De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 26 februari 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1937, te verlengen voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene lijdt aan Alzheimerdementie met frontale kenmerken en verblijft reeds met een machtiging tot 21 maart 2026 in een zorgaccommodatie.
Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn echtgenote, zoon, een arts en een verzorger gehoord. Betrokkene gaf aan het liefst thuis te willen zijn en ervaart zijn opname als onrecht. De arts stelde dat betrokkene achteruitgaat, gedragsproblemen vertoont, waaronder seksueel grensoverschrijdend gedrag, en dat opname noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen. De echtgenote en zoon onderschreven de noodzaak van een machtiging voor twaalf maanden, waarbij af en toe bezoek aan huis werd besproken.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn aandoening, waaronder psychische schade en verwaarlozing, en dat opname noodzakelijk en geschikt is. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt daarom verleend tot en met 26 februari 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.