Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 28 januari 2026;
- de brief met bijlagen van mr. Nuijten van 16 februari 2026.
- een vertegenwoordiger van de GI;
- een vertegenwoordiger van de Raad.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
gelegen voor 8 juli 2026. De kinderrechter verwacht dat de GI
uiterlijk één week voorafgaand aan de nadere zittingschriftelijk zal informeren over het verloop van de ondertoezichtstelling, de doelen van de ondertoezichtstelling en over het contact tussen [minderjarige] en de moeder, zodat zij kan beoordelen of een verlenging van de ondertoezichtstelling nog doelmatig is en te verwachten is dat er binnen afzienbare tijd (verdere) verandering en verbetering komt in de situatie van moeder.
Uitvoerbaar bij voorraad
6.De beslissing
gelegen voor 8 juli 2026, tegen welke zitting de GI, de (advocaat van de) vader, de (advocaat van de) moeder en de Raad dienen te worden opgeroepen;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.