Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) van 14 oktober 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 20 augustus 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV heeft als reden voor de overschrijding het tekort aan verzekeringsartsen en het nog uit te voeren sociaal medisch onderzoek aangevoerd. De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om het besluit alsnog te nemen, rekening houdend met de noodzaak van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat het besluit na de gestelde termijn uitblijft, met een maximum van € 15.000,-. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 26 maart 2026.