ECLI:NL:RBZWB:2026:2245

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
11814356 \ CV EXPL 25-3777 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Tilman-Knoester
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 lid 1 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst tweedehands auto wegens non-conformiteit en ongeschiktheid voor veilig gebruik

In deze civiele bodemzaak vordert eiser ontbinding van de koopovereenkomst van een tweedehands auto die hij via Marktplaats van gedaagde heeft gekocht. De auto vertoonde ernstige gebreken, waaronder een vervormde hoofddwarsbalk en een ontbrekende stootbalk, waardoor deze niet geschikt was voor normaal en veilig gebruik en bij een latere APK-keuring werd afgekeurd.

Eiser had voorafgaand aan de koop een proefrit gemaakt, de auto visueel geïnspecteerd en de APK-historie geraadpleegd. Na constatering van de gebreken stelde eiser gedaagde in gebreke en ontbond de koopovereenkomst buitengerechtelijk. Gedaagde betwistte de ontbinding en stelde dat de gebreken niet bij verkoop aanwezig waren.

De rechtbank oordeelt dat de gebreken al vóór de verkoop aanwezig waren, mede op basis van een deskundigenrapport dat de schade als ouder dan 15 maanden kwalificeert. De auto voldeed niet aan de overeenkomst omdat de gebreken de verkeersveiligheid in gevaar brachten en niet onder normale slijtage vielen. Eiser had zijn onderzoeksplicht niet geschonden. De ontbinding wordt toegewezen, gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van de koopprijs, schadevergoeding, incassokosten en proceskosten, en tot medewerking aan de overschrijving van het kenteken en het ophalen van de auto.

Uitkomst: De koopovereenkomst wordt ontbonden en de verkoper veroordeeld tot terugbetaling van de koopprijs, schadevergoeding, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
Zaaknummer: 11814356 \ CV EXPL 25-3777
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. N.G. Klaassen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De zaak in het kort

In deze zaak gaat het over de vraag of [eiser] gerechtigd was de koopovereenkomst van een tweedehands auto te ontbinden. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is, omdat aannemelijk is dat de gebreken al aanwezig waren toen de auto aan hem werd verkocht; de auto niet geschikt is voor normaal en veilig gebruik op de weg en [eiser] aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan. Als gevolg van deze ontbinding moet [gedaagde] onder andere de koopsom terugbetalen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 16 producties,
- de ter rolzitting van 6 augustus 2025 genomen conclusie van antwoord zijdens [gedaagde] met een productie,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 20 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Partijen zijn beiden particulieren.
3.2.
[eiser] heeft op 29 februari 2024 via Marktplaats van [gedaagde] een tweedehands auto van het merk Nissan type Almera Tino met [kenteken] (hierna: de auto) gekocht voor een bedrag van € 2.200,00. De auto was op dat moment 21 jaar oud en had een kilometerstand van 92.398 km.
3.3.
In de marktplaatsadvertentie stond onder meer vermeld dat de auto altijd op tijd onderhoud heeft gehad, perfect rijdt en schakelt, geen enkel probleem heeft en dat [gedaagde] de tweede eigenaar is.
3.4.
[eiser] heeft voorafgaand aan de koop een proefrit gemaakt en de auto visueel van binnen, buiten en van onderen bekeken. Daarnaast heeft hij de APK-historie en de WOK-status van de auto geraadpleegd. Daarbij zijn geen bijzonderheden gebleken. De laatste APK van 4 mei 2023 vermeldde goedkeuring na reparatie, met als enig aandachtspunt een onjuist afgesteld dimlicht. Ten tijde van de koop had de auto een geldige APK geldig tot 4 juli 2024
3.5.
Vier maanden nadat [eiser] de auto van [gedaagde] gekocht had, is de auto bij een APK-keuring in juli 2024 met een kilometerstand van 93.421 km afgekeurd wegens vervorming van de hoofddwarsbalk, een ondeugdelijk bevestigde linker koplamp en een onjuiste licht-donkerscheiding van het rechter dimlicht.
3.6.
