ECLI:NL:RBZWB:2026:241

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
25/6230
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T. Peters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen geslotenverklaring motorvoertuigen in Prinsenbeek

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur en de gemeente Etten-Leur hebben een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het verkeersbesluit van 26 november 2025 van de gemeente Breda. Dit besluit betreft een geslotenverklaring voor motorvoertuigen tijdens de ochtendspits op vier locaties in Prinsenbeek, waaronder de Leursebaan. Verzoekers maken bezwaar tegen de sluiting van de Leursebaan vanwege vermeende onaanvaardbare gevolgen voor de fietsverkeersveiligheid bij de kruising met de Moerdijkse Postbaan en de Liesbosweg.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de vraag of er sprake is van een urgent gevaarsprobleem dat schorsing van het besluit rechtvaardigt. Uit verkeersmetingen en een conflictobservatie blijkt dat het aantal motorvoertuigen dat de fietsoversteek kruist licht is toegenomen, met een geringe overschrijding van de ECF-richtlijn voor veilige fietsoversteken. Er zijn enkele bijna-conflicten en één conflict waargenomen, maar geen ongevallen. De waargenomen conflicten lijken niet direct verband te houden met de geslotenverklaring.

De voorzieningenrechter concludeert dat de beperkte verslechtering van de fietsveiligheid onvoldoende is om het verkeersbesluit te schorsen. Daarnaast wegen de positieve effecten van het besluit op andere locaties mee. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het verkeersbesluit tot geslotenverklaring motorvoertuigen wordt afgewezen wegens ontbreken van een urgent gevaarsprobleem.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/6230

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 januari 2026 in de zaak tussen

het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur en de gemeente Etten-Leur, uit Etten-Leur, verzoekers
(gemachtigde: mr. T.E.P.A. Lam),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder

(gemachtigde: mr. D. van Tilborg).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het verkeersbesluit van 26 november 2025 over een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Leursebaan, Strijpenseweg, Halseweg en Markweg in Prinsenbeek (gemeente Breda). Verzoekers zijn het hier niet mee eens en hebben bezwaar gemaakt. Zij verzoeken ook om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoekers.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 26 november 2025 heeft verweerder een geslotenverklaring ingesteld voor motorvoertuigen, uitgezonderd lijnbussen, taxi's, landbouwvoertuigen van maandag tot en met vrijdag tussen 07.00u en 09.00u op de Leursebaan, Strijpenseweg, Halseweg en Markweg in Prinsenbeek
.Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd.
2.2.
Op 12 december 2025 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een ordemaatregel op zitting behandeld. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan op het verzoek om een ordemaatregel en het verzoek om een ordemaatregel afgewezen.
2.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens verzoekers: mr. M. van Moorsel (kantoorgenoot van mr. T.E.P.A. Lam), [vertegenwoordiger 1] , [vertegenwoordiger 2] en [vertegenwoordiger 3] . Namens verweerder waren aanwezig zijn gemachtigde, [vertegenwoordiger 4] en [vertegenwoordiger 5] .

