De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2011. De minderjarige verblijft momenteel in een behandel- en expertisecentrum en volgt een behandeling gericht op zelfbeeld, seksuele ontwikkeling en relationeel gedrag. Ondanks positieve stappen is de ontwikkelingsbedreiging nog niet weggenomen.
De vader, die het ouderlijk gezag heeft, is niet in staat gebleken de opvoedsituatie voldoende te verbeteren, waardoor terugkeer naar huis niet mogelijk is. De minderjarige heeft aangegeven weg te willen bij de huidige locatie vanwege strenge regels en onduidelijkheid over stappen, maar wenst wel dichter bij haar vader te wonen. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming ondersteunen het verzoek tot verlenging, benadrukkend dat verdere behandeling en begeleiding noodzakelijk zijn.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. De behandeling moet worden voortgezet en het contact tussen vader en minderjarige verder worden onderzocht. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de minderjarige is via een mailbericht geïnformeerd over de uitkomst en de redenen daarvoor.