[eiser] heeft [gedaagde] na de afkeuring per e-mail benaderd en hem op 31 juli 2024 in gebreke gesteld met een termijn voor herstel en aankondiging van ontbinding dan wel verhaal van herstelkosten. [gedaagde] heeft geen herstel verricht. [eiser] heeft daarop de koopovereenkomst bij brief van 5 augustus 2024 buitengerechtelijk ontbonden. [gedaagde] betwist de ontbinding.
3.7.
[eiser] heeft [schadeherstelbedrijf] ingeschakeld die de herstelkosten begroot op € 2.802,00 en daarbij het volgende bericht (productie 13 bij dagvaarding):
“deze schade is zonder twijfel veroorzaakt door een botsing. zeer waarschijnlijk met een paal. de schade is zeer waarschijnlijk al ouder dan 15 maanden aan de roestvorming te zien. op de afbeelding van de apk is duidelijk te zien dat het al flink veroest is. roest ontstaat door metaal dat kaal is geworden, en er water en pekel bij komt. dat verstelt het roestproces enorm.
de koplamp is toen bij de verkoper al vervangen. Dit kun je ook zien omdat het glas minder helder is rechts. de linkse is toen vernieuwd. en dit heeft de verkoper zelf ook bevestigd.
de koplamp had nooit onbeschadigd kunnen blijven met dit schadebeeld.
deze auto komt niet door de apk omdat er technische problemen mee zijn. waarbij de veiligheid ook erg in gevaar komt. er is namelijk een stootbalk die ontbreekt, deze vangt de eerste klap op als er een ongeluk mee gebeurd, en bied tevens ook stevigheid voor de auto. daarbij komt ook dat de radiateur niet goed vast zit. zit er helemaal scheef en verdraait in. de onderste balk is ernstig ontzet, de auto is een gevaar voor eigen gebruik. betreft hier niet alleen een cosmetische schade maar ook een zwaar toegetakelde technische schade.”
3.8.
De auto is per 15 augustus 2024 bij de RDW geschorst. Omdat partijen niet tot een oplossing zijn gekomen, is [eiser] deze procedure gestart.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert - kort samengevat - dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat de koopovereenkomst per 5 augustus 2024 rechtsgeldig is ontbonden dan wel de koopovereenkomst ontbindt of vernietigt,
II. [gedaagde] veroordeelt tot terugbetaling van de koopprijs van € 2.200,00 althans een door de rechter te bepalen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente,
III. [gedaagde] veroordeelt om binnen drie werkdagen na ontvangst van de tenaamstellingscode en het kentekenbewijs mee te werken aan overschrijving van het kenteken van de auto alsmede het vrijwaringsbewijs aan [eiser] te overleggen op straffe van een dwangsom,
IV. [gedaagde] veroordeelt om de auto bij [eiser] op te halen,
V. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 697,11 aan schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente,
VI. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 501,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente,
VII. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.
4.2.
[eiser] legt – kort samengevat – aan zijn vorderingen ten grondslag dat de door [gedaagde] geleverde auto ernstige gebreken vertoont, te weten een vervormde hoofddwarsbalk en een ontbrekende stootbalk. Hierdoor is de auto onveilig, afgekeurd voor de APK en niet te gebruiken. Volgens [eiser] waren deze gebreken bij levering al aanwezig en levert dit een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde] op. Omdat herstel niet eenvoudig of goedkoop mogelijk is, rechtvaardigt dit ontbinding van de overeenkomst. Subsidiair beroept [eiser] zich op dwaling. [eiser] wenst ongedaanmaking van de overeenkomst en vergoeding van schade, rente en (proces)kosten.
4.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . Hij stelt dat hij de auto maar één jaar in bezit heeft gehad en dat de auto bij de laatste aan de verkoop voorafgaande APK op 4 mei 2023 is goedgekeurd. Daarom gelooft [gedaagde] niet dat de gestelde gebreken bij verkoop al aanwezig waren. Verder stelt [gedaagde] dat hij bij de verkoop steeds open en transparant is geweest en [eiser] de gelegenheid heeft geboden voorafgaand aan de koop een eigen inspectie of APK bij een garage uit te laten voeren. [eiser] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Bestond het gebrek bij aflevering?
