Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2583

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
4 april 2026
Zaaknummer
C/02/444282 / JE RK 26-123
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Sumner
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling met extra doelen voor minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds haar geboorte meerdere woonplekken heeft gehad en momenteel bij haar vader verblijft. De moeder heeft begeleide omgang en erkent dat zij momenteel niet in staat is de zorg te dragen. De vader heeft een behandeling afgerond en ontvangt begeleiding bij zijn zorg voor de minderjarige.

Tijdens de zitting, waarbij de vader niet aanwezig was maar wel correct was opgeroepen, stemden zowel de GI, de moeder als de vader in met het verzoek tot verlenging. De GI benadrukte de noodzaak van verlenging vanwege spanningen door verhuizing, de nieuwe relatie van de vader en de grote rol die de moeder en haar netwerk nog spelen. De moeder wenst meer duidelijkheid over haar positie en omgang met de minderjarige.

De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd van 11 maart 2026 tot 11 maart 2027. Er worden twee nieuwe doelen toegevoegd: het centraal blijven stellen van de minderjarige door de vader ondanks zijn nieuwe relatie, en het verduidelijken van de rol en positie van de moeder in het leven van het kind. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd met een jaar en er worden extra doelen toegevoegd gericht op de rol van de vader en moeder.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444282 / JE RK 26-123
Datum uitspraak: 4 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. E.M.A. Leijser uit Tilburg,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. C.J.M. Jansen uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI (via MS Teams).
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft samen met de vader op de [afdeling] van [accommodatie 1] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 februari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 11 maart 2025 tot 11 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI legt het volgende ten grondslag aan het verzoek. [minderjarige] heeft in haar jonge leven al veel verschillende woonplekken gehad. Uiteindelijk verbleef [minderjarige] op de [afdeling] van [accommodatie 1] , waarbij de ene week de moeder op de afdeling was en de andere week de vader. Na een aantal weken bleek echter dat het voor moeder zwaar is, waarna de vader de zorg voor [minderjarige] op zich heeft genomen. De moeder ziet in dat het haar nu niet lukt om [minderjarige] te geven wat zij nodig heeft. Momenteel heeft de moeder begeleide omgang met [minderjarige] . Het lukt de moeder om [minderjarige] te geven wat zij nodig heeft tijdens een omgang van maximaal anderhalf uur.
Voor de plaatsing bij [afdeling] heeft de vader eigen behandeling doorlopen en positief afgerond. De vader is fysiek en emotioneel beschikbaar voor [minderjarige] . Wel is het nodig dat hij hulp en ondersteuning blijft krijgen wanneer er nieuwe, moeilijke, spannende situaties voordoen. Verder gaat [minderjarige] drie dagen per week naar de opvang, om te zorgen dat de draagkracht/draaglast van de vader in balans blijft. Als de vader drukker is, kan het huishouden viezer worden, de ADL activiteiten minder worden of de structuur verminderen. De vader neemt hiervoor wel adviezen aan en kijkt hoe hij het weer kan verbeteren. Na het traject bij [accommodatie 1] is de vader met [minderjarige] naar [accommodatie 2] verhuisd, waar de vader de nodige begeleiding krijgt. De vader heeft daar een goede start gemaakt, echter moet het vertrouwen tussen de vader en de begeleiding nog groeien.
4.2.
Ondanks de positieve stappen die de vader laat zien, is de GI van mening dat een verlenging van de ondertoezichtstelling nodig is. Onder andere de verhuizing brengt spanningen met zich en vraagt extra inzet van de vader. Daarnaast doen de moeder en haar netwerk nog steeds een groot beroep op de vader. De vader heeft hierbij de ondersteuning van de GI nodig om als buffer op te treden in het contact en sturing te geven. Verder heeft de GI zorgen over het effect van de nieuwe relatie van de vader op de draagkracht van de vader, dan wel het behouden van zijn prioriteit bij [minderjarige] . De GI acht het daarom nodig dat er een nieuw doel toegevoegd wordt: ‘Het lukt vader om [minderjarige] ook centraal te blijven zetten wanneer zijn nieuwe relatie meer vorm krijgt.’ Op den duur kan gekeken worden of de rol van de GI over kan worden genomen door [accommodatie 2] , maar daarvoor moet er eerst een vertrouwensband worden opgebouwd. Binnen de ondertoezichtstelling zal ook gekeken worden hoe het contact tussen de moeder en [minderjarige] er verder uit zal komen te zien. Verder dient de moeder aan haar persoonlijke problematiek te blijven werken.
4.3.
