Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2307

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
29 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444744 / FA RK 26-619
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie voor twaalf maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 26 februari 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1937, te verlengen voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene lijdt aan Alzheimerdementie met frontale kenmerken en verblijft reeds met een machtiging tot 21 maart 2026 in een zorgaccommodatie.

Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn echtgenote, zoon, een arts en een verzorger gehoord. Betrokkene gaf aan het liefst thuis te willen zijn en ervaart zijn opname als onrecht. De arts stelde dat betrokkene achteruitgaat, gedragsproblemen vertoont, waaronder seksueel grensoverschrijdend gedrag, en dat opname noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen. De echtgenote en zoon onderschreven de noodzaak van een machtiging voor twaalf maanden, waarbij af en toe bezoek aan huis werd besproken.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn aandoening, waaronder psychische schade en verwaarlozing, en dat opname noodzakelijk en geschikt is. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt daarom verleend tot en met 26 februari 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor twaalf maanden wegens ernstig nadeel door dementie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444744 / FA RK 26-619
Datum uitspraak: 26 februari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats],
advocaat mr. C.J.M. Veth uit Rijen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • echtgenote van betrokkene;
  • zoon van betrokkene;
  • de heer [naam 1], arts;
  • mevrouw [naam 2], verzorger.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een rechterlijke machtiging verleend tot en met 21 maart 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging bij [accommodatie].

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat er goed voor hem wordt gezorgd hier. Hij vindt het oké om hier te blijven, maar er gaat niets boven zijn eigen huis in [woonplaats], daar is hij het liefste. Betrokkene vindt het fijn om twee of drie keer per week naar [woonplaats] te kunnen gaan. Hij zegt dat de eerdere zitting hem erg heeft overvallen en dat het hem veel pijn heeft gedaan dat hij weg moest. Betrokkene vindt dat hem veel onrecht is aangedaan en dat hij erg wordt beperkt in zijn mogelijkheden.
4.2.
De arts zegt dat bij betrokkene de diagnose dementie is gesteld. De arts zegt dat betrokkene achteruitgaat en dat dat zichtbaar is. Met name is het karakter van betrokkene veranderd. Hij is erg gericht op zichzelf en achterdochtig. De arts zegt dat het hierdoor lastig is om met betrokkene samen te leven. Er zijn de afgelopen tijd meerdere onprettige situaties geweest die voornamelijk gaan over hoge eisen die betrokkene stelt aan dingen. Het gaat dan bijvoorbeeld over het krijgen van een borrel, het vervangen van gordijnen of hoeveel eieren betrokkene per dag wil. De toon die betrokkene gebruikt is dan niet prettig en als er niet wordt meegegaan in zijn verzoek, wordt betrokkene boos en beledigend. De arts zegt ook dat betrokkene seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoont door bepaalde opmerkingen te maken tegen het personeel. De arts zegt dat het voor betrokkene niet mogelijk is om te verhuizen naar een zorginstelling in de [wijk]; zij kunnen daar niet de juiste zorg bieden. Betrokkene krijgt medicatie die beperkt helpt. Het heeft soms een kalmerend effect, maar betrokkene neemt het wisselend in. De arts zegt dat betrokkene depressief is en een verzoek voor euthanasie heeft gedaan, maar dat dit verzoek niet wordt ingewilligd. De arts zegt dat betrokkene hier niet wil zijn; hij ervaart de opname als groot onrecht en voelt zich daarin niet gehoord. Betrokkene ligt vaak een hele dag op bed of weigert dingen te doen. De arts ziet geen ander alternatief dan een gedwongen opname. De arts vraagt zich af of het haalbaar is als betrokkene een keer per 14 dagen een dag naar huis gaat. Het is voor de echtgenote erg belastend.
4.3.
De zoon zegt dat zijn vader strijdbaar is. Hij wil graag naar een volgende stap toe kunnen werken. Dat maakt het lastig. De zoon heeft de voorkeur voor een machtiging voor de duur van twaalf maanden, hij ziet geen voordeel van een machtiging die korter is. Ook omdat hij ziet dat een zitting spanning met zich meebrengt. De zoon zegt dat betrokkene steeds meer wil; het gaat niet snel genoeg.
4.4.
De echtgenote zegt dat het voor betrokkene nooit genoeg is. Als hij een glas wijn krijgt, wil hij er nog een en dan vervolgens nog een. Ook zegt ze dat ze alles hebben geprobeerd toen betrokkene nog thuis was, maar alles wat ze voorstelden aan betrokkene, wilde hij niet. De echtgenote zou betrokkene graag een keer in de 14 dagen ophalen om een dag thuis te zijn. Ze weet dat dat voor haar zwaar is, maar ze wil het gaan proberen.
4.5.
De advocaat zegt dat betrokkene vindt dat hij goed verzorgd wordt, maar hij wil alsnog naar huis. Betrokkene heeft een verzoek tot euthanasie gedaan. Deze wens leeft bij betrokkene, maar de advocaat heeft het idee dat wanneer er meer kan voor betrokkene en hij meer vrijheid heeft, dat deze wens wat weg ebt. De advocaat vindt dat er moet worden gekeken naar het minder zwaar maken voor betrokkene door hem tegemoet te komen in zijn gevoelens. De advocaat vindt het fijn dat de optie om af en toe naar huis te gaan verder wordt onderzocht. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk Alzheimerdementie met frontale kenmerken.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene in toenemende mate afhankelijk is van dagelijkse ADL-zorg. Hij heeft bij alles sturing en aansporing nodig. Daarnaast heeft betrokkene geheugen- en gedragsproblemen. Tijdens de zorgverlening is betrokkene grensoverschrijdend in zijn bejegening. Zijn (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en zijn afweer maakt dat er een grote kans is op een gebrek aan zorg met verwaarlozing tot gevolg. Betrokkene is sneller somber vanwege het onrecht wat hij ervaart. Hij wordt daardoor steeds passiever. Betrokkene voelt zich bedrogen en voorgelogen.
5.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen en wil het liefste weer terug naar huis. Betrokkene zegt dat hij overvallen is en nooit opgenomen had mogen worden, dit was volgens hem nergens voor nodig.
5.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.6.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wzd.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats];
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 februari 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Klaveren, griffier, en op schrift gesteld op 19 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.