ECLI:NL:RBZWB:2026:2498

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
11536823 \ MB VERZ 25-241
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete groot licht voeren

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het voeren van groot licht bij dag op de J.F. Kennedylaan te Breda op 13 november 2023. Betrokkene stelde dat het groot licht per ongeluk werd ingeschakeld en dat het boetebedrag te hoog was gezien zijn financiële situatie. De officier van justitie verklaarde het eerste beroepschrift ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 18 februari 2026 werd vastgesteld dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende concreet en duidelijk was om de gedraging vast te stellen. De kantonrechter ging ervan uit dat betrokkene het groot licht per ongeluk voerde bij het bedienen van de verlichting. Hierdoor was de boete ten onrechte opgelegd.

De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking en de beslissing van de officier van justitie, en beval terugbetaling van het betaalde bedrag van €169 aan betrokkene. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11536823 \ MB VERZ 25-241
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 18 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 februari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. S.V. Oedayrajsingh Varma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: groot licht voeren bij dag/tegenkomen ander/bij volgen ander op de J.F. Kennedylaan te Breda op 13 november 2023 om 11.51 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene had het voertuig een half jaar voor de gedraging gekocht. Betrokkene voerde per ongeluk groot licht toen hij de verlichting probeerde aan te zetten. Ook is het boetebedrag te hoog, gelet op de financiële situatie van betrokkene.
Ter zitting heeft betrokkene benadrukt dat hij de gedraging niet met opzet heeft verricht.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verklaring van de verbalisant is niet concreet en duidelijk genoeg om vast te kunnen stellen dat de gedraging is begaan. De zittings-vertegenwoordiger gaat ervan uit dat betrokkene per ongeluk groot licht voerde.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat de verklaring van de verbalisant niet concreet genoeg is om de gedraging vast te kunnen stellen. De kantonrechter gaat ervan uit dat betrokkene per ongeluk groot licht heeft gevoerd toen hij zijn verlichting probeerde aan te zetten. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169,-, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: