zaak tegen de [medeverdachte] (parketnummer 02-395231-24).

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich met de medeverdachte schuldig heeft gemaakt aan een overval op een juwelierswinkel en diefstal in vereniging van kentekenplaten.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide ten laste gelegde feiten. De eigenaren van de juwelierswinkel hebben aangifte gedaan van de overval. Na zijn aanhouding heeft verdachte bekend hierbij betrokken te zijn. Tijdens de overval zijn gestolen kentekenplaten gebruikt op de vluchtauto’s, die de dag tevoren zijn gestolen. [aangever 1] heeft aangifte gedaan van diefstal van deze kentekenplaten. Ter zitting heeft verdachte verklaard aanwezig te zijn geweest bij de diefstal van de kentekenplaten. Gelet op het feit dat de overval een vooropgezet plan was, kan het niet anders dat de diefstal van de kentekenplaten hier onderdeel van uitmaakte en verdachte hiervan op de hoogte was.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van het bewijs van de overval refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van het trappen tegen het hoofd en het geldbedrag van
€ 2.500,00. Slechts bewezen kan worden dat verdachte ‘enig geldbedrag’ heeft weggenomen. Voor het onder 2 ten laste gelegde feit bevat het dossier onvoldoende bewijs dat verdachte hierbij betrokken is geweest. Verdachte was aanwezig bij de diefstal, maar stond op afstand en heeft geen wegnemingshandelingen verricht. Van een nauwe en bewuste samenwerking is geen sprake geweest, waardoor de verdediging verzoekt verdachte van deze diefstal in vereniging vrij te spreken.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Vaststelling feiten
Op 11 december 2024 ontvangt de politie een melding te gaan naar [juwelier] gelegen aan de [adres] . Hier zou een overval plaatsvinden. Als de verbalisanten ter plaatse komen zien ze een man gehaast instappen bij een blauwe Audi met kenteken [kenteken 1] . Er wordt een achtervolging gestart, waarbij de Audi uiteindelijk door een botsing tot stilstand komt. De politie houdt de bestuurder van de Audi aan, en dit blijkt later de [medeverdachte] te zijn. De bijrijder vlucht. In de Audi werd een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, twee maskers, een tas met een grote hoeveelheid sieraden en een bonnetje van de aankoop van een sporttas bij [winkel 1] aangetroffen.
Door de (mede)eigenaren van de juwelierswinkel, [aangever 2] en [aangever 3] , is aangifte gedaan. Zij verklaren dat drie mannen de winkel zijn binnengedrongen. Eén van de mannen had een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bij zich. Door middel van geweld en bedreiging met geweld hebben de mannen geld en sieraden meegenomen. Tijdens de overval is [aangever 2] mishandeld. Later is er door een arts ook letsel bij hem vastgesteld aan zijn hoofd, gezicht en elleboog.
Op 12 december 2024 wordt door de Belgische politie een rode Renault Modus aangetroffen in de omgeving van Turnhout. Bij het voertuig worden verschillende sieraden aangetroffen die later door de aangevers worden herkend als hun eigendom, evenals kentekenplaten met nummer [kenteken 2] . Op 13 december 2024 vindt de Belgische politie in een berm in Hoogstraten verschillende goederen, waaronder een masker en een sporttas.
In Duitsland houdt de politie op 13 december 2024 een auto staande, waarin de verdachte [verdachte] zit. Bij onderzoek naar het voertuig treft de politie 6,9 kilogram gouden sieraden aan. Bij navraag aan aangevers blijkt dit gewicht overeen te komen met het gewicht van de gestolen sieraden. Verdachte bekent direct betrokken te zijn geweest bij de overval op een juwelierswinkel.
Uit het onderzoek is gebleken dat [medeverdachte] samen met een derde persoon ( [persoon] ) de dag voorafgaand aan de overval bij [winkel 1] een sporttas koopt. Ook is gebleken dat de verdachten diezelfde dag bij [winkel 2] zijn geweest en hier een viertal kentekenplaten hebben gestolen, waaronder de kentekenplaten [kenteken 1] . Aangever [aangever 1] heeft aangifte gedaan van de diefstal en de camerabeelden verstrekt. Hierop zijn drie personen te zien. Op de camerabeelden is te zien dat [medeverdachte] samen met een andere man ( [persoon] ) het terrein op komt lopen. Dit is dezelfde persoon als waarmee hij de sporttas heeft gekocht bij [winkel 1] . De andere man gaat richting de geparkeerde auto’s en verricht daar wegnemingshandelingen. Ook is een derde persoon zichtbaar op beelden, zijnde verdachte.
