ECLI:NL:RBZWB:2026:2317

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
29 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445389 / FA RK 26-987
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens psychose en ernstig nadeel

Betrokkene verblijft sinds 24 februari 2026 onder een crisismaatregel in een accommodatie na een psychose veroorzaakt door het eigen initiatief tot afbouwen van medicatie. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel voor drie weken. Betrokkene verzet zich tegen opname en wil slechts enkele dagen blijven, terwijl de psychiater stelt dat opname noodzakelijk is vanwege agressief gedrag, verwaarlozing en desoriëntatie.

Tijdens de zitting met gesloten deuren wordt vastgesteld dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid. De rechtbank concludeert dat het ernstig nadeel voortvloeit uit een psychotische stoornis en dat de crisissituatie te ernstig is om de procedure voor een zorgmachtiging af te wachten.

De rechtbank wijst de gevraagde machtiging toe voor drie weken en bepaalt dat verplichte zorgvormen zoals het toedienen van vocht en medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en insluiting noodzakelijk zijn. Het verzet van betrokkene wordt erkend, maar onvoldoende geacht om de machtiging te weigeren. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De beschikking is op 26 februari 2026 mondeling gegeven en op 13 maart 2026 schriftelijk vastgelegd.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor drie weken en wijst verplichte zorg toe ondanks verzet van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445389 / FA RK 26-987
Datum uitspraak: 26 februari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon] , [psychiater] .

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de crisismaatregel op 24 februari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt maximaal drie dagen opgenomen te willen blijven. Betrokkene wil ook graag wat verder kunnen lopen op de afdeling zodat hij tv kan kijken. Hij wil na drie dagen naar huis en daar zijn medicatie innemen. In de toekomst wil hij in overleg met zijn psychiater in [plaats] de medicatie verlagen.
4.2.
De [psychiater] zegt dat betrokkene een psychose heeft gekregen door het, op eigen initiatief, afbouwen van zijn medicatie. Het opnieuw instellen op medicatie kost tijd, dit moet op een verantwoorde en veilige manier gebeuren. Voorafgaand aan de opname heeft betrokkene de behandelcontacten met het FACT-team gestopt, is hij naakt aangetroffen op straat en op een auto gesprongen. Betrokkene is agressief en verwaarloost zichzelf en zijn leefomgeving. De [psychiater] zegt dat tijdens de opname is gebleken dat betrokkene diabetes heeft. Betrokkene is andere patiënten tot last omdat hij zo gedesoriënteerd is. Hij is erg aanwezig en bemoeit zich met anderen. Ook is de zelfzorg van betrokkene niet goed. De [psychiater] vindt dat betrokkene nog opgenomen moet blijven.
4.3.
De advocaat vraagt afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil nog maximaal twee dagen hier blijven, omdat er al één dag op zit. Betrokkene is bereid om medicatie in te blijven nemen en om zich aan de gemaakte afspraken te houden. De advocaat zegt dat betrokkene geen ernstig nadeel ziet. Hij weet dat hij schizofrenie heeft en daar medicatie voor nodig heeft, maar hij vindt de situatie niet zodanig ernstig dat hij geen afspraken zou kunnen maken. Wanneer de rechtbank besluit de machtiging toch te verlenen dan vraagt de advocaat de verzochte vormen van verplichte zorg ‘insluiten’, ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ af te wijzen, evenals ‘het gebruik van communicatiemiddelen’ wat valt onder ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene twee keer in een paar dagen tijd door politie in verwarde toestand is aangetroffen op straat. Betrokkene was naakt en liet zijn geslachtsdeel zien. Daarnaast verwaarloost betrokkene zijn leefomgeving en zichzelf; hij heeft een sterke lichaamsgeur en ruikt naar urine. Betrokkene is niet in staat om een gesprek aan te gaan; hij geeft geen antwoord op vragen en springt van de hak op de tak.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een psychotische stoornis.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
  • opnemen in een accommodatie.
5.6.1.
Ten aanzien van de verzochte vorm van verplichte zorg ‘toedienen van vocht en voeding’ is gebleken dat enkel het toedienen van vocht noodzakelijk is. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe.
5.6.2.
De rechtbank bepaalt dat onder “het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten” moet worden verstaan ‘periodiek contact met een ambulant team.’ De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe.
5.6.3.
Anders dan de advocaat is de rechtbank van oordeel dat “insluiten” wel toe moet worden gewezen als vorm van verplichte zorg. Betrokkene uit verzet tegen het hele verblijf in de accommodatie en omdat betrokkene op een afdeling verblijft die kwalificeert als “insluiten” neemt de rechtbank aan dat het verzet van betrokkene zich ook daartegen richt.
5.6.4.
Met betrekking tot de overige verzochte vormen van verplichte zorg oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen omdat deze niet noodzakelijk en voorzienbaar zijn.
5.7.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene weigert al een tijd zijn medicatie en behandeling van het FACT-team en wil ook nu niet opgenomen blijven. De rechtbank heeft hierdoor onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van vocht;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder wordt verstaan periodiek contact houden met een ambulant team;
  • opnemen in een accommodatie;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 maart 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 door mr Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 13 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.