ECLI:NL:RBZWB:2026:220

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
C/02/443516 / FA RK 25-6751
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting inbewaringstelling wegens dreigend ernstig nadeel bij verstandelