ECLI:NL:RBZWB:2026:2363

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
11679521 \ CV EXPL 25-1523 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van 't Nedereind
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:38 BWArt. 6:81 BWArt. 6:82 lid 1 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling koopprijs auto en verrekening APK- en reparatiekosten

De zaak betreft een geschil over de betaling van een auto die op 29 juli 2024 is gekocht. De koper heeft de factuur van €2.500 onbetaald gelaten en stelde dat hij op zijn gemak mocht betalen. De verkoper vordert betaling van het volledige bedrag, vermeerderd met rente en kosten.

De kantonrechter oordeelt dat er geen schriftelijke betaaltermijn is overeengekomen, waardoor de vordering terstond opeisbaar is. Het beroep van de koper op een afwijkende afspraak is onvoldoende onderbouwd en faalt. Ook is het niet aannemelijk dat de verkoper onredelijk lang heeft gewacht met het opeisen van betaling.

Verder stelt de koper dat APK- en reparatiekosten van €756,53 verrekend moeten worden met de koopprijs, omdat de APK niet goed zou zijn uitgevoerd. Dit wordt door de verkoper betwist en de koper is niet verschenen om dit te onderbouwen. Er is geen ingebrekestelling of vordering tot schadevergoeding ingediend, waardoor verrekening niet wordt toegewezen.

De kantonrechter veroordeelt de koper tot betaling van €2.500, wettelijke rente vanaf verzuimdatum, €375 aan buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten van €1.013,23. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Koper wordt veroordeeld tot betaling van €2.500 met rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11679521 \ CV EXPL 25-1523
Vonnis van 18 maart 2026
in de zaak van
[verkoper] H.O.D.N. [handelsnaam],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [verkoper] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[koper],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [koper] ,
procederend in persoon.

1.De zaak in het kort

1.1.
Deze zaak gaat over de vraag of de vordering tot betaling van het aankoopbedrag van een auto al opeisbaar is, omdat [koper] stelt dat hij op zijn gemak mocht betalen. Verder staat ter discussie of er een bedrag aan APK- en reparatiekosten verrekend moet worden met het aankoopbedrag van de auto. De kantonrechter is van oordeel de vordering opeisbaar is en dat [koper] het volledige aankoopbedrag moet betalen. Hieronder legt de kantonrechter dat oordeel uit.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 juni 2025
- de akte van de zijde van [verkoper] , met vier producties,
- de mondelinge behandeling van 14 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
[koper] heeft op 29 juli 2024 een auto gekocht van [verkoper] . Op 13 augustus heeft [verkoper] een factuur opgesteld. De auto betreft een Citroën C1 met [kenteken] en kilometerstand 221.256. Partijen hebben een koopprijs van € 2.500,00 afgesproken.
3.2.
De factuur heeft [koper] vervolgens onbetaald gelaten.