5.1.
In juli 2024 is tijdens een APK-keuring vastgesteld dat de hoofddwarsbalk van de auto vervormd is. Volgens een verklaring van [schadeherstelbedrijf] ontbreekt ook een stootbalk en is zowel de vervorming als het ontbreken van de stootbalk het gevolg van een botsing. Gelet op de aanwezige roestvorming stelt [schadeherstelbedrijf] dat de schade ouder is dan 15 maanden. Dit betekent dat de schade al moet zijn ontstaan ruim vóór de verkoop aan [eiser] .
5.2.
[schadeherstelbedrijf] geeft verder aan dat bij dit schadebeeld de koplamp niet onbeschadigd kan zijn gebleven. Gebleken is dat de koplamp in het verleden inderdaad is vervangen. Vast staat dat de eerste eigenaar, de opa van een vriendin van [gedaagde] , dit heeft gedaan voordat hij de auto aan [gedaagde] verkocht. Dit bevestigt het vermoeden dat de vervorming van de hoofddwarsbalk en het ontbreken van de stootbalk zijn ontstaan door een eerdere botsing, dus vóór de levering aan [eiser] .
5.3.
[gedaagde] heeft dit onvoldoende betwist en heeft niet aannemelijk gemaakt dat de schade pas na de verkoop aan [eiser] is ontstaan. Dat de auto in mei 2023 door de APK kwam, is daarvoor niet genoeg. Een APK is namelijk slechts een controle op één moment en biedt geen garantie dat alle schade wordt ontdekt. Schade zoals deze, die volgens partijen pas goed zichtbaar is als de auto op een brug staat, kan bij zo’n keuring worden gemist. Ook als de auto toen op een brug is bekeken, kan niet worden uitgesloten dat de schade over het hoofd is gezien.
5.4.
Alles bij elkaar vindt de kantonrechter het aannemelijk dat de gebreken - de vervormde hoofddwarsbalk en het ontbreken van de stootbalk - al aanwezig waren toen de auto aan [eiser] werd verkocht.
Beantwoordde de auto aan de overeenkomst?
5.5.
De volgende vraag is of de auto met deze gebreken voldeed aan wat [eiser] op basis van de overeenkomst mocht verwachten. Daarvoor geldt het volgende juridische kader.
5.6.
Volgens de wet (artikel 7:17 lid 1 BW Pro) moet een verkochte zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Dat houdt in dat de koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. Daarbij zijn ook de aard van de zaak en wat de verkoper erover heeft gezegd van belang. De koper hoeft niet te twijfelen aan de aanwezigheid van deze normale eigenschappen.
5.7.
Bij de koop van een tweedehands auto die bedoeld is om aan het verkeer deel te nemen, geldt volgens vaste rechtspraak dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt als er een gebrek is dat de verkeersveiligheid in gevaar brengt en dat voor de koper niet eenvoudig te ontdekken of te herstellen is. Dit betekent niet dat ieder gebrek meteen maakt dat een tweedehands auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. Wie een gebruikte auto koopt, moet - afhankelijk van de leeftijd, de prijs, de kilometerstand en de onderhoudsstaat - rekening houden met normale slijtage en met het feit dat reparaties nodig kunnen zijn. De koper mag verwachten dat de auto zich in een staat bevindt die past bij deze omstandigheden.
Ernstige of bijzondere gebreken die zich al kort na de koop voordoen en die niet passen bij de leeftijd, kilometerstand en onderhoudsgeschiedenis van de auto, hoeft een koper niet te verwachten. In dat geval kan sprake zijn van een auto die niet aan de overeenkomst beantwoordt.
5.8.
Aan de hand van dit kader zal de kantonrechter nu beoordelen of de auto voldeed aan wat [eiser] daarvan mocht verwachten.
5.9.