Door en namens de moeder is tijdens de zitting het volgende naar voren gebracht. De moeder stemt in met het verzoek. Wel mist de moeder duidelijkheid omtrent haar positie en rol in het leven van [minderjarige] . Zij voelt zich hierdoor vergeten. Ook wil de moeder dat als doel wordt toegevoegd dat er onderzocht wordt hoe de zorgregeling tussen de moeder en [minderjarige] eruit moet komen te zien. De moeder wil graag meer omgang met [minderjarige] . Momenteel ziet de moeder [minderjarige] enkel één uur per week. Er is verder geen perspectief duidelijk over het contact, waardoor de moeder niet weet waar zij staat. Ook wil de moeder dat de samenwerking tussen de GI en de moeder beter verloopt. Zo kan de moeder nu bijvoorbeeld niet met de GI praten over bepaalde dingen die zij in de toekomst mogelijk met [minderjarige] wil doen, omdat de moeder dan wordt afgekapt door de GI. De moeder wil graag meer duidelijkheid vanuit de GI over haar mogelijkheden rondom [minderjarige] . Ook wil zij graag dat de GI haar wensen daarin aanhoort en dat de GI het gesprek daarover aangaat. Verder is de moeder nog bezig met werken aan haar trauma’s. Het lukt haar op dit moment niet om de opvoeding voor [minderjarige] op zich te nemen.
4.4.
Namens de vader is tijdens de zitting het volgende naar voren gebracht. De vader stemt in met het verzoek. Het lijkt de vader goed dat de GI het komende jaar nog betrokken blijft. De vader heeft een goede start gemaakt bij [accommodatie 2] en hij is blij met de begeleiding vanuit [accommodatie 2] . Eerst kwam de begeleiding drie keer per dag langs. Inmiddels wordt dit al afgebouwd naar twee keer per dag. Verder wil de vader graag dat de moeder een goede positie krijgt ten opzichte van [minderjarige] . Of de vaststelling van een zorgregeling dient te worden aangemerkt als een doel, is juridisch gezien lastig. Als doel kan wel vast worden gesteld dat de positie van de moeder helder en duidelijk moet worden gemaakt. Verder refereert de vader zich aan het oordeel van de rechtbank, indien de rechtbank redenen ziet om de verlenging van de ondertoezichtstelling in duur te verkorten.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan (artikel 1:260 Burgerlijk Pro Wetboek, hierna: BW). De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] heeft in haar jonge leven al veel meegemaakt. Zij heeft daarnaast al veel woonplekken gehad. Beide ouders houden heel veel van [minderjarige] en zij doen er alles voor om te zorgen dat het leven van [minderjarige] beter wordt. De moeder ziet in dat het haar op dit moment niet lukt om [minderjarige] te geven wat zij nodig heeft. Het is ontzettend knap dat de moeder dit kan toegeven. Inmiddels zorgt de vader voor [minderjarige] en verblijven zij samen bij [accommodatie 2] . Het lukt de vader daarbij om emotioneel en fysiek beschikbaar te zijn voor [minderjarige] . De verzorging en opvoeding van [minderjarige] vragen echter veel van de vader. In de komende periode gaan er daarnaast veranderingen plaatsvinden, welke spanningen met zich meebrengen en extra inzet van de vader vragen. Ook doen de moeder en haar netwerk momenteel nog een groot beroep op de vader. Verder heeft de vader een nieuwe relatie met een vrouw, die op dit moment in verwachting is. Er zijn zorgen over het effect van deze nieuwe relatie op de draagkracht van de vader, dan wel het behouden van zijn prioriteit bij [minderjarige] .
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Beide ouders zien in dat er nog zorgen zijn rondom de ontwikkeling van [minderjarige] en erkennen dat zij daar hulpverlening en ondersteuning van de GI bij nodig hebben. De ouders stemmen daarom allebei in met het verzoek van de GI. De kinderrechter geeft de ouders daar een groot compliment voor. Dit laat namelijk zien dat de ouders het belang van [minderjarige] boven hun eigen belang zetten. Voorlopig is het nog van belang dat de ouders gestuurd en ondersteund worden door de GI. In de toekomst kan gekeken worden of de rol van de GI over kan worden genomen door [accommodatie 2] , echter is het daarvoor eerst van belang dat er een vertrouwensrelatie wordt opgebouwd met [accommodatie 2] .
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.5.
De kinderrechter acht het daarbij van belang om de volgende twee doelen toe te voegen aan de huidige doelen van de ondertoezichtstelling:
  • Het lukt vader om [minderjarige] ook centraal te blijven zetten wanneer zijn nieuwe relatie meer vorm krijgt;
  • De rol en de positie van de moeder is duidelijk in het leven van [minderjarige] .
5.6.
Onder het laatstgenoemde doel valt onder andere dat er meer duidelijkheid komt over het contact tussen de moeder en [minderjarige] , over de rol van de relatie van de moeder in het leven van [minderjarige] en duidelijkheid over de rol van de moeder en haar netwerk richting de vader.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 11 maart 2026 tot 11 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026 door mr. Sumner, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier, en op schrift gesteld op 17 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.