ECLI:NL:RBZWB:2026:2297

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
11769689 \ CV EXPL 25-2278
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van der Burgt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:96 BWArt. 1:14 BWArt. 6a RvArt. 9 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Passagiers vorderen compensatie en rente wegens vertraagde vlucht van Corendon Airlines

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten met Corendon Airlines voor een vlucht van Düsseldorf naar Antalya op 2 juli 2024. De vlucht had een vertraging van vijf uur en eenenvijftig minuten bij aankomst. De passagiers vorderden compensatie van € 2.000,00, gebaseerd op bevestigingen van Corendon die de vordering erkende maar pas na dagvaarding betaalde.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat zij bevoegd was de zaak te behandelen, ondanks het internationale karakter en de vestigingsplaats van Corendon in Turkije. Corendon betaalde de hoofdsom uiteindelijk op 30 oktober 2025, maar was daarmee te laat.

De rechtbank veroordeelde Corendon tot betaling van wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de dag van de vertraging tot de betaling, een vergoeding van € 300,00 voor buitengerechtelijke incassokosten, en de proceskosten van € 946,92. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Corendon wordt veroordeeld tot betaling van compensatie, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten aan de passagiers.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11769689 \ CV EXPL 25-2278
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van

1.[passagier 1] ,2. [passagier 2] ,

beiden wonende te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: de passagiers,
gemachtigde: Stichting Rechtsbijstand ZLM,
tegen
JOINT STOCK COMPANY (TURKIJE) TURISTIK HAVA TASIMACILIK ANONIM SIRKETI, H.O.D.N. CORENDON AIRLINES,
statutair gevestigd te Istanboel,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Corendon,
gemachtigde: mr. B.S. Friedberg.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 juni 2025 met producties 1 t/m 6;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek met één productie;
- de nadere akte van repliek van de passagiers.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met Corendon een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Corendon de passagiers zou vervoeren van Düsseldorf (Duitsland) naar Antalya (Turkije) op 2 juli 2024, hierna: de vlucht.
2.2.
De vlucht is met een vertraging van vijf uur en eenenvijftig minuten op de eindbestemming aangekomen.
2.3.
De passagiers hebben compensatie van Corendon gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
2.4.
Corendon heeft op 14 augustus 2024 aangegeven tot betaling van € 2.000,00 (zijnde € 400,00 per passagier) over te gaan. Corendon is echter pas na dagvaarding van 18 juni 2025, op 30 oktober 2025, tot betaling van voornoemd bedrag overgegaan.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers vorderen bij dagvaarding - samengevat - veroordeling van Corendon tot betaling van € 2.000,00, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
De passagiers leggen aan de vordering ten grondslag dat het recht op betaling van de compensatie van € 2.000,00, blijkt uit de bevestigingen van Corendon. Zij erkent de vordering en geeft aan tot betaling over te gaan, maar is tot het moment van dagvaarding niet tot betaling overgegaan.
3.3.
Corendon refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter. Corendon heeft de hoofdsom van € 2.000,00 op 30 oktober 2025 betaald.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bevoegdheid
4.1.
Allereerst dient de kantonrechter ambtshalve te beoordelen of zij bevoegd is van het geschil kennis te nemen. Deze vraag moet, gelet op het internationale karakter van de procedure en het feit dat de vervoerder is gevestigd in Istanboel, Turkije, beoordeeld worden aan de hand van de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
4.2.
Vast staat dat zowel de heen- als de terugvlucht gepland waren om te gaan van Düsseldorf, Duitsland, naar Antalya, Turkije, en vice versa. In het arrest van 9 juli 2009 (Rehder, C-204/08) heeft het Hof geoordeeld dat zowel de plaats van vertrek als de plaats van aankomst van het vliegtuig gelijkelijk worden beschouwd als de plaatsen waar de diensten die het voorwerp van een luchtvervoersovereenkomst uitmaken, hoofdzakelijk worden verstrekt. Gelet hierop oordeelt de kantonrechter dat de verbintenissen uit de vervoersovereenkomst in Duitsland en Turkije hadden moeten worden uitgevoerd in de zin van artikel 6a, aanhef en onder b Rv. De kantonrechter kan haar bevoegdheid dus niet aan deze grondslag ontlenen.
4.3.
Artikel 9 Rv Pro bepaalt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft indien het geschil een rechtsbetrekking betreft die ter vrije bepaling van partijen staat en de gedaagde in de procedure is verschenen niet uitsluitend of mede met het doel de rechtsmacht van de Nederlandse rechter te betwisten. De onderhavige procedure betreft een rechtsbetrekking die ter vrije bepaling staat van partijen. De vervoerder is in de procedure verschenen en heeft de rechtsmacht van de Nederlandse rechter niet betwist. Daarom is de Nederlandse rechter (absoluut) bevoegd om van de vordering kennis te nemen.
4.4.
Resteert de vraag of de kantonrechter te Middelburg (relatief) bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Als hoofdregel heeft te gelden dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd is (artikel 99 lid 1 Rv Pro). De vervoerder is echter gevestigd in Istanboel, Turkije. Gesteld noch gebleken is dat de onderhavige procedure een aangelegenheid betreft die het kantoor van de vervoerder te Schiphol betreft in de zin van artikel 1:14 BW Pro.
4.5.
Gezien de hoogte van de vordering en gelet ook op de aard daarvan (een zaak betreffende een consumentenovereenkomst) acht de kantonrechter zich op de voet van artikel 93 sub a Rv Pro en artikel 101 Rv Pro bevoegd deze zaak te behandelen en te beslissen.
Gevorderde hoofdsom
4.6.
Nu Corendon de gevorderde hoofdsom van € 2.000,00 heeft erkend en reeds heeft voldaan, resteert slechts de beoordeling van de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag, de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. De passagiers handhaven de vordering.
Kosten
4.7.
Nu Corendon de gevorderde hoofdsom heeft erkend (en na dagvaarding heeft betaald), is zij ook de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd over € 2.000,00, met ingang van 2 juli 2024 tot 30 oktober 2025.
4.8.
De passagiers vorderen vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De passagiers hebben voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De passagiers hebben daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 300,00 worden toegewezen.
4.9.
Corendon is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagiers worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
147,42
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
946,92
4.10.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de buitengerechtelijke kosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Corendon om aan de passagiers te betalen de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 2.000,00, met ingang van 2 juli 2024 tot 30 oktober 2025,
5.2.
veroordeelt Corendon om aan de passagiers te betalen een bedrag van € 300,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 18 juni 2025 tot de dag der algehele voldoening,
5.3.
veroordeelt Corendon in de proceskosten van € 946,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Corendon niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Corendon tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.