[eiser] heeft een 21 jaar oude auto gekocht voor een relatief lage prijs. Dat betekent dat hij geen auto in perfecte staat mocht verwachten. Hij moest rekening houden met normale slijtage en kleinere gebreken die passen bij de leeftijd van de auto. Een vervormde hoofddwarsbalk en het ontbreken van een stootbalk vallen echter niet onder normale slijtage of ouderdomsgebreken. Dit zijn geen kleine mankementen, maar ernstige gebreken die het normale risico van een oude auto te boven gaan. De hoofddwarsbalk en de stootbalk zijn immers belangrijke onderdelen voor de veiligheid van de auto. Vast staat dat de auto hierdoor bij de APK is afgekeurd, dat de gebreken niet eenvoudig voor [eiser] te ontdekken waren en dat herstelkosten hoger zijn dan de koopprijs.
5.10.
Door deze gebreken is de auto niet geschikt voor normaal en veilig gebruik op de weg. De auto had dus niet de eigenschappen die [eiser] mocht verwachten en beantwoordt daarom niet aan de overeenkomst. In juridische termen wordt dit ook wel non-conformiteit genoemd.
Onderzoeksplicht van koper
5.11.
Bij de koop van een tweedehands auto rust op de koper een zekere onderzoeksplicht. Deze onderzoeksplicht kan er aan in de weg staan dat de koper zich met succes beroept op non-conformiteit. Dat kan het geval zijn als het gaat om gebreken die een koper bij een redelijk onderzoek voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst had kunnen ontdekken. Van de koper mag worden verwacht dat hij de auto bezichtigt en let op zichtbare of kenbare gebreken. Een uitgebreid technisch of specialistisch onderzoek hoeft echter niet te worden verricht, tenzij daartoe concrete aanleiding bestaat.
5.12.
[gedaagde] heeft zich - zo begrijpt de kantonrechter - op het standpunt gesteld dat [eiser] geen beroep kan doen op non-conformiteit omdat hij zijn onderzoeksplicht heeft geschonden. [gedaagde] heeft in dat verband aangevoerd dat hij voorafgaand aan de verkoop heeft aangeboden om de auto op kosten van [eiser] APK te laten keuren dan wel te laten inspecteren bij een garage, maar dat [eiser] dat niet wilde. De kantonrechter vindt dat [eiser] daarmee niet zijn onderzoeksplicht heeft geschonden. Het enkele aanbod van [gedaagde] om een aanvullende keuring of inspectie te laten verrichten, brengt nog niet mee dat [eiser] verplicht was zo’n extra onderzoek te laten uitvoeren. Het nalaten daarvan kan niet zonder meer als een schending van de onderzoeksplicht worden aangemerkt.
5.13.
Vast staat dat [eiser] voorafgaand aan de koop een proefrit heeft gemaakt, de auto heeft bekeken, de WOK-status heeft gecontroleerd en de APK-historie heeft ingezien. Daarnaast heeft [gedaagde] meegedeeld dat de auto in orde was, tijdig onderhouden was en goed reed. Dit alles gaf [eiser] geen reden om te twijfelen aan de staat van de auto en verder onderzoek te doen. Daarbij weegt mee dat partijen het er over eens zijn dat het gebrek pas goed zichtbaar is wanneer de auto op een brug staat. Zonder concrete aanwijzingen voor schade hoefde [eiser] niet te verwachten dat er een ernstig technisch gebrek aanwezig was. Onder deze omstandigheden mocht van [eiser] geen verdergaand onderzoek voorafgaand aan de koop worden verlangd.
5.14.
De kantonrechter komt dan ook tot de conclusie dat [eiser] aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan. Deze plicht staat dus niet in de weg aan zijn beroep op non-conformiteit.
Onwetendheid verkoper
5.15.
Zoals hiervoor is overwogen, gaat de kantonrechter ervan uit dat de schade al aanwezig was toen de auto aan [eiser] werd verkocht. Dat [gedaagde] zegt niet van de schade te hebben geweten, maakt hiervoor juridisch geen verschil.
5.16.