Feit 1 – overval juwelierswinkel
Gelet op de bekennende verklaring van verdachte op zitting en de overige bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich met [medeverdachte] en een derde persoon ( [persoon] ) schuldig heeft gemaakt aan de overval op de juwelierswinkel.
Anders dan de verdediging acht de rechtbank hierbij tevens bewezen dat verdachte aangever [aangever 2] tegen het hoofd heeft getrapt. Aangever heeft verklaard dat, nadat hij op de grond is gevallen, hij een paar trappen op zijn hoofd heeft gehad. Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat aangever letsel had aan zijn hoofd dat passend is bij een trap tegen het hoofd. De rechtbank ziet geen reden om aan de juistheid van de inhoud van de aangifte te twijfelen en volgt de verklaring van aangever.
Feit 2 – diefstal in vereniging kentekenplaten
Op basis van bovengenoemde vastgestelde feiten is de rechtbank van oordeel dat er sprake was van een vooropgezet plan om de juwelierswinkel te overvallen. De verklaring van verdachte dat de overval spontaan gepleegd is, acht de rechtbank niet geloofwaardig, gelet op de voorbereidende handelingen die verdachte met de mededaders heeft verricht. De medeverdachte reed met een auto Audi die niet op zijn naam geregistreerd stond en die was voorzien van valse kentekenplaten. Deze valse kentekenplaten met kenteken [kenteken 1] waren een dag voor de overval, op 10 december 2024, weggenomen bij aangever [aangever 1] , bij deze diefstal was verdachte aanwezig, evenals de beide medeverdachten. Op de camerabeelden van [winkel 2] is te zien dat [medeverdachte] het terrein samen met de mededaders betreedt. Daarnaast beschikte verdachte over een masker. De dag voorafgaand aan de overval hebben de mededaders ook een sporttas gekocht die later bij de overval is gebruikt. Tijdens de overval hebben de overvallers de duurste sieraden uit de etalage weggenomen, waaruit blijkt dat zij op de hoogte waren van de verschillende goederen die in de juwelierswinkel aanwezig waren. Na de overval is verdachte met een grote buit gevlucht in een auto, de rode Renault Modus, waarop ook valse kentekenplaten met nummer [kenteken 2] waren bevestigd, gestolen uit de garage van aangever [aangever 1] . Een dag later is verdachte met de buit, die in jassen was verborgen, vanuit Duitsland richting Roemenië vertrokken.
Ter zitting heeft verdachte toegegeven bij de diefstal van de kentekenplaten aanwezig te zijn geweest. Hij stelt niet te hebben geweten van het plan om de kentekenplaten te stelen. Deze verklaring acht de rechtbank ongeloofwaardig, gelet op de mate van organisatie van de overval. De diefstal van de kentekenplaten is onderdeel geweest van de voorbereidende handelingen voor de overval. Verdachte heeft gereden in een auto waarop weggenomen kentekenplaten waren bevestigd. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders dan dat verdachte heeft geweten van het plan om kentekenplaten te stelen en deze te gebruiken op de vluchtauto’s. Nu verdachte ook bij de diefstal aanwezig was, kennelijk om de garagehouder af te leiden tijdens de wegnemingshandeling door de derde verdachte, is de rechtbank van oordeel dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de mededaders.
