ECLI:NL:RBZWB:2026:2309

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
29 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444177
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Triest
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 lid 2 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige met zes maanden

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2025, die momenteel woont met zijn moeder in een moeder-kindhuis. De moeder heeft het ouderlijk gezag, maar kampt met kwetsbaarheden en een complexe thuissituatie, mede door spanningen rondom de halfzus van de minderjarige.

De GI heeft zorgen over de draagkracht van de moeder en de continuïteit van de zorg voor de minderjarige, vooral gezien de lange wachttijd voor een plek in een ouder-kindhuis en de noodzaak van een behandeling voor de moeder. De moeder wil liever niet verhuizen en zoekt naar een eigen woning, maar erkent de noodzaak van behandeling. De GI ziet de ondertoezichtstelling als goed verlopend, maar benadrukt dat de moeder nog niet voldoende hulp accepteert.

De kinderrechter overweegt dat aan de wettelijke voorwaarden voor verlenging is voldaan, gezien de kwetsbaarheden van de moeder en de risico's voor de ontwikkeling van de minderjarige. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd met zes maanden, waarbij het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden in afwachting van nadere informatie over de behandeling en vervolgplek. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om continuïteit van de zorg te waarborgen.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd met zes maanden en het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444177 / JE RK 26-101
Datum uitspraak: 26 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 februari 2026;
  • het bericht van de GI van 20 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toestemming verleend voor de aanwezigheid van de persoonlijke begeleider van de moeder.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . De vader van [minderjarige] is bekend bij de moeder, maar wenst geen betrokkenheid.
2.2.
[minderjarige] woont met zijn moeder in het [moeder-kindhuis] in [woonplaats] .
2.3.
Bij beschikking van 6 juni 2025, opgevolgd bij beschikking van 18 juni 2025, is [minderjarige] , die op dat moment nog niet geboren was, voorlopig onder toezicht gesteld van de GI tot 6 september 2025. De kinderrechter heeft bij beschikking van 29 augustus 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 6 september 2025 tot 6 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.Het standpunt van de GI

4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. De GI heeft maakt zich zorgen over de draagkracht van de moeder. Haar kwetsbaarheid is de afgelopen periode duidelijker geworden en er bestaat spanning bij de moeder rondom de situatie over de halfzus van [minderjarige] . Het perspectief van [minderjarige] ligt nog steeds bij de moeder. Zij doet erg haar best om er voor [minderjarige] te zijn. Goed Genoeg Ouderschap is positief over haar. Zij kan nog wel groeien in het vragen van hulp en het vergroten van haar netwerk. De GI merkt op dat de ondertoezichtstelling goed verloopt. De moeder wordt zoveel mogelijk ruimte geboden voor eigen keuzes. De GI heeft de moeder nog niet echt moeten begrenzen. De GI ziet de moeder bewust minder dan voorheen. Wanneer alles goed verloopt kan de GI meer op de achtergrond blijven. Er is een aanmelding gedaan bij een ouder-kindhuis van [ouder-kindhuis] in [plaats] . Die plaatsing zal gericht zijn op het doorzetten van Goed Genoeg Ouderschap, op zelfstandig wonen en op de uitdagingen die bij het ouder worden van [minderjarige] komen kijken. [ouder-kindhuis] heeft de voorwaarde gesteld dat de moeder in de tussentijd tot er een plek is aan de slag gaat met een behandeling voor haarzelf. De GI maakt zich zorgen over in hoeverre de moeder naast de behandeling de zorg voor [minderjarige] kan volhouden. Dit kan volgens de GI ertoe leiden dat [minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Voor de lange termijn is de behandeling van moeder echter wel nodig. De wachtlijst voor een plek is lang. De moeder wil niet nog een keer verhuizen en speelt met de gedachte om vanuit een eigen woning een behandeling in te zetten. De GI begrijpt dat, maar denkt dat deze stap te groot is en dat dit ten koste zal gaan van de zorg voor [minderjarige] . De GI weet niet of er een einddatum bij [moeder-kindhuis] is. Het contact tussen de moeder en Team CAS loopt minder soepel. Team CAS is betrokken in verband met de halfzus van [minderjarige] en zullen dat waarschijnlijk ook zijn bij [minderjarige] in het geval de ondertoezichtstelling afloopt en wordt overgedragen naar het vrijwillig kader. Het is gebruikelijk dat een gezin bij dezelfde organisatie loopt. De moeder maakt, vanuit alles dat zij heeft meegemaakt, niet altijd de juiste keuzes voor [minderjarige] en accepteert wat dat betreft de hulp nog onvoldoende. De moeder zoekt samen met de mentor nog naar een passende behandeling voor haar. Er gaat tijd overheen voordat de behandeling van moeder loopt, daarom is de verlenging van de ondertoezichtstelling voor twaalf maanden verzocht. De GI kan zich er ook in vinden als de ondertoezichtstelling wordt toegewezen voor een half jaar en het overige deel wordt aangehouden.

