Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2444

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/02/445458 / FA RK 26-1028
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Weerkamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel voor betrokkene met anorexia en suïcidaliteit

Betrokkene verblijft sinds 26 februari 2026 in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een crisismaatregel vanwege ernstig levensgevaar door onder meer anorexia nervosa en chronische suïcidaliteit. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel voor drie weken.

Tijdens de zitting verklaart betrokkene dat zij zich niet goed voelt en liever naar huis wil, mede vanwege het starten van een euthanasietraject en het ontbreken van een geschikte overbruggingsplek. De behandelaar en ouders benadrukken echter de noodzaak van voortzetting van de zorg vanwege het levensgevaar en de onmogelijkheid om thuis adequate zorg te bieden.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door een psychische stoornis, en dat verplichte zorg noodzakelijk is om dit nadeel af te wenden. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt daarom voor drie weken verleend.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor betrokkene voor drie weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445458 / FA RK 26-1028
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2006 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2] ,
advocaat mr. W. van der Sande uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 27 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Van der Sande;
  • mevrouw [persoon 1] , psychiater en behandelaar;
  • mevrouw [persoon 2] , moeder van betrokkene;
  • de heer [persoon 3] , vader van betrokkene.
Tevens waren bij de zitting aanwezig, maar zijn niet gehoord:
  • [persoon 4] , verpleegkundige;
  • [persoon 5] , coassistent.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [psychiatrisch ziekenhuis] . De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 26 februari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene verklaart tijdens de zitting dat het fysiek en mentaal niet goed gaat. De plek waar betrokkene nu zit is niet goed voor haar en zij wil het liefst naar een plek met meer begeleiding. Zo lang die plek niet is gevonden wil betrokkene graag naar huis. Betrokkene snapt de zorgen die er om haar zijn. Betrokkene geeft aan dat zowel thuis als op de afdeling haar suïcidale gedachten worden getriggerd. Ook geeft betrokkene aan dat er een euthanasietraject is gestart maar dat de wachttijden daarvoor erg lang zijn.
4.2.
De behandelaar geeft aan het met betrokkene eens te zijn dat de huidige afdeling niet de ideale plek voor haar is maar er op dit moment geen geschiktere plek is. De crisismaatregel is aangevraagd omdat de suikerspiegel van betrokkene zo laag was dat zij de volgende ochtend niet zou halen. Ook blijft de doodswens van betrokkene aanwezig en lukt het thuis niet meer om betrokkene passende zorg te geven. De aankomende tijd zal er gekeken worden naar welk traject er nog met betrokkene gestart kan worden omdat er al veel geprobeerd is.
4.3.
De vader van betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat hij hoopt dat betrokkene de zorg krijgt die zij nodig heeft. Thuis is het niet meer veilig voor betrokkene en er is behoefte aan veel zorg. De veiligheid van betrokkene is erg belangrijk en de vader van betrokkene is van mening dat betrokkene op de afdeling veiliger is dan thuis.
4.4.
De moeder van betrokkene vult aan dat het lastig is om dit tegen betrokkene te moeten zeggen. Het liefst willen de ouders van betrokkene dat zij weer veilig thuis kan komen wonen maar dat is momenteel niet mogelijk.
4.5.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene zit niet op haar plek en wil graag naar huis. Betrokkene hoopt op een passende plek ter overbrugging van het euthanasietraject. Tot er een passende plek is gevonden wil betrokkene naar huis. Ook is er geen sprake meer ven een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene eet weer en de sonde wordt niet gebruikt.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene meerdere suïcide pogingen heeft ondernomen. Ook eet betrokkene amper waardoor er somatische complicaties kunnen optreden en er een kans op overlijden is.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en overige DSM-5 stoornissen. Bij betrokkene is sprake van anorexia nervosa, autisme en chronische suïcidaliteit.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene geeft aan naar huis te willen.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2006 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
23 maart 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.