ECLI:NL:RBZWB:2026:240

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
24/8062
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning van een persoonsgebonden budget op grond van de Jeugdwet voor informele begeleiding en persoonlijke verzorging

In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Zeeland-West-Brabant het beroep van eiser tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk over zijn recht op een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Jeugdwet. Eiser had in april 2024 een aanvraag ingediend voor een pgb, welke aanvankelijk werd afgewezen. In oktober 2024 werd dit besluit herzien en werd er alsnog een pgb toegekend voor 688 uren aan informele begeleiding en 62 uren aan persoonlijke verzorging, voor de periode van 1 april 2024 tot 5 april 2025. Eiser, die gediagnosticeerd is met ASS, ADHD en Gilles de la Tourette, stelde dat hij meer begeleiding nodig had dan was toegekend, vooral omdat zijn situatie was veranderd en hij meer thuis zat. De rechtbank oordeelde dat het college niet onterecht het aantal uren had vastgesteld, aangezien eiser zelf 13 uur per week had aangevraagd en er onvoldoende bewijs was dat hij meer uren nodig had. De rechtbank concludeerde dat eiser geen proceskostenvergoeding kon krijgen en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/8062 JW

uitspraak van 20 januari 2026 van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

gemachtigde: [gemachtigde] ,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk(het college), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank eisers beroep tegen een besluit van het college over zijn recht op een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Jeugdwet (Jw).
1.1.
Het college heeft in een besluit van 19 april 2024 (primair besluit) eisers aanvraag om een pgb op grond van de Jw afgewezen.
1.2.
Het college heeft in het bestreden besluit van 15 oktober 2024 eisers bezwaren tegen het primaire besluit gegrond verklaard. Het college heeft alsnog een pgb toegekend
voor 688 uren aan informele begeleiding individueel en 62 uren aan informele persoonlijke verzorging individueel. Het pgb is toegekend voor de periode van 1 april 2024 tot en met 5 april 2025, waarmee de voorzieningen eindigden op de dag dat eiser achttien jaar werd.
1.3.
Het college heeft op eisers beroep gereageerd middels een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 10 december 2025 op zitting behandeld. Eiser werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, bijgestaan door eisers moeder. Het college werd vertegenwoordigd door mr. H. Siragedik en [naam].

Overwegingen

Relevante feiten en omstandigheden
2. Eiser, geboren op [datum] 2007, heeft de diagnoses ASS, ADHD en Gilles de la Tourette. Daarnaast is sprake van een niet-verbale leerstoornis, een gedefragmenteerde perceptie en chronische angst met een gemiddelde intelligentie. Eisers problematiek zorgt ervoor dat hij aansturing en begeleiding nodig heeft bij dagelijkse taken.
Eiser heeft het college in november 2023 verzocht om verlenging van zijn Jeugdwet-indicatie en daartoe een persoonlijk plan voor een pgb ingediend. Op 20 februari 2024 heeft een keukentafelgesprek met eiser plaatsgevonden, gevolgd door een gesprek met zijn moeder op 14 maart 2024. Het college heeft op 8 april 2024 een plan van aanpak toegezonden, dat door eiser op 12 april 2024 ondertekend is geretourneerd. Daarbij heeft eiser vermeld dat hij niet akkoord is met de inhoud van het plan en heeft hij verwezen naar een bijlage met een nadere toelichting.
Het college is vervolgens overgegaan tot het nemen van de bestreden besluitvorming. Hij heeft in een besluit van 19 november 2024 aan eiser een proceskostenvergoeding toegekend van € 1.248,- voor gemaakte proceskosten in de bezwaarfase.
Standpunt van het college
3. Het college stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat bij eiser sprake is van voldoende eigen kracht. De vaststelling van de eigen kracht kan echter onvoldoende worden gemotiveerd vanuit de gemeentelijke verordening, waardoor een afwijzing van eisers aanvraag niet op deze verordening kan worden gebaseerd. Dit betekent volgens het college nog niet dat een voorziening voor onbepaalde tijd moet worden toegekend, omdat hij na aanpassing van de verordening binnen een redelijke termijn kan beoordelen of de betrokkene nog steeds in aanmerking komt voor de gewenste voorzieningen. Het college heeft daarom een pgb aan eiser toegekend over de periode van 1 april 2024 tot en met 5 april 2025, waarmee de voorzieningen eindigden op de dag dat eiser achttien jaar werd.
