Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werknemer op grond van de WIA. De aanvraag werd op 6 augustus 2025 ingediend en op 11 augustus 2025 ontvangen door het UWV. Nadat de beslistermijn was verstreken, stelde eiseres het UWV op 21 oktober 2025 in gebreke, waarna het UWV de ingebrekestelling op 23 oktober 2025 ontving.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV niet tijdig heeft beslist. Het UWV gaf aan dat de overschrijding het gevolg is van een structureel tekort aan verzekeringsartsen, waardoor achterstanden zijn ontstaan. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom op van € 100,- per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 3 april 2026.