5.Het standpunt van belanghebbende

5.1.
Door de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat zij graag zou willen dat de ondertoezichtstelling niet met één jaar maar met een half jaar wordt verlengd. De moeder begrijpt de zorgen, maar zij doet wat er van haar gevraagd wordt. Zij geeft aan dat zij liever niet nog een keer wil verhuizen, omdat dat niet in het belang is van [minderjarige] en haarzelf. Zij zou liever op zichzelf wonen met intensieve hulpverlening, maar als zij bij een ouder-kind huis van [ouder-kindhuis] moet wonen doet ze dat. De moeder begrijpt de voorwaarde van [ouder-kindhuis] dat zij behandeld moet worden. Zij heeft veel meegemaakt en zij moet dit verwerken. Aan de andere kant probeert zij juist haar emoties een beetje te begrenzen zodat zij niet te hoog in haar emoties loopt en zij alle focus op [minderjarige] kan leggen. De wachttijd bij [ouder-kindhuis] is anderhalf jaar. De moeder is daarom op zoek naar een eigen woning. De moeder heeft het gevoel dat zij bij nul heeft moeten beginnen nu zij haar baan heeft moeten opzeggen vanwege de afstand naar [moeder-kindhuis] . Dat was erg stressvol. De moeder ervaarde de ondertoezichtstelling aan het begin als steunend, maar ziet de jeugdbeschermer nu niet vaak meer. De moeder houdt zich graag aan de regels en wil geen fouten maken, omdat zij bang is dat dit invloed heeft op haar toekomst samen met de kinderen.

6.De beoordeling

Wettelijk kader
6.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
6.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW Pro kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
Inhoudelijke beoordeling
6.3.
Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de kinderrechter dat aan de voorwaarden voor de verlenging van de ondertoezichtstelling wordt voldaan. Er bestaan nog steeds kwetsbaarheden bij de moeder. Er is een plek voor haar en [minderjarige] bij een ouder-kind huis van [ouder-kindhuis] op de voorwaarde dat de moeder in de wachttijd start met een behandeling. Er wordt nog gezocht naar een passende behandeling. Het vervolg na [moeder-kindhuis] is dus nog niet zeker. Deze onzekerheid kan ertoe leiden dat [minderjarige] , die het nu goed doet, toch ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De moeder moet haar trauma’s nog verwerken. Bij oplopende stress is het nog niet zeker dat de moeder dan de juiste keuzes maakt. Daarnaast verloopt het contact met Team CAS, dat in een vrijwillig kader de betrokken is bij de halfzus van [minderjarige] , niet altijd positief. De verwachting is dat op het moment dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige] afloopt Team CAS ook betrokken zal raken voor hem (in het vrijwillig kader). Daar ziet de moeder erg tegenop en het is de vraag hoe dat dan gaat lopen. Bovendien zal de overdracht naar een vrijwillig kader op dit moment mogelijk voor een vertraging voor de plek bij [ouder-kindhuis] zorgen, gelet op de financieringsstroom. Het is daarom belangrijk dat de GI betrokken blijft om de regie te voeren over de behandeling van de moeder en het zoeken naar een vervolgplek van de moeder en [minderjarige] . De kinderrechter vindt het positief dat de moeder het goed doet, terwijl zij zelf geen makkelijk verleden heeft gehad. Zij doet enorm haar best om het beste voor [minderjarige] en voor de halfzus van [minderjarige] te doen. [moeder-kindhuis] biedt een veilige setting waarin de moeder kan groeien zodat [minderjarige] zich op een veilige manier kan ontwikkelen en de moeder en [minderjarige] een goede band kunnen opbouwen. Gelet daarop en het feit dat er enige tijd nodig is om de behandeling en de plek bij [ouder-kindhuis] rond te krijgen zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd worden met zes maanden en het overige deel worden aangehouden.
6.4.
De kinderrechter verwacht van de GI uiterlijk op na te melden
PRO FORMAdatum in een schriftelijk verslag (een en ander onder gelijktijdige verzending daarvan aan de moeder) nadere informatie over:
  • de stand van zaken rondom de behandeling van de moeder;
  • de stand van zaken rondom de vervolgplek van de moeder en [minderjarige] ;
  • of de GI het resterende verzoek handhaaft of intrekt;
  • het standpunt van de moeder indien het resterende verzoek wordt gehandhaafd.
Uitvoerbaar bij voorraad
6.5.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter vindt het in het belang van [minderjarige] dat de GI zonder onderbreking betrokken blijft bij hem.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 6 maart 2026 tot 6 september 2026;
7.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
7.3.
houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek van de GI tot het verlengen van de ondertoezichtstelling aan tot
6 augustus 2026 PRO FORMA, in afwachting van informatie van de GI zoals weergegeven onder rechtsoverweging 6.4.;
7.4.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 door mr. Van Triest, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.