Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2541

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
C/02/444992 / FA RK 26-761
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor betrokkene met schizofreniespectrumstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 3 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1989, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en een persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene betwist de diagnose en wil geen verplichte zorg, met name geen medicatie, omdat hij zijn eigen leven wil leiden en de regie wil behouden.

De verpleegkundig specialist en mentor bevestigden de diagnose en het belang van medicatie, waarbij eerdere pogingen tot afbouw leidden tot ernstige psychische decompensaties met verwaarlozing, paranoïde gedrag en conflicten. Betrokkene laat zorg alleen toe vanwege de verplichte aard en weigert vrijwillige zorg.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Gezien het ontbreken van vrijwillige zorgmogelijkheden en het risico op ernstig nadeel bij stoppen van medicatie, is verplichte zorg noodzakelijk.

De zorgmachtiging wordt voor twaalf maanden toegekend, waarbij het toedienen van medicatie en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, waaronder contact met FACT, worden toegestaan. Andere vormen van verplichte zorg worden afgewezen. De machtiging geldt tot 3 maart 2027.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatietoediening en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444992 / FA RK 26-761
Datum uitspraak: 3 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , verpleegkundig specialist, zorgverantwoordelijke;
  • mevrouw [persoon 2] , bewindvoerder van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1
Bij beschikking van 17 april 2025 heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend tot en met 17 april 2026.
2.2.
Op 18 september 2023 heeft de kantonrechter een bewindvoerder voor betrokkene benoemd.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene heeft aangegeven dat hij het niet eens is met het verzoek. Hij is gediagnosticeerd met schizofrenie maar hij ervaart niet dat hij hieraan lijdt. Hij is zich er wel van bewust dat het niet goed met hem gaat. Een zorgmachtiging werkt echter averechts; hij wil heel graag de regie over zijn leven behouden. Hij wil de medicatie afbouwen en zijn oude leven oppakken.
4.2.
Door de verpleegkundig specialist is naar voren gebracht dat meerdere psychiaters de diagnose schizofrenie hebben bevestigd, maar betrokkene deze betwist. Betrokkene is ingesteld op depotmedicatie en het gaat nu goed met hem. Hij heeft medicatie nodig en kan deze niet afbouwen. In het verleden heeft betrokkene zijn medicatie vaker afgebouwd, wat meerdere keren heeft geleid tot decompensatie met fors ernstig nadeel. Hij is dan onder andere paranoïde, hij vertoont stalkingsgedrag, denkt dat mensen hem stalken en hij verwaarloost zichzelf en zijn huis. Het toedienen van orale medicatie is niet geprobeerd omdat betrokkene dat niet wilde. Betrokkene laat de zorg toe, maar dat doet hij omdat hij weet dat het verplicht is. Als er geen zorgmachtiging is laat hij de hulpverlening niet binnen. Volgens de verpleegkundig specialist zijn enkel het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, in dit geval te verstaan als contact houden met het FACT, als vormen van verplichte zorg noodzakelijk.
4.3.
De mentor heeft opgemerkt dat betrokkene geen zorgmachtiging wil. Er is met betrokkene meegedacht en de medicatie is afgebouwd, maar dat ging niet goed. De mentor stelt dat zij getuige is geweest van wat er gebeurt als betrokkene geen medicatie gebruikt. Betrokkene is meermalen ‘terug bij af’ geweest en dat gunt zij hem niet. Betrokkene is nu autonoom maar dat ziet hij niet.
4.4.
De advocaat van betrokkene heeft bevestigd dat betrokkene geen zorgmachtiging wil. Betrokkene komt zijn afspraken na en het gaat nu goed met hem. Hoewel betrokkene het niet eens is met de diagnose schizofrenie is deze meermalen vastgesteld. De advocaat refereert zich daarom op dit punt aan het oordeel van de rechtbank. Evenmin is er volgens betrokkene sprake van ernstig nadeel. Hij doet alles zelf en heeft geen contact met FACT. Betrokkene voelt zich erg ongelukkig in de huidige situatie en heeft een perspectief nodig. Primair moet het verzoek dan ook worden afgewezen. Subsidiair stelt de advocaat de vraag of zorg in een vrijwillig kader mogelijk is. Betrokkene wil geen medicatie. Wanneer de rechtbank van oordeel is dat een zorgmachtiging noodzakelijk is, verzoekt de advocaat enkel als verplichte zorg het toedienen van medicatie toe te wijzen en betrokkene een kans te geven. Er is in het afgelopen jaar geen verplichte zorg door FACT ingezet. Gelet op de toediening van de medicatie is er contact met GGZ, die kan handelen wanneer het niet goed gaat met betrokkene.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een schizofreniespectrum stoornis en een persoonlijkheidsstoornis. Hoewel betrokkene zich niet herkent in deze psychische stoornis, ziet de rechtbank geen reden om op dit punt te twijfelen aan het medisch oordeel van de psychiater. Deze diagnose is ook al meerdere keren gesteld.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
Uit de overgelegde stukken komt naar voren dat betrokkene in het verleden vaker psychisch is gedecompenseerd door het staken van medicatie. Vanuit een psychotisch toestandsbeeld trekt betrokkene zich veel terug in de woning en gaat uit zorg. Er is dan sprake van verwaarlozing van zichzelf en zijn leefomgeving. Eerder is betrokkene uit angst om vergiftigd te worden gestopt met eten en drinken, met gevaar voor zijn lichamelijke gezondheid. De woning van betrokkene is dermate vervuild geraakt dat deze een paar keer professioneel gereinigd moest worden. Vanuit psychotische belevingen kan betrokkene agressief reageren en valt hij anderen lastig, waardoor hij met anderen in conflict raakt. Recent heeft betrokkene nog ruzie op straat gehad en is de politie betrokken geweest na meldingen over stalkingsgedrag. Ook belde hij veelvuldig met de politie, hulpverlening, bewindvoerder en moeder. Met name als er gedwongen zorg wordt gestart is betrokkene bekend met suïcidale gedachten.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene geen hulpvraag formuleert. Hij ontkent dat hij lijdt aan een psychische stoornis en hij voelt zich onheus bejegend door GGZ en het systeem. Hij wil geen zorgmachtiging meer, hij wil zijn medicatie afbouwen tot een stop en dan zijn eigen leven leiden zonder bemoeienis van de psychiatrie en andere mensen. Eerdere pogingen om zorg in vrijwillig kader voort te zetten zijn niet geslaagd. Het afbouwen van de medicatie op verzoek van betrokkene heeft steeds tot psychische decompensatie geleid. Wanneer er geen zorgmachtiging is zal betrokkene stoppen met de medicatie en wordt het risico op ernstig nadeel groot. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
De hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg worden daarom toegewezen. Het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten ziet op het accepteren en onderhouden van periodieke contacten met FACT. Gebleken is dat voor andere dan de hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg geen noodzaak is. Deze zullen daarom worden afgewezen.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 maart 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Dekkers, griffier, en op schrift gesteld op 18 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.