ECLI:NL:RBZWB:2026:2305

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
29 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444962 / FA RK 26-741
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning opvolgende zorgmachtiging wegens ernstige psychische stoornis en verwaarlozing

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 26 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1985. Betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en een stoornis in het middelengebruik, wat leidt tot ernstig nadeel zoals verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, agressie en gevaar voor de veiligheid.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden betrokkene, haar casemanager, begeleider en een invaller gehoord. De casemanager en begeleider bevestigden de noodzaak van zorg vanwege overlast, verwaarlozing en hulpbehoefte, terwijl betrokkene en haar advocaat het verzoek afwezen en alleen beperkte vormen van verplichte zorg accepteerden.

De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende vertrouwen is in zorg op vrijwillige basis, mede door de beperkte samenwerking met de GGZ. Daarom werd de zorgmachtiging voor twaalf maanden toegekend, met verplichte zorg in de vorm van medicatietoediening en periodiek contact met het ambulante team en het RIBW. Andere vormen van zorg werden afgewezen als niet noodzakelijk.

De beschikking is op 26 februari 2026 mondeling gegeven en op 16 maart 2026 schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatietoediening en contact met ambulante zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444962 / FA RK 26-741
Datum uitspraak: 26 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [persoon 1] , casemanager;
  • [persoon 2] , begeleider;
  • [persoon 3] , invaller.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 10 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene vindt dat ze geen zorgmachtiging nodig heeft.
4.2.
De casemanager zegt dat betrokkene wel zorg nodig heeft. Betrokkene veroorzaakt overlast en is verbaal agressief. Betrokkene verwaarloost zichzelf en haar leefomgeving. De casemanager zegt dat de situatie de laatste tijd wel wat verbeterd is. Zo kon het toedienen van het depot de laatste keer zonder politie-assistentie. Betrokkene gebruikte mogelijk samen met een andere bewoner drugs, maar deze bewoner is verhuisd. Dat heeft een goed effect op betrokkene. Daarnaast zijn er vanuit het RIBW nu vaste aanspreekpunten voor betrokkene. De casemanager zegt dat ze betrokkene vaker uitnodigen om langs te komen en dat werkt goed. Tot slot zegt de casemanager dat een opname niet nodig is omdat het niet proportioneel is. Betrokkene staat op een wachtlijst voor een woning.
4.3.
De begeleider sluit zich aan bij de casemanager. Het gebruik van betrokkene is verminderd. Betrokkene heeft veel hulp nodig bij andere zaken, zoals het schoonmaken van haar kamer.
4.4.
De advocaat verzoekt afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil geen zorgmachtiging en vindt dat er niet is voldaan aan de wettelijke vereisten. Als de rechtbank besluit om de zorgmachtiging wel toe te wijzen dan verzoekt hij alleen het toedienen van medicatie en contact met de GGZ en het RIBW als vormen van verplichte zorg op te nemen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een schizofreniespectrumstoornis en een stoornis in het middelengebruik.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene volledig door haar wanen in beslag wordt genomen. Hierin wordt ze achtervolgd en verkracht. Betrokkene is hierdoor achterdochtig, geagiteerd en verbaal agressief. Betrokkene veroorzaakt overlast op straat doordat ze veel schreeuwt. Daarnaast vervuilt betrokkene zichzelf en haar leefomgeving.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene vindt dat ze geen zorg nodig heeft. Op dit moment is de samenwerking met het RIBW goed, maar met de GGZ niet. De rechtbank heeft hierdoor onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken.
5.8.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
  • het toedienen van medicatie;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende periodiek contact houden met het ambulante team en het RIBW.
5.8.1.
De overige verzochte vormen van verplichte zorg wijst de rechtbank af omdat deze niet noodzakelijk en voorzienbaar zijn.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen zoals genoemd onder 5.8 kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 februari 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.