Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2589

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
4 april 2026
Zaaknummer
C/02/444398 / JE RK 26/144
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige met overdracht naar vrijwillig kader

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds februari 2025 onder toezicht staat. De GI stelt dat de situatie van de minderjarige positief is veranderd, met hernieuwd contact bij de vader en een opgesteld ouderschapsplan, maar dat de situatie nog pril en onzeker is. De minderjarige zal binnenkort starten met speltherapie vanwege angstige reacties op spanningen binnen het gezin.

De ouders, die gezamenlijk het gezag uitoefenen, stemmen in met het verzoek en benadrukken goede communicatie en afspraken om spanningen te beperken. De kinderrechter toetst het verzoek aan de wettelijke criteria uit artikel 1:255 en Pro 1:260 BW, waarbij wordt vastgesteld dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft om de ontwikkeling van de minderjarige te beschermen.

De kinderrechter besluit de ondertoezichtstelling te verlengen met zes maanden, tot 7 september 2026, en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de beslissing direct geldt, ook bij hoger beroep. De GI zal in deze periode werken aan de overdracht van de hulpverlening naar het vrijwillig kader.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt met zes maanden verlengd en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444398 / JE RK 26/144
Datum uitspraak: 4 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, gevestigd te Tilburg,
namens deze het
LANDELIJK EXPERTISETEAM JEUGDBESCHERMING,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 januari 2026;
  • het op 4 februari 2026 van mr. Nelemans ontvangen stelbericht;
  • het op 19 februari 2026 van de GI ontvangen volmacht en mandaat;
  • het op 4 maart 2026 van mr. Nelemans ontvangen onttrekkingsbericht.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder;
  • de vader;
- de vertegenwoordigers van de GI.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 februari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 7 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden.
3.2.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI legt het volgende ten grondslag aan het verzoek. De situatie van [minderjarige] is inmiddels positief veranderd. [minderjarige] komt weer bij de vader en ze geeft zelf ook aan
hier graag naartoe te willen. [minderjarige] wil graag dat [persoon] tijdens die contacten ook bij de vader is. De ouders hebben samen een ouderschapsplan opgesteld en getekend. De situatie is echter nog pril en onzeker. [minderjarige] zal op korte termijn gaan starten met speltherapie. Zij heeft veel last gehad van de heftige buien van [persoon] tijdens zijn verlof. Hierbij heeft zij gezien dat [persoon] hun moeder heeft aangevallen. [minderjarige] heeft aangegeven dat zij op die momenten heel angstig is. De ouders hebben met elkaar afgesproken dat zij [minderjarige] en [persoon] uit elkaar halen als de spanningen oplopen. De komende maanden wil de GI met de ouders kijken in hoeverre de speltherapie aanslaat bij [minderjarige] en hoe de verloven in aanwezigheid van [persoon] voor haar rustiger kunnen verlopen. Daarbij vindt de GI het belangrijk dat beide ouders achter het ouderschapsplan blijven staan. De GI is van mening dat als deze positieve lijn zich voortzet, de ondertoezichtstelling afgesloten kan worden en de hulpverlening overgedragen kan worden naar het vrijwillig kader.
4.2.
De moeder stemt in met het verzoek van de GI. Volgens haar doet [minderjarige] het goed op school. Zij heeft daar vriendjes en vriendinnetjes gemaakt. De moeder geeft aan dat zij en de vader goed met elkaar kunnen overleggen. Haar partner heeft het op zijn werk kunnen regelen dat hij vrij is, als [persoon] thuis is.
4.3.
De vader is het eens met het verzoek van de GI. Hij geeft aan dat de ouders er wel op moeten letten dat [minderjarige] hen niet tegen elkaar uit speelt.

5.De beoordeling

5.1.
In artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht kan stellen van een GI, als een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en
de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en
de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW in staat zijn te dragen.
In artikel 1:260, eerste lid, BW is bepaald dat de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens kan verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
Uit de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, blijkt dat de ouders van [minderjarige] hard hebben gewerkt om samen tot goed ouderschap te komen. Hierdoor kent de ontwikkeling van [minderjarige] inmiddels een positief verloop en kan zij genieten van het contact met haar beide ouders. De kinderrechter is het met de GI en de ouders eens, dat het in het belang van [minderjarige] nog noodzakelijk is dat de ondertoezichtstelling met zes maanden wordt verlengd. In die periode kan de GI werken aan de overdracht van de casus naar het vrijwillig kader.
5.3.
De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 7 maart 2026 tot 7 september 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van Joosen als griffier, en op schrift gesteld op 17 maart 2026.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.