Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 6 november 2025 in gebreke heeft gesteld. Na ontvangst van de ingebrekestelling op 10 november 2025 zijn twee weken verstreken zonder besluit.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen en dat onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen. De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om een zorgvuldige beslissing mogelijk te maken, waarbij het belang van tijdige besluitvorming wordt meegewogen.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat het besluit uitblijft, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 2 april 2026.