Bij non-conformiteit gaat het er om of de geleverde auto de eigenschappen heeft die een koper mocht verwachten. Aansprakelijkheid hangt dus niet af van schuld of kennis van de verkoper. Ook als [gedaagde] niet wist van de vervormde hoofddwarsbalk en het ontbreken van de stootbalk, is de auto non-conform en blijft hij aansprakelijk.
Conclusie: ontbinding door [eiser] en de gevolgen daarvan
5.17.
Nu is vastgesteld dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, mocht [eiser] de koopovereenkomst ontbinden. De gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst is ontbonden, wordt daarom toegewezen.
5.18.
Door de ontbinding moeten partijen over en weer ongedaan maken wat zij op grond van de koop hebben ontvangen. [eiser] moet de auto weer ter beschikking stellen aan [gedaagde] . [gedaagde] moet de koopprijs aan [eiser] terugbetalen en de schade vergoeden, voor zover die voor vergoeding in aanmerking komt.
5.19.
De gevorderde terugbetaling van de koopprijs wordt daarom toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 december 2024.
5.20.
De vorderingen om [gedaagde] te verplichten de auto op te halen en het kenteken weer op zijn naam te zetten, zijn niet betwist en worden toegewezen. De kantonrechter stelt hiervoor een termijn van 14 dagen. Aan deze verplichtingen wordt een dwangsom verbonden, met een maximum zoals vermeld in de beslissing.
5.21.
[eiser] vordert daarnaast vergoeding van betaalde verzekeringspremies, wegenbelasting en APK-kosten. Deze kosten kwalificeren niet als schade. Het gaat om normale gebruikskosten die [eiser] ook had moeten maken als de auto geen gebreken had gehad. Deze kosten zijn daarom niet het gevolg van de non-conforme staat van de auto en komen niet voor vergoeding in aanmerking. De kosten voor het schorsen van de auto houden wel rechtstreeks verband met de gebreken en worden daarom wel toegewezen. De daarover gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding nu niet gesteld is dat [gedaagde] ten aanzien van deze kosten vanaf 5 december 2024 in verzuim verkeerde.
5.22.
Tot slot vordert [eiser] vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De overeenkomst is bij brief van 5 augustus 2024 buitengerechtelijk ontbonden. Daardoor is voor [gedaagde] een verplichting ontstaan om de koopprijs terug te betalen. Bij brief van 19 november 2024 is [gedaagde] vervolgens gesommeerd tot betaling, waarbij tevens aanspraak is gemaakt op buitengerechtelijke incassokosten en een betalingstermijn van veertien dagen is gegeven. Deze brief voldoet aan de vereisten van de in artikel 6:96 lid 6 Burgerlijk Pro Wetboek bedoelde aanmaning. Nu [gedaagde] niet binnen de gestelde termijn tot betaling is overgegaan, is hij in verzuim geraakt en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. De buitengerechtelijke incassokosten en de daarover gevorderde wettelijke rente zijn toewijsbaar tot een bedrag van € 399,30. Dit bedrag komt overeen met het tarief zoals bepaald in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en is berekend over de hoofdsom waarvoor in de 14-dagenbrief betaling is verlangd, te weten de terug te betalen koopprijs.
Proceskosten
5.23.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
108,50
Totaal
704,50

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
verklaart voor recht dat de koopovereenkomst die op 29 februari 2024 tussen partijen is gesloten per 5 augustus 2024 buitengerechtelijk is ontbonden,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag, met ingang van 5 december 2024 tot de dag van volledige betaling,
6.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 29,10 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag, met ingang van de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,
6.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 399,30 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 5 december 2024, tot de dag van volledige betaling,
6.5.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen nadat [eiser] de tenaamstellingscode en het kentekenbewijs ontvangen heeft mee te werken aan overschrijving van de auto op naam van [gedaagde] en een vrijwaringsbewijs aan [eiser] te overleggen, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag(deel) dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft en met een maximum van € 5.000,00,
6.6.
veroordeelt [gedaagde] om de auto op te halen bij [eiser] ,
6.7.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 704,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op
25 maart 2026.