De rechtbank acht ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1
op 11 december 2024 te [plaats 2]
tezamen en in vereniging met anderen
een hoeveelheid sieraden en horloges en enig geldbedrag, die aan [juwelier] en [aangever 2] en [aangever 3] toebehoorden
heeft weggenomen met het oogmerk om
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [aangever 2] en/of [aangever 3] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken door
- de deur van het bedrijfspand [juwelier] open
teduwen, ten gevolge waarvan [aangever 2] ten val kwam en
- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen aan [aangever 2] en
- [aangever 2] -die op de grond lag- tegen zijn hoofd te trappen en
- [aangever 2]
te dwingenachter naar de zaak te lopen en
- [aangever 3] dreigend toe te voegen: "Head down, i'm going to kill you", en
- [aangever 2] en [aangever 3]
te dwingente knielen/op de grond te
gaanliggen en [aangever 2] en [aangever 3] daar onder schot te houden en
- [aangever 2] en [aangever 3] dreigend toe te voegen: I kill you, don't fucking move"
- [aangever 2] en [aangever 3] te vragen waar het geld was en
- de telefoon van [aangever 2] kapot te trappen en
- een kast en een videoscherm en een antieke kast kapot te slaan/maken;
2
op 10 december 2024 te Breda tezamen en in vereniging met anderen kentekenplaten (met kenteken [kenteken 2] en [kenteken 1] ), die aan [aangever 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen;
Voor zover in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
Gelet op de ernst van de feiten en het strafblad van verdachte vordert de officier van justitie aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek van het voorarrest.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan door de officier van justitie gevorderd. De aard en intensiteit van het letsel bieden geen aanknopingspunt om aan de bovenkant van de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) ten aanzien van overvallen te gaan zitten. Daarnaast ziet de verdediging aanleiding om het adolescentenstrafrecht toe te passen. De verdediging verzoekt de rechtbank dit in overweging te nemen, dan wel sterk de jeugdige leeftijd van verdachte mee te wegen. De verdediging acht een gevangenisstraf tussen de 20 en 30 maanden passend.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
De aard en de ernst van de feiten
Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders op 11 december 2024 schuldig gemaakt aan het medeplegen van een gewelddadige overval op juwelierswinkel [juwelier] in [plaats 2] . Bij de overval werden maskers en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gebuikt. De aangevers zijn bedreigd met dit wapen en aangever [aangever 2] is onder andere tegen zijn hoofd geschopt waardoor hij letsel heeft opgelopen. Er zijn etalages en kasten vernield. Bij de overval is voor een enorm bedrag (meer dan een miljoen euro) aan goud meegenomen, dat door puur toeval in Duitsland is aangetroffen. Verdachte en zijn mededaders waren uitsluitend uit op geldelijk gewin en hebben zich bij het plegen van de overval geen enkele rekenschap gegeven van de mogelijke gevolgen van hun handelen voor de slachtoffers. Uit de schriftelijke slachtofferverklaringen blijkt hoe ingrijpend en beangstigend deze overval voor de eigenaren van de winkel is geweest. De overval heeft nog altijd impact op hun leven. Zij ervaren gevoelens van spanning en onveiligheid en zijn alerter. Bij aangever [aangever 2] is PTSS vastgesteld. Hun werkplezier ia afgenomen en zij overwegen daarom hun juwelierswinkel te sluiten. Ook in het algemeen brengt een brute en brutale overval als deze gevoelens van angst en onveiligheid teweeg, zeker nu de overval overdag in een drukke straat heeft plaatsgevonden en er meerdere personen getuige van waren.
De persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij in het buitenland eerder is veroordeeld voor vermogensfeiten. In strafmatigende zin houdt de rechtbank rekening met de jeugdige leeftijd van verdachte en zijn proceshouding, ook al geeft hij geen volledige openheid van zaken over de voorbereiding van de overval.
De rechtbank heeft ook acht geslagen op het rapport van de Reclassering van 22 september 2025. De rechtbank volgt het advies van de reclassering om het volwassenenstrafrecht toe te passen. Verdachte was ten tijde van de gepleegde feiten ruim achttien jaar oud en leidde ondanks het gebrek aan vast inkomen een (redelijk) zelfstandig leven. Zo verbleef hij blijkbaar zelfstandig in meerdere Europese landen. Er zijn geen signalen die duiden op mogelijke lvb-problematiek. De rechtbank ziet dan ook geen indicaties voor het toepassen van het jeugdstrafrecht.
De straf
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd en op de LOVS-oriëntatiepunten. In strafverzwarende zin houdt de rechtbank rekening met de grote omvang van de buit en de hoge waarde die de sieraden vertegenwoordigden. Daarnaast weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee het organiseerde verband van de daders en de mate van het toegepaste geweld tijdens de overval, waarbij gebruik is gemaakt van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en aangever [aangever 2] letsel aan het trappen tegen zijn hoofd heeft overgehouden. Ook acht de rechtbank het strafverzwarend dat de overval planmatig was voorbereid. Verdachte heeft geen enkele binding met Nederland en is hier kennelijk slechts naartoe gekomen met de bedoeling om de overval te plegen. Zijn handelen heeft een enorme impact gehad op de slachtoffers. Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten, passend.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7.De vorderingen van de benadeelde partijen

7.1.
