Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder zichtbare geldige kaart op 2 november 2023 in Breda. Betrokkene voerde aan dat zij als vrijwilliger een cliënt begeleidde die in grote nood verkeerde en erg in de war was, waardoor het noodzakelijk was om zo dicht mogelijk bij het Stadskantoor te parkeren.
De officier van justitie erkende de gedraging maar vond geen reden om het beroep gegrond te verklaren, wel stelde hij een matiging van 25% voor vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging onomstotelijk vaststond en betrokkene deze ook niet betwistte.
Gezien de bijzondere omstandigheden en de persoonlijke situatie van betrokkene achtte de kantonrechter matiging van de boete op zijn plaats en matigde de boete tot nihil. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen het reeds betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De boete voor parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats is gematigd tot nihil vanwege bijzondere omstandigheden.