ECLI:NL:RBZWB:2026:2274
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 27 maart 2026 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster uit een plaats in Nederland.
Het verzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht van €54,- niet binnen de gestelde termijn is betaald. De griffier had verzoekster per aangetekende brief op 4 februari 2026 in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen vier weken te voldoen. Deze brief is op 10 februari 2026 bezorgd en ondertekend ontvangen, maar betaling bleef uit.
Verzoekster heeft geen verontschuldiging gegeven voor het niet betalen van het griffierecht. Op grond van artikel 8:83 lid 3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het verzoek daarom niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk heeft beoordeeld en het bestreden besluit in stand blijft.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.