ECLI:NL:RBZWB:2026:2208

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444673 / FA RK 26-587
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene met verstandelijke beperking en psychische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 23 februari 2026 een verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) behandeld tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1992, die verblijft in een accommodatie voor zorg.

Betrokkene lijdt aan een licht verstandelijke beperking, psychosegevoeligheid, trauma gerelateerde klachten en een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis. Zij is seksueel uitgebuit en verslaafd geraakt, wat heeft geleid tot onveiligheid en gedragsproblemen. Vrijwillige opname is niet haalbaar gebleken, omdat betrokkene zich verzet en onhandelbaar wordt.

De rechtbank stelt vast dat het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Opname en verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit te voorkomen, mede omdat betrokkene een omgeving met structuur en intensieve begeleiding nodig heeft.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde effect bereiken. De rechtbank verleent daarom de machtiging voor de duur van zes maanden, tot en met 23 augustus 2026. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden vanwege ernstig nadeel en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444673 / FA RK 26-587
Datum uitspraak: 23 februari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
verblijvende in een accommodatie van [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. M.J.J. Spieringhs uit Eindhoven.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , behandelaar.
1.3.
Tevens waren bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar zijn niet gehoord:
  • mevrouw [persoon 2] , mentor;
  • mevrouw [persoon 3] , verpleegkundige in opleiding tot specialist;
  • mevrouw [persoon 4] , senior begeleider;
  • mevrouw [persoon 5] , senior begeleider.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank Limburg, locatie Roermond heeft een machtiging verleend tot en met 25 februari 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in de accommodatie van [accommodatie] .
2.2.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
4.
De standpunten
4.1.
Betrokkene brengt samengevat naar voren dat zij graag een rechterlijke machtiging wil. Meer dan anderhalf jaar lang is betrokkene seksueel uitgebuit en verslaafd geraakt waarbij zij steeds in de war en onder de blauwe plekken terug kwam bij [accommodatie] . Betrokkene wil graag een rechterlijke machtiging voor haar eigen veiligheid. Ze voelt zich vaak onveilig wanneer de mannen die haar seksueel hebben uitgebuit oer het terrein rondrijden. Betrokkene woont al langere tijd met plezier bij [accommodatie] maar sinds er contact is met de mannen wordt ze onhandelbaar en doet ze naar tegen begeleiding. Betrokkene is van mening dat ze sindsdien een totaal ander mens is geworden.
4.2.
De behandelaar geeft aan dat een verblijf op vrijwillige basis niet haalbaar is voor betrokkene. Wanneer betrokkene weg wil, zet ze heel veel in om toch weg te gaan. Zo heeft betrokkene in het weekend rond kerst onder andere de ramen opengebroken, aldus de behandelaar. Wanneer betrokkene weggaat dan traumatiseert ze met alle problemen die zij net heeft toegelicht. Op het moment dat betrokkene rustig is, dan zijn er goede afspraken met haar te maken. Maar wanneer betrokkene weg wil dan is het lastig.
4.3.
De advocaat geeft aan dat zij het standpunt herkent van de behandelaar. Het is voor betrokkene fijn als er een vangnet is.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap met een psychische stoornis. Betrokkene is bekend met een licht verstandelijke beperking. Daarnaast is zij bekend met psychosegevoeligheid, trauma gerelateerde klachten en een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt. Betrokkene is bekend met een bewogen en beschadigde voorgeschiedenis. Op het moment dat betrokkene de accommodatie verlaat begeeft zij zich in criminele kringen waar zij veel drugs gebruikt en/of toegediend krijgt. Ook wordt hier op een gewelddadige manier seksueel misbruik van haar gemaakt. Betrokkene laat anderen over haar grenzen heen gaan en zij raakt in situaties die zij vanuit haar cognitieve beperking en haar psychische klachten niet kan overzien. Voorts stelt betrokkene zich zorgmijdend op als zij boosheid of verdriet ervaart. Zij trekt zich dan terug op haar kamer of wil weglopen.
5.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene voor langere tijd een omgeving nodig heeft met veel duidelijkheid, structuur en een intensief begeleidings- en behandelingskader om stabiel te blijven, zich te ontwikkelen en de behandeling aan te gaan.
5.5.
Betrokkene verzet zich hiertegen als ze niet in goeden doen is. Betrokkene wil dan weg en snapt niet dat [accommodatie] zich zorgen maakt om haar. Voorts wil betrokkene dan meer vrijheid, haar eigen spullen en zelf dingen beslissen.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene is op dit moment niet stabiel genoeg om weerstand te bieden tegen negatieve beïnvloeding en zoekt deze ook zelf op. Hierdoor stagneert haar ontwikkeling en is er een risico op hertraumatisering en het doormaken van onbehandelde psychoses.
5.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 5 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.