Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2628

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 april 2026
Zaaknummer
C/02/444804 / JE RK 26-222
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Dijkman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:260 BWArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling en contactverlies met vader

De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 maart 2026 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen voor een periode van zes maanden. De minderjarige is erkend door de vader en woont bij de moeder, die het ouderlijk gezag heeft. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige en het langdurige contactverlies met de vader.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de vader een behandeling voor emotie-regulatie succesvol heeft afgerond en de moeder eveneens een eigen hulpverleningstraject volgt. Desondanks is de minderjarige ernstig bedreigd in haar ontwikkeling doordat zij klem zit in de strijd tussen de ouders, geen contact wenst met de vader en geen emotionele toestemming krijgt van de moeder voor contact. De moeder spreekt negatief over de vader en verhindert dat de minderjarige een eigen vaderbeeld kan vormen.

De GI heeft tot op heden geen toegang tot de minderjarige kunnen verkrijgen vanwege weerstand van de moeder, maar zal een gesprek op school in het bijzijn van een intern begeleidster voeren en specialistische hulpverlening inzetten gericht op contactherstel. De kinderrechter acht de ondertoezichtstelling nog steeds noodzakelijk en verlengt deze tot 20 september 2026, met aanhouding van het restant van het verzoek. Tevens wordt een nadere mondelinge behandeling gepland om de voortgang te monitoren.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd met zes maanden en het restant van het verzoek aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444804 / JE RK 26-222
Datum uitspraak: 6 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Middelburg,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. V.C. Serrarens te Middelburg.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. S. Şeker te 's-Gravenhage.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over de verzoeken te adviseren.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 februari 2026;
  • een bericht van mr. Serrarens met bijlagen, ontvangen op 3 maart 2026;
  • een bericht van mr. Şeker met bijlage, ontvangen op 5 maart 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordigster van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
Het verzoek van de GI is gelijktijdig met de verzoeken van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling en een informatieregeling (bij de rechtbank bekend onder zaaknummer C/02/411880 / FA RK 23-3365) behandeld tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren op 6 maart 2026. Op de verzoeken van de vader wordt bij separate beschikking beslist.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] is erkend door de vader.
2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.3.
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.4.
Bij beschikking van 20 maart 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 20 maart 2025 en tot 20 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
[minderjarige] vertelt tijdens het gesprek met de kinderrechter dat het goed met haar gaat. Ze heeft de jeugdbeschermer nog niet gesproken, maar dat zou ze wel kunnen. [minderjarige] heeft geen behoefte aan contact met de vader, maar kan niet goed uitleggen waarom.
4.2.
De GI handhaaft het verzoek en licht toe dat er al vanaf het begin sprake is van een hoge mate van weerstand vanuit de moeder en haar ondersteuner. De GI heeft tot op heden, ondanks twee pogingen, geen toegang gekregen tot [minderjarige] . De GI heeft ook geen juridische middelen ingezet, omdat het mogelijk averechts zou werken. Het voornemen is om [minderjarige] op school te spreken in het bijzijn van een intern begeleidster, zodat dit gesprek plaatsvindt op een voor [minderjarige] vertrouwde omgeving. Verder verklaart de GI dat is aangeboden om het versturen van een kaartje door de vader via de GI te laten lopen, maar hier heeft de moeder afwijzend op gereageerd. De GI is tot slot voornemens om [hulpverlening] in te zetten, welke (specialistische) hulpverlening gericht zal zijn op een contactherstel. Zij zal de ouders hier via een brief nader over informeren.
4.3.
Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek. Er is het afgelopen jaar niet veel gebeurd. Namens de moeder wordt daarom verzocht om het verzoek voor de duur van zes maanden toe te wijzen en het restant aan te houden. De jeugdbeschermer heeft nooit aan de moeder gevraagd of hij [minderjarige] mocht spreken. Dit contact heeft de moeder ook nooit geweigerd. Ze staat achter het voorstel van de GI om [minderjarige] in het bijzijn van de intern begeleidster op school te spreken. Openheid is belangrijk voor de moeder. De moeder zou voorts graag meer informatie willen ontvangen over de behandeling van de vader van de GI. De moeder volgt ook een eigen hulpverleningstraject. Dit verloopt goed.
4.4.
Door en namens de vader wordt ter gelegenheid van de mondelinge behandeling verklaard dat de vader meteen na de vorige zitting zijn huisarts heeft gebeld voor een doorverwijzing naar de hulpverlening. Inmiddels heeft de man acht gesprekken gehad over onder andere de agressieproblematiek en het verleden met de moeder. De advocaat heeft een behandelverklaring overlegd waaruit volgt dat de behandeling nu met succes is afgesloten. Het is van belang dat de GI bij de advocaat van de vader aangeeft welke informatie hij precies nodig heeft, aangezien de vader toestemming moet geven voor het delen van rapportages. Het gaat goed met de vader. Hij doet vrijwilligerswerk, heeft inkomen via een uitkering en heeft een studio. Het is teleurstellend voor de vader dat hij een kaartje schrijft voor [minderjarige] en vervolgens te horen krijgt dat de moeder niet wil dat [minderjarige] dat kaartje kijgt. De vader begrijpt dat het contact in kleine stappen moet worden opgebouwd, maar het is wel van belang dat het contact daadwerkelijk plaatsvindt.
4.5.
De Raad licht toe dat het zorgelijk is dat de eerste kleine stappen na twee jaar nog steeds niet zijn gezet. De Raad begrijpt dat de ondertoezichtstelling moeilijk uitvoerbaar is voor de GI als er vanuit de moeder een hoge mate van weerstand komt, maar de GI heeft andere juridische middelen die zij kan inzetten, zoals een schriftelijke aanwijzing. Het is van belang dat er contact is tussen de jeugdbeschermer en [minderjarige] , zodat de GI daarna stappen kan zetten. Het is een goede oplossing om dit gesprek in het bijzijn van een intern begeleidster op school te voeren. [minderjarige] zit midden in haar identiteitsontwikkeling en moet de mogelijkheid krijgen om een eigen vaderbeeld te vormen. Het is belangrijk dat de GI regie blijft voeren op het uitwisselen van de nodige informatie tussen de ouders, zodat stagnatie wordt voorkomen. Het is ook noodzakelijk dat de GI onderzoekt of en op welke wijze tot een contactherstel kan worden gekomen. Er kan nu al worden gestart met het sturen van kaartjes met een foto van de vader.

