ECLI:NL:RBZWB:2026:2566
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij Woo-verzoek
Eiser diende op 27 november 2025 een verzoek in op grond van de Wet open overheid (Woo) bij het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. De wettelijke beslistermijn van vier weken liep tot 29 december 2025. Op 5 december 2025 sloten partijen een mediationovereenkomst, waardoor de beslistermijn werd opgeschort tot het einde van de mediation op 18 december 2025. Vervolgens verlengde verweerder de beslistermijn met twee weken tot 26 januari 2026.
Eiser stelde verweerder op 10 januari 2026 in gebreke, maar dit was vóór het verstrijken van de beslistermijn. Volgens artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een ingebrekestelling vóór het einde van de beslistermijn niet geldig. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en kan de rechtbank het niet inhoudelijk beoordelen.
De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is en wijst het af zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen worden geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroege ingebrekestelling.