Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens rechts inhalen op de Maasroute te Raamsdonk op 12 juni 2023. Hij stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde vanwege termijnoverschrijding. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep bij de officier van justitie te laat was ingediend, namelijk pas op 24 oktober 2023, terwijl de termijn op 1 augustus 2023 eindigde. Betrokkene kon niet aannemelijk maken dat bijzondere omstandigheden het te late indienen niet aan hem konden worden toegerekend.
Daarom werd het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard. De kantonrechter hoefde daardoor niet te oordelen over de inhoud van de boete. Tevens bepaalde de rechtbank dat de verhogingen van de sanctie ongedaan moeten worden gemaakt.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne op 18 februari 2026 in Breda. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bij de officier van justitie is ongegrond verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare omstandigheden.