5.De beoordeling

Wettelijk kader
5.1.
Op grond van artikel 1:260 BW Pro kan de kinderrechter, mits aan de grond zoals bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
Inhoudelijke beoordeling
5.2.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria voor het verlengen van de ondertoezichtstelling. Dit licht de kinderrechter als volgt toe.
5.3.
De kinderrechter stelt allereerst vast dat het positief is dat de vader een behandeling heeft gevolgd voor zijn emotie-regulatie. Ook is het positief dat de moeder een behandeling volgt en dat dit goed gaat. Ondanks deze ontwikkelingen, stelt de kinderrechter echter ook vast dat de minderjarige nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Het is de kinderrechter gebleken dat [minderjarige] langdurig klem zit in de strijd van de ouders en als gevolg hiervan geen contact meer met de vader wil. [minderjarige] krijgt van de moeder ook geen emotionele toestemming voor het hebben van contact met de vader, de moeder spreekt negatief over de vader in het bijzijn van [minderjarige] en [minderjarige] wordt niet in de gelegenheid gesteld om een eigen vaderbeeld te vormen. Er is momenteel sprake van een langdurig contactverlies tussen [minderjarige] en de vader. Gelet hierop maakt de kinderrechter zich zorgen over de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] . Daarnaast heeft de minderjarige veel meegemaakt in haar jonge leven, zoals het uit elkaar gaan van de ouders en het zijn van een getuige van psychisch en fysiek geweld van de vader naar de moeder. Tot slot is er geen communicatie en samenwerking tussen de ouders in het belang van [minderjarige] en loopt de afgesproken informatieregeling niet.
5.4.
Het is van belang dat de GI de komende periode betrokken blijft. Tijdens de mondelinge behandeling hebben de ouders hun akkoord gegeven dat de GI een gesprek met [minderjarige] op school zal voeren in het bijzijn van een intern begeleidster. Daarnaast is het van belang dat de GI de inzet van de specialistische hulpverlening ([hulpverlening]) met de ouders bespreekt en hen via een brief over deze hulpverlening informeert. Tevens is het noodzakelijk dat de GI zorg draagt voor de inzet van de noodzakelijke hulpverlening en continuering daarvan, al dan niet door middel van de inzet van juridische middelen, zodat kan worden onderzocht of en op welke wijze een contactherstel mogelijk is. Ook verwacht de kinderrechter van de GI dat zij, samen met (de advocaat van) de vader, nagaat welke informatie over de behandeling van de vader gedeeld kan worden met de moeder, zodat de moeder meer vertrouwen kan krijgen in de vader. Tot slot is het noodzakelijk dat de GI afspraken maakt met de ouders over de informatieregeling, het sturen van een kaartje door de vader aan [minderjarige] oppakt en contacten onderhoudt met beide ouders.
5.5.
De ondertoezichtstelling is, gelet op het voorgaande, nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. De kinderrechter vindt het belangrijk om een vinger aan de pols te houden met betrekking tot de voortgang van het traject en zal daarom een nadere mondelinge behandeling plannen op
[datum] 2026 om [tijdstip]. De GI wordt verzocht om nader te rapporteren op de wijze die in het dictum is beschreven.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.7.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 20 maart 2026 en tot 20 september 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
houdt het resterende deel van het verzoek aan tot de mondelinge behandeling van
[datum] 2026 om [tijdstip]ten overstaan van mr. Dijkman voor de duur van 75 minuten, welke wordt gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan Kousteensedijk 2 te Middelburg;
6.4.
verzoekt
de GI om uiterlijk twee weken voor de voornoemde nadere mondelinge behandeling een briefrapportage in te dienen over de actuele stand van zaken en ontwikkelingen, met een afschrift daarvan aan de belanghebbenden;
6.5.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor de GI, de Raad en de (advocaat van de) moeder;
6.6.
bepaalt dat de (advocaat van de) vader per aparte brief zal worden opgeroepen voor die mondelinge behandeling;
6.7.
bepaalt dat [minderjarige] per aparte brief zal worden opgeroepen voor een gesprek met de kinderrechter;
6.8.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026 door mr. Dijkman, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 20 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.