Eisers beroepsgronden
4. Eiser voert aan dat de looptijd van de toegekende voorziening langer had moeten zijn. Daarnaast stelt hij dat het pgb niet kan worden uitbetaald, omdat in het bestreden besluit geen pgb-tarief is vastgesteld en geen budget is gereserveerd bij de Sociale Verzekeringsbank (Svb). Hij voert verder aan dat het aantal toegekende uren jeugdhulp onvoldoende is, nu zijn persoonlijke situatie is gewijzigd. Sinds 14 februari 2024 zit hij vrijwel volledig thuis en heeft hij naar eigen zeggen meer begeleiding nodig dan in de periode waarin hij nog naar school ging. Tot slot stelt hij dat ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend in de bezwaarfase.
Eisers gemachtigde heeft ter zitting de beroepsgronden over de looptijd van de voorziening en de proceskostenvergoeding in bezwaar ingetrokken.
Relevante wet- en regelgeving
5. De relevante wet- en regelgeving is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
Is sprake van voldoende procesbelang?
6. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eiser voldoende procesbelang heeft, nu de bestreden besluitvorming betrekking heeft op een afgesloten periode in het verleden, namelijk van 1 april 2024 tot en met 5 april 2025. Het college heeft niet betwist dat in de genoemde periode daadwerkelijk jeugdhulp is verleend door eisers moeder en dat daarvoor betaling kan worden verlangd. Eiser beoogt met zijn beroep een hogere indicatie dan aan hem is toegekend. Nu de jeugdhulp in de vorm van een pgb is verstrekt en daarmee sprake is van een financiële aanspraak, heeft eiser nog steeds belang bij een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit. De rechtbank acht het procesbelang dan ook aanwezig.
Is het toegekende aantal uren jeugdhulp toereikend?
7. Eiser betoogt dat onvoldoende uren pgb voor jeugdhulp zijn toegekend, omdat zijn persoonlijke situatie is gewijzigd. Eiser verzoekt om vijf extra pgb-uren voor informele begeleiding individueel per week. Als onderbouwing stelt hij dat hij nagenoeg volledig thuis is komen te zitten vanaf februari 2024, waardoor hij meer begeleiding nodig had dan wanneer hij een structurele dagbesteding had gehad. Deze stelling is ter zitting door eisers moeder genuanceerd door te verklaren dat eiser voor een kortere duur thuis heeft gezeten, dat hij niet meer naar stage ging maar dat hij nog wel een dag naar school is blijven gaan.
8. De rechtbank stelt voorop dat het college eiser het aantal uren jeugdhulp heeft toegekend dat hij zelf heeft aangevraagd, namelijk 13 uur per week. Daarbij is uitgegaan van de situatie dat eiser naar school ging en stage liep. De rechtbank ziet geen aanleiding voor de conclusie dat het college desondanks meer uren had moeten toekennen. Daarvoor is van belang dat uit het verslag van het keukentafelgesprek van 20 februari 2024 volgt dat het college weliswaar bekend was met de recente problemen rondom eisers schoolgang en stage, maar dat onvoldoende duidelijk was hoeveel uur en gedurende welke periode eiser feitelijk (deels) thuiszat. Het college heeft hierover nadere informatie gevraagd met de e-mails van 17 en 24 september 2024. Uit de stukken volgt dat eisers moeder en gemachtigde op deze verzoeken niet hebben gereageerd, waarmee eiser de inlichtingenverplichting als bedoeld in artikel 8.1.2, eerste lid, van de Jeugdwet heeft geschonden. Dat de gestelde (tijdelijke) wijziging van omstandigheden in eisers situatie niet bij de besluitvorming is betrokken, komt daarom voor zijn rekening en risico. De rechtbank volgt eisers gemachtigde ook niet in de door haar ter zitting geponeerde stelling dat het college zijn vragen uitsluitend per brief had moeten stellen en dat de context daarvan onduidelijk was. Niet is betwist dat de genoemde e-mails zijn ontvangen, en dat tijdens de hoorzitting is gesproken over eisers problemen met betrekking tot school en stage. De vragen van het college in voornoemde e-mails sluiten daarop aan. Voldoende duidelijk is dat deze vragen van belang zijn voor het bepalen van de omvang van de toe te kennen voorziening.