4.Het geschil

4.1.
[verkoper] vordert - samengevat - veroordeling van [koper] tot betaling van € 2.500,00, vermeerderd met rente en kosten.
4.2.
[verkoper] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [koper] van hem een auto heeft gekocht, maar daarvoor niet heeft betaald. De overeenkomst is mondeling gesloten, waarna later een factuur is opgemaakt. Volgens [verkoper] hebben partijen afgesproken dat de auto uiterlijk binnen een maand zou worden betaald. Omdat [koper] een bekende is heeft [verkoper] de afspraak gemaakt dat de auto al voor betaling werd geleverd. Dit is niet gebruikelijk. Nadat er twee maanden waren verstreken heeft [verkoper] contact opgenomen met [koper] . [verkoper] heeft toen een laatste keer uitstel verleend. Daarna heeft [verkoper] opnieuw contact gezocht met [koper] , maar ook dit heeft niet tot betaling geleid waardoor [verkoper] de vordering uit handen heeft gegeven.
4.3.
[koper] voert verweer. [koper] concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Is de vordering opeisbaar?
5.1.
Allereerst dient te worden beoordeeld wanneer de factuur opeisbaar is geworden. De kantonrechter overweegt dat er schriftelijk geen betaaltermijn is overeengekomen. Op het moment dat er geen termijn voor nakoming is overeengekomen, kan de verbintenis terstond worden nagekomen en kan er terstond nakoming worden gevorderd. [1] Dat betekent dat in dit geval [verkoper] meteen betaling kan vorderen van [koper] .
[koper] heeft echter aangevoerd dat hij op zijn gemak mocht betalen en dat hij niet onder druk zou worden gezet. [koper] doet daarmee een beroep op een afwijkende afspraak. [koper] heeft niet gesteld en onderbouwd wat die afwijkende afspraak concreet inhoudt. Daardoor heeft hij niet aan zijn stelplicht voldaan en komt de afwijkende afspraak niet vast te staan. Bovendien is het zo dat hoe dan ook de vordering op enig moment moet worden betaald. [verkoper] heeft na zo’n vier maanden een aanmaning gestuurd en vervolgens weer ruim vier maanden later de dagvaarding aanhangig gemaakt. De kantonrechter is van oordeel dat [verkoper] daarmee geen onredelijke termijn heeft gehanteerd voor het opeisen van de vordering. Dus zelfs als wel was komen vast te staan dat was afgesproken dat [koper] op zijn gemak mocht betalen, dan was de vordering inmiddels opeisbaar geworden. Het verweer van [koper] slaagt dan ook niet, waardoor vaststaat dat de vordering opeisbaar is.
Dienen de APK- en reparatiekosten met het aankoopbedrag te worden verrekend?
5.2.
Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of [koper] de volledige koopsom aan [verkoper] verschuldigd is. Partijen zijn een koopprijs van € 2.500,00 overeengekomen. Dit bedrag is door [koper] onbetaald gelaten. [koper] zal dit bedrag in beginsel aan [verkoper] moeten betalen. De kantonrechter begrijpt uit het verweer van [koper] dat hij een beroep doet op verrekening.
5.3.
[koper] stelt dat hij met [verkoper] is overeengekomen dat [verkoper] een APK zou uitvoeren en eventuele reparaties zou vergoeden. Volgens [koper] heeft [verkoper] wel een APK uitgevoerd, maar dat is niet goed gegaan waardoor hij de auto door een andere garage heeft laten keuren. Uit die keuring bleek dat er reparaties nodig waren. Dat bedrijf heeft de reparaties uitgevoerd en vervolgens is de auto goedgekeurd. [koper] heeft zijn stelling onderbouwd met een keuringsrapport en een factuur van [autobedrijf] . Uit de factuur volgt dat de kosten voor de APK en reparaties € 756,53 bedragen. Volgens [koper] was afgesproken dat [verkoper] de kosten van de APK en eventuele reparaties op zich zou nemen. Dit wordt door [verkoper] betwist. [koper] heeft niet op de betwisting van [verkoper] gereageerd doordat hij niet op de mondelinge behandeling van de zaak is verschenen. De kantonrechter is van oordeel dat de gestelde afspraak daardoor niet komt vast te staan. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat als [koper] meent dat [verkoper] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting om de APK goed uit te voeren, hij niet heeft gesteld dat hij [verkoper] heeft gevraagd om alsnog juist na te komen. Niet is gebleken dat [koper] een ingebrekestelling heeft gestuurd en vervangende schadevergoeding heeft gevorderd. Dus ook op die grond kan het verweer van [koper] niet slagen. Dat betekent dat de kantonrechter van oordeel is dat [koper] de volledige koopsom verschuldigd is en € 2.500,00 moet betalen.
Rente
5.4.
De gevorderde rente over de hoofdsom kan slechts worden toegewezen met ingang van de datum van verzuim. [verkoper] heeft niet toegelicht hoe het bedrag van € 123,73 aan rente is opgebouwd. [verkoper] heeft [koper] op 18 december 2024 in gebreke gesteld, waarbij een termijn voor nakoming is gegeven van 15 dagen na bezorging van die brief. Aangezien [koper] de vordering niet binnen die termijn heeft voldaan, is hij na het verstrijken van die termijn in verzuim geraakt en rente verschuldigd. [2]
Kosten
5.5.
[verkoper] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [koper] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [verkoper] heeft aan [koper] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 375,00 worden toegewezen.
5.6.
[koper] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verkoper] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
123,73
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.013,23

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [koper] om aan [verkoper] te betalen een bedrag van € 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, vanaf 15 dagen na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [koper] om aan [verkoper] te betalen een bedrag van € 375,00 aan buitengerechtelijke kosten,
6.3.
veroordeelt [koper] in de proceskosten van € 1.013,23, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [koper] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:38 BW Pro.
2.Artikel 6:81 BW Pro juncto 6:82 lid 1 BW.