ECLI:NL:RBZWB:2026:2203

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444750 / FA RK 26-625
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met psychotische stoornis en verstandelijke beperking

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 23 februari 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 2001, voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis binnen het schizofreniespectrum en een verstandelijke beperking, wat leidt tot ernstig nadeel zoals psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals een behandelaar, een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en de vader van betrokkene. Uit de medische verklaringen en het zorgplan blijkt dat betrokkene zonder verplichte zorg zijn medicatie staakt en zich onttrekt aan zorg, wat de noodzaak van een zorgmachtiging onderstreept.

De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg noodzakelijk is, waaronder medicatietoediening, medische controles en beperkingen in de vrijheid, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. De machtiging geldt tot 23 februari 2027 en is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden vanwege ernstig nadeel door psychische stoornis en het ontbreken van vrijwillige zorgmogelijkheden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444750 / FA RK 26-625
Datum uitspraak: 23 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. S. Köller uit Wijk bij Duurstede.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Köller;
  • mevrouw [persoon 1] , behandelaar (
  • de heer [persoon 2] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige;
  • de heer [persoon 3] , vader van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft op 10 maart 2025 een zorgmachtiging verleend tot en met 10 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het goed met hem gaat. Wel hoort betrokkene nog een keer in de week stemmen. Betrokkene krijgt zijn medicatie middels depot en dit werkt voor hem beter dan orale medicatie. De verzochte zorgmachtiging kan wat betrokkene betreft worden verleend omdat het hem rust en veiligheid geeft.
4.2.
De sociaal psychiatrisch verpleegkundige benoemt dat er een nieuwe zorgverlener voor betrokkene komt. Dit is een verandering die onzekerheden met zich meebrengt waardoor het belangrijk is dat betrokkene stabiel blijft. Ook blijkt er uit ervaring dat betrokkene zonder zorgmachtiging zijn medicatiegebruik staakt en zich gaat onttrekken aan de zorg.
4.3.
De vader van betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat betrokkene soms nog last heeft van stemmen en ’s nachts onrustig is. De vader van betrokkene staat achter de aanvraag voor een zorgmachtiging en hij hoopt dat de zorgmachtiging wordt verleend.
4.4.
De advocaat benoemt dat het verzoek tot zorgmachtiging kan worden toegewezen. In overleg met betrokkene is afgesproken om geen verweer te voeren tegen de verzochte zorgmachtiging.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Bij betrokkene is sprake van een psychotische stoornis in het kader van schizofrenie en een verstandelijke beperking.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat er tijdens een psychotische ontregeling gevaar bestaat op geestelijke uitputting dat leidt tot zorgwekkend en onvoorspelbaar gedrag. Betrokkene voert dan in opdrachten van stemmen uit en heeft paranoïde wanen.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit het verleden is gebleken dat betrokkene zonder zorgmachtiging zijn medicatiegebruik staakt en zich onttrekt aan de zorg. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
23 februari 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 9 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.