ECLI:NL:RBZWB:2026:2523
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen spitssluiting in Prinsenbeek
Deze uitspraak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het verkeersbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda, waarin een spitssluiting is ingesteld in Prinsenbeek. Het college had het bezwaar van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker geen belanghebbende zou zijn.
Verzoeker stelde dat de wegafsluiting leidt tot extra reistijd en financiële schade door hogere benzinekosten, en dat hij daardoor een spoedeisend belang had. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat bij een financieel geschil zoals dit geen sprake is van spoedeisend belang, omdat de schade achteraf vergoed kan worden en er geen acute financiële nood of onomkeerbare situatie is.
Ook het argument van onzekere reistijd werd niet als spoedeisend belang erkend. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de spitssluiting in Prinsenbeek wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.