Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda. Na het instellen van het beroep heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag vernietigd en belanghebbende verzocht het beroep in te trekken, met de toezegging het betaalde griffierecht te vergoeden.
De rechtbank heeft belanghebbende verzocht te reageren op het verzoek tot intrekking, maar er is geen reactie ontvangen. Omdat de heffingsambtenaar volledig aan het bezwaar tegemoet is gekomen, kan belanghebbende niet in een betere positie komen door het beroep voort te zetten. Hierdoor ontbreekt het aan een procesbelang.
De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en bepaalt dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van €51 aan belanghebbende vergoedt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding omdat niet is gesteld of gebleken dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.