Beoordeling door de voorzieningenrechter

De feiten
3. Op 26 november 2025 heeft verweerder het verkeersbesluit genomen. De geslotenverklaring is in werking getreden op maandag 8 december 2025. Het verkeersbesluit geldt voor onbepaalde tijd met een evaluatiemoment na zes maanden. De geslotenverklaring geldt niet voor lijnbussen, taxi’s, landbouwvoertuigen en ontheffinghouders.
3.1.
In de weken van 8 december 2025 en 12 december 2025 heeft verweerder verkeerstellingen laten uitvoeren bij de Moerdijkse Postbaan, tussen de Teerlingstraat en de Liesbosweg. In de week van 15 december en op 23 en 24 december 2025 heeft verweerder ook een conflictobservatie laten uitvoeren bij de fietsoversteek op de kruising van de Leursebaan met de Moerdijkse Postbaan en de Liesbosweg (rapport Buitenruimte).
Zijn verzoekers belanghebbenden?
4. Het verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door zowel het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur, als de gemeente Etten-Leur. Tussen partijen staat niet ter discussie dat in ieder geval één van de verzoekers belanghebbende is. Voor de behandeling van dit verzoek om een voorlopige voorziening zal de voorzieningenrechter ook hiervan uitgaan. Volgens rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan het college van Etten-Leur belanghebbende zijn als sprake is van een aan hem toevertrouwd belang dat rechtstreeks betrokken is bij een besluit van een ander bestuursorgaan. [1] Het college van Etten-Leur is bevoegd om verkeersbesluiten te nemen. Daarnaast kan de gemeente van Etten-Leur belast zijn met wegbeheer.
Spoedeisend belang
5. Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van spoedeisend belang en de voorzieningenrechter heeft geen reden om hier anders over te denken. Het verkeersbesluit is immers al in werking getreden en verweerder heeft tijdens de zitting toegelicht dat de beslissing op bezwaar naar verwachting in maart zal worden genomen.
Omvang van het verzoek
6. Het verkeersbesluit ziet op een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Leursebaan, Strijpenseweg, Halseweg en Markweg in Prinsenbeek. De gemachtigde van verzoekers heeft verduidelijkt dat het verzoek alleen ziet op één van deze locaties, namelijk de afsluiting van de kruising van de Leursebaan met de Moerdijkse Postbaan en Liesbosweg. Het verzoek om het verkeersbesluit te schorsen ziet dus niet op de geslotenverklaringen van de Strijpenseweg, Halseweg en Markweg.
Tijdens de zitting op 8 januari 2025 heeft de gemachtigde van verzoekers verder verklaard dat voor het verzoek alleen de grond aan de orde is over de veiligheid van de fietsoversteek op de kruising van de Leursebaan met de Moerdijkse Postbaan en de Liesbosweg. De andere overgebleven inhoudelijke gronden zullen verzoekers in de bezwaarprocedure aanvoeren. De voorzieningenrechter beperkt zijn beoordeling daarom tot het geschilpunt over de veiligheid van de fietsoversteek op de kruising van de Leursebaan met de Moerdijkse Postbaan en de Liesbosweg
De fietsoversteek
7. Verzoekers voeren aan dat het verkeersbesluit onaanvaardbare gevolgen heeft voor de fietsverkeersveiligheid op de fietsoversteek op de kruising van de Leursebaan met de Moerdijkse Postbaan en Liesbosweg. Het verkeersbesluit leidt namelijk tot een onaanvaardbare toename van verkeer dat deze fietsoversteek kruist. In de rapportage van [naam] staat dat het verkeersbesluit zal leiden tot een toename van 900 mvt per etmaal. [2] Dat komt volgens verzoekers en [adviesbureau] neer op 450 mvt per spitsuur.
In het verkeersbesluit heeft verweerder aangesloten bij de richtlijn ‘Quality parameters for cycle infrastructure: at-grade uncontrolled crossings’ van de European Cyclists’ Federation (ECF-richtlijn). Tabel 14 van deze richtlijn geeft voor dit type fietskruising een maximale etmaalwaarde voor kruisend verkeer van 3.000 PCU per etmaal. [3] Dat komt neer op een maximale waarde van 300 PCU per uur.
Wanneer 450 mvt per uur wordt omgerekend naar PCU per uur, dan levert dat een overschrijding op van de ECF-norm. In het verkeersbesluit zelf staat ten slotte dat overschrijding van de ECF-norm aantoonbaar het risico op ongevallen verhoogt. Verweerder houdt zich ten onrechte dus niet aan deze ECF-norm en de verkeersveiligheid komt daardoor in het geding. Dat de fietsverkeerveiligheid hierdoor in het geding komt wordt bevestigd door in het rapport Buitenruimte waaruit volgt dat twee bijna conflicten en één conflict zijn waargenomen.
7.1
De voorzieningenrechter stelt voorop dat uit de tekst van het verkeersbesluit niet eenduidig volgt dat verweerder zich verbindt aan de normen in de ECF-richtlijn voor het aantal gemotoriseerde voertuigbewegingen bij fietsoversteken. Uit de context van de alinea waarin de ECF-richtlijn wordt genoemd, kan namelijk ook worden afgeleid dat de overschrijding van de ECF-richtlijn een van de relevante criteria is om te bepalen of sprake is van een aantoonbare verhoging van het risico op ongevallen. De voorzieningenrechter kan daarbij de stelling van het college volgen dat ook de feitelijke situatie moeten worden meegewogen bij de beoordeling van de gevolgen.
Ten tweede en in het verlengde hiervan, is naar oordeel van de voorzieningenrechter ook niet gebleken van een zodanig forse overschrijding van de ECF-norm dat daaruit een urgent gevaarsprobleem zou volgen. De voorzieningenrechter stelt vast dat uit de verkeerstellingen in december een gemiddeld spitsvolume volgt van 281 mvt per uur. Tijdens de zitting heeft verweerder een voorlopige berekening gemaakt waaruit blijkt dat dit spitsvolume neerkomt op maximaal 317 PCU per uur. Hoewel dit inderdaad een overschrijding is van de ECF-norm, is deze overschrijding gering en rechtvaardigt deze niet de conclusie dat het verkeersbesluit een urgent gevaarsprobleem veroorzaakt. Het rapport Buitenruimte bevestigt ook dat geen urgent gevaarsprobleem is ontstaan. Voor dit rapport heeft een camera zeven dagen de verkeersbewegingen gefilmd tijdens de ochtendspits. Deze verkeersbewegingen zijn vervolgens geanalyseerd door een verkeerskundige. In deze periode zijn twee bijna conflicten [4] , één conflict [5] en nul ongevallen [6] waargenomen. Hoewel de voorzieningenrechter niet beschikt over gegevens van het aantal ongevallen en conflicten vóór de geslotenverklaring, is dit aantal ook geen aanwijzing voor een urgent gevaarsprobleem. De voorzieningenrechter weegt hierbij ook mee dat bij alle drie de (bijna-)conflicten de auto’s kwamen vanuit de richting van de Moerdijkse Postbaan. Daarmee lijkt geen van de waargenomen (bijna-)conflicten verband te houden met het sluiten van de Leursebaan. De effecten op de fietskruising kan verweerder nader onderzoeken ten behoeve van de beslissing op bezwaar en het evaluatiemoment, maar de omstandigheid dat sprake is van een beperkte verslechtering op de fietsoversteek is onvoldoende reden om het verkeersbesluit te schorsen. Tegenover dit beperkte nadeel staat immers ook dat het verkeersbesluit op andere plaatsen heeft geleid tot onbetwiste positieve gevolgen.