[aangever 2]
De benadeelde partij [aangever 2] vordert een schadevergoeding van € 8.000,00 voor feit 1.
7.1.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering, te
vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast verzoekt hij de hoofdelijkheid op te nemen.
7.1.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de vordering van de benadeelde partij betwist en verzocht de hoogte van de immateriële schadevergoeding te matigen.
7.1.3.
Beoordeling door de rechtbank
De benadeelde partij heeft aangevoerd dat hij nadelige lichamelijke en psychische gevolgen heeft ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Benadeelde heeft lichamelijk letsel opgelopen. Dit betekent dat de immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt.
Gelet op alle omstandigheden en de bedragen die de Rotterdamse schaal hanteert bij vergelijkbare gevallen acht de rechtbank een bedrag van € 2.750,00 billijk. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De benadeelde partij kan dit deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen, dan wel tijdens een eventueel hoger beroep nader toelichten.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 11 december 2024.
De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders is betaald, en andersom.
7.2.
[aangever 3]
De benadeelde partij [aangever 3] vordert een schadevergoeding van € 6.000,00 voor feit 1.
7.2.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering, te
vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast verzoekt hij de hoofdelijkheid op te nemen.
7.2.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de vordering van de benadeelde partij betwist en verzocht de hoogte van de immateriële schadevergoeding te matigen.
7.2.3.
Beoordeling door de rechtbank
De benadeelde partij heeft aangevoerd dat zij nadelige psychische gevolgen heeft ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank brengt de aard en de ernst van de normschending door verdachte mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. Dit betekent dat de immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt.
Gelet op alle omstandigheden en de bedragen die de Rotterdamse schaal hanteert bij vergelijkbare gevallen acht de rechtbank een bedrag van € 1.750,00 billijk. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De benadeelde partij kan dit deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen, dan wel tijdens een eventueel hoger beroep nader toelichten.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 11 december 2024.
De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders is betaald, en andersom.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36f, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 2:diefstal door twee of meer verenigde personen;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 42 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Benadeelde partijen
[aangever 2] (feit 1)
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 2] van € 2.750,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 december 2024 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 2] , € 2.750,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 december 2024 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 27 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
[aangever 3] (feit 1)
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 3] van € 1.750,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 december 2024 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 3] , € 1.750,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 december 2024 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 17 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door C.H.M. Pastoors, voorzitter, en mr. V.M. Schotanus en mr. N. van der Hoeven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 21 januari 2026.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1
hij op of omstreeks 11 december 2024 te [plaats 2]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een hoeveelheid sieraden en/of horloges en/of ongeveer 2500 Euro,
althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan [juwelier] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] , in elk geval aan
een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om
hetzich wederrechtelijk toe te
eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd
van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 2] en/of [aangever 3] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of
gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf
of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te
maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- de deur van het bedrijfspand [juwelier] open de duwen,
tengevolge waarvan [aangever 2] ten val kwam en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te
tonen aan [aangever 2] en/of
- [aangever 2] -die op de grond lag- tegen zijn hoofd te trappen en/of
- [aangever 2] gedwongen achter naar de zaak te lopen en/of
- [aangever 3] dreigend toe te voegen: "Head down, i'm going to kill you",
althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- [aangever 2] en/of [aangever 3] gedwongen te knielen/op de grond te liggen
en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] daar onder schot te houden en/of
- [aangever 2] en/of [aangever 3] dreigend toe te voegen: I kill you, don't
fucking move", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of
strekking
- [aangever 2] en/of [aangever 3] te vragen waar het geld was en/of
-de telefoon van [aangever 2] kapot te trappen en/of
- een kast en/of een videoscherm en/of een antieke kast kapot te
slaan/maken;
( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art
312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 10 december 2024 te Breda
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
kentekenplaten (met kenteken [kenteken 2] en/of [kenteken 1] ), in elk geval
enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen;
( art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht )