ECLI:NL:RBZWB:2026:2561
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning bedrijfsbebouwing afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena om een omgevingsvergunning te verlenen voor bedrijfsbebouwing op een locatie naast een adres in een plaats. Het verzoek is ingediend tijdens de bezwaarprocedure tegen deze vergunning.
De vergunninghouder heeft schriftelijk verklaard dat de bouwwerkzaamheden niet eerder zullen starten dan zes weken na de beslissing op de bezwaren. Hierdoor is er geen directe dreiging van uitvoering tijdens de bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter heeft verzoekers gevraagd het spoedeisend belang nader toe te lichten, maar zij konden geen zodanige omstandigheden aandragen die een voorlopige voorziening rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is en dat het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er wordt geen inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit gegeven, en verzoekers kunnen een nieuw verzoek indienen als zich nieuwe omstandigheden voordoen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Er volgt geen proceskostenveroordeling en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.