Conclusie en gevolgen

8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het verkeersbesluit niet wordt geschorst. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.A. de Kraker, griffier op 22 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.ABRvS 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2303, r.o. 3.
2.Motorvoertuigen per etmaal.
3.PCU staat voor passenger car unit. Afhankelijk van het soort motorvoertuig wordt een hogere of lagere waarde toegekend waarbij een personenauto telt als 1,0. Een vrachtwagen heeft een hogere waarde. Anders van bij mvt per etmaal, wordt bij PCU dus rekening gehouden met het soort motorvoertuig.
4.Een bijna conflict is omschreven als: een verkeerssituatie waarbij twee (of meer) weggebruikers zodanig naderen dat een botsing dreigt en er een reële kans op lichamelijk letsel of materiele schade aanwezig is als hun koers en snelheid onveranderd blijft.
5.Een conflict is omschreven als: een kritische verkeerssituatie waarbij twee (of meer) weggebruikers zodanig naderen dat een botsing dreigt en er een reële kans op lichamelijk letsel of materiele schade aanwezig is als hun koers en snelheid onveranderd blijft.
6.Een ongeval is omschreven als: een plotselinge, ongewilde en onvoorziene gebeurtenis of letsel bij personen, veroorzaakt door een externe, onverwachte oorzaak.