Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De huurder heeft vanaf 4 mei 2020 een woning gehuurd van Laurentius, waarbij de huurovereenkomst op 17 december 2021 is geëindigd. Na het einde van de huur ontstond een huurachterstand en gebruiksvergoeding van €3.477,41, welke niet werd betwist door de huurder.
Laurentius vorderde daarnaast herstelkosten voor het in goede staat brengen van de woning, maar kon geen beschrijving van de woning bij aanvang van de huur overleggen. Hierdoor rustte de bewijslast op Laurentius om aan te tonen dat de woning slechter was achtergelaten dan bij aanvang. De huurder betwistte dit, maar de rechtbank oordeelde dat Laurentius voldoende bewijs leverde voor een deel van de herstelkosten.
De rechtbank wees de vordering tot betaling van €2.853,98 aan herstelkosten toe, naast de huurachterstand en gebruiksvergoeding. Tevens werden wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van €836,80 toegewezen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.474,39. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, gebruiksvergoeding, herstelkosten, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.