Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Van Kampen;
- mevrouw [persoon 1] , behandelaar;
2.Het verzoek
3.De standpunten
4.De beoordeling
De beslissing
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 23 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een recidiverende psychotische stoornis binnen het schizofreniespectrum.
Betrokkene gaf tijdens de zitting aan het goed te maken en haar HIV-medicatie te gebruiken. Zij is het niet eens met het verzoek en wil de behandeling op vrijwillige basis voortzetten, met aandacht voor het herstellen van de vertrouwensrelatie met het FACT-team. De behandelaar stelde dat een zorgmachtiging noodzakelijk was vanwege zorgen over betrokkene, waaronder een incident in haar woning en vermeende overlastmeldingen, maar concrete recente meldingen ontbraken in het dossier.
De rechtbank constateerde dat betrokkene momenteel geen verzet toont tegen de noodzakelijke zorg en openstaat voor behandeling en medicatie. Gezien het ontbreken van recente overlastgegevens en de vrijwillige medewerking van betrokkene, concludeerde de rechtbank dat niet aan de wettelijke criteria voor een zorgmachtiging wordt voldaan.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig meewerkt aan noodzakelijke zorg.