Het feit dat in het door eiser overgelegde besluit van 22 oktober 2025, genomen op grond van de Wmo, 14,5 uur per week aan begeleiding is toegekend, leidt evenmin tot een ander oordeel. De verzochte duidelijkheid in de periode in geding is daarmee namelijk niet gegeven. Dit besluit ziet immers op een ander wettelijk kader en op eisers situatie in een latere periode ([datum] 2025 tot en met 28 februari 2026) dan het bestreden besluit, dat betrekking heeft op jeugdhulp over de periode van 1 april 2024 tot en met 5 april 2025.
Heeft het college ten onrechte geen pgb-tarief vastgesteld en geen budget gereserveerd?
9. De rechtbank constateert dat in het bestreden besluit geen pgb-tarief is opgenomen voor de toegekende jeugdhulp. Hoewel het – zoals ook erkend door het college ter zitting – wel gebruikelijk is om dit te doen, volgt uit de Jw en de daarop gebaseerde rechtspraak niet dat het pgb-tarief in het toekenningsbesluit zelf moet staan. Ook de gemeentelijke regelgeving bevat geen dergelijke verplichting. Artikel 4.1 van de Verordening jeugdhulp gemeente Waalwijk 2023 (Verordening) bepaalt enkel dat het college een individuele voorziening toekent bij beschikking. Artikel 4.6 schrijft voor dat in de beschikking wordt vermeld of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt, en hoe bezwaar kan worden gemaakt, maar over het opnemen van het tarief wordt niets geregeld. Artikel 5.7 van de Beleidsregels jeugdhulp Waalwijk 2019 bepaalt slechts dat het pgb wordt afgeleid van de tarieven voor zorg in natura, waarbij voor formele zorg 90% van dat tarief geldt en voor informele zorg 50%. Het concrete pgb-tarief volgt overigens wel uit artikel 4.7, zesde lid, van de Verordening, waarin staat dat pgb-zorg wordt verstrekt tegen de tarieven in Bijlage 1. Die bijlage vermeldt voor informele begeleiding en persoonlijke verzorging een tarief van
€ 16,48 per uur. Eiser kon hiermee dus bekend zijn, en hij heeft ook niet gesteld dat dit anders is. De rechtbank oordeelt daarom dat aan het bestreden besluit geen gebrek kleeft, enkel omdat het pgb-tarief daarin niet afzonderlijk is vermeld. De rechtbank volgt eiser ook niet in zijn stelling dat de toegekende voorziening niet kan worden uitbetaald, omdat geen budget is gereserveerd bij de Svb. Dit betreft namelijk een uitvoeringsaspect dat niet raakt aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzitter, en mr. R.J.H. van der Linden en mr. M. Koek, leden, in aanwezigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier, op 20 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Jeugdwet
Artikel 2.3
1. Indien naar het oordeel van het college een jeugdige of een ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, treft het college ten behoeve van de jeugdige die zijn woonplaats heeft binnen zijn gemeente, voorzieningen op het gebied van jeugdhulp en waarborgt het college een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening, waardoor de jeugdige in staat wordt gesteld:
a. gezond en veilig op te groeien;
b. te groeien naar zelfstandigheid, en
c. voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.
2. Voorzieningen op het gebied van jeugdhulp omvatten voor zover naar het oordeel van het college noodzakelijk in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid, het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden.
3. Indien een jeugdige die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, aangewezen is op permanent toezicht en die jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1, onder 2° of 30, of verpleging als bedoeld bij of krachtens artikel 11 van de Zorgverzekeringswet ontvangt, treft het college indien naar zijn oordeel noodzakelijk, voorzieningen die de ouders in staat stellen hun rol als verzorgers en opvoeders te blijven vervullen.
4. Het college houdt bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp redelijkerwijs rekening met:
a. behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige en zijn ouders, en
b. de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van
de jeugdige en zijn ouders.
(…)
Artikel 2.9
De gemeenteraad stelt bij verordening en met inachtneming van het bepaalde bij of
krachtens deze wet in ieder geval regels:
a. over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige
voorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze
van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening;
(…)
Artikel 8.1.1
1. Indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen, verstrekt het college hun een persoonsgebonden budget dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken.
(…)
Artikel 8.1.2
1. De jeugdige en zijn ouders doen aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een persoonsgebonden budget.
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet, indien het college die feiten en omstandigheden kan vaststellen op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens die feiten en omstandigheden kan verkrijgen uit bij regeling van Onze Ministers aan te wijzen administraties.
3. De jeugdige en zijn ouders zijn verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
Verordening jeugdhulp gemeente [plaats] 2023 (Verordening)
Artikel 2.3 Voorwaarden individuele voorziening jeugdhulp
1. Het college verstrekt uitsluitend de meest passende voorziening jeugdhulp die
toereikend is voor het bereiken van het afgesproken resultaat.
2. Een aanvraag voor een individuele voorziening vanuit de Jeugdwet wordt in
behandeling genomen indien de jeugdige valt onder de definitie van jeugdige in
artikel 1.1 van de Jeugdwet.
3. Als er sprake is van een aanvraag voor een individuele voorziening voor een jeugdige
van 16 jaar of ouder moet er door Team WijZ, de gecertificeerde instelling, medisch
domein en jeugdhulpaanbieder in het Plan van Aanpak expliciet worden vermeld hoe
lang de ondersteuning nodig is. Indien naar verwachting ook na het 18e jaar nog hulp
nodig is wordt nagedacht op welke wijze en via welke financieringsstroom dit vorm
krijgt (Wmo, Zvw, Wlz). Input voor het Plan van Aanpak wordt mede geleverd door
jeugdhulpaanbieders via het Uiterlijk bij de leeftijd van 17 en een halfjaar moet
duidelijk zijn of en welke ondersteuning er nodig is vanaf het 18e levensjaar en hoe
dit geregeld gaat worden c.q. binnen welk wettelijk kader deze ondersteuning dient te
vallen.
4. Een aanvraag voor een individuele voorziening vanuit de Jeugdwet bevat te behalen
resultaten binnen de termijn van de toe te kennen individuele voorziening.
5. De jeugdhulp dient te worden uitgevoerd door een jeugdhulpaanbieder waarvan de
hoofdvestiging in Nederland is gevestigd.
Artikel 4.1 Algemeen
1. Het college kent voor de duur, passend bij het bereiken van de beschreven resultaten in het Plan van Aanpak een individuele voorziening toe door middel van een beschikking, die toegang geeft tot jeugdhulp.
(...)
Artikel 4.6 Inhoud beschikking
1. In de beschikking met bijgevoegd het plan van Aanpak wordt in ieder geval aangegeven of de individuele voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
2. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
3. Bij het verstrekken van een individuele voorziening worden in de beschikking tevens de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken vastgelegd, wie de jeugdhulp gaat bieden, wat het te behalen resultaat is, aard en omvang van de in te zetten hulp en welke “andere voorzieningen” relevant zijn of kunnen zijn.
4. In geval van hoog specialistische jeugdhulp wordt de aard en omvang van de in te zetten hulp beschreven in de beschikking (Plan van Aanpak), die door het samenwerkingsverband hoog specialistische jeugdhulp samen met het gezin/de jeugdige is opgesteld.
Artikel 4.7 Regels voor pgb
(…)
6. De jeugdhulp in pgb wordt toegekend met de tarieven genoemd in Bijlage 1. Dit betreft een tarief per eenheid, bijvoorbeeld uren of dagen. De hoogte van het persoonsgebonden budget binnen deze jeugdhulp is het aantal benodigde eenheden maal het geldende tarief voor de benodigde jeugdhulp.
(…)
Bijlage 1 bij de Verordening – Producten en tarieven ZIN en PGB
#
Omschrijving prestatie
Grondslag tarief
Tarief pgb informeel
96
Pgb begeleiding individueel per uur
Per uur
€ 16,48
97
Pgb persoonlijke verzorging individueel
Per uur
€ 16,48
Beleidsregels jeugdhulp [plaats] 2019 (de beleidsregels)
5.7
Hoogte pgb individuele voorziening voor immateriële dienstverlening
De hoogte van de pgb’s voor individuele voorzieningen wordt bepaald aan de hand van de tarieven voor zorg in natura. Omdat aanbieders die zorg in natura leveren aan meer eisen moeten voldoen dan aanbieders die met een pgb zorg leveren, is het pgb-tarief voor formele pgb-zorg op 90% van de tarieven zorg in natura vastgesteld. Ten aanzien van het tarief voor informele zorg (50%) is in overweging genomen dat het een tegemoetkoming en erkenning moet zijn voor de geleverde inzet, maar expliciet géén inkomen.