Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op een aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 6 augustus 2024 in gebreke heeft gesteld. Het beroep is ontvankelijk en niet onredelijk laat.
Het UWV heeft als reden voor de overschrijding capaciteitsproblemen bij verzekeringsartsen aangevoerd, waardoor het medisch-arbeidskundig onderzoek nog niet is afgerond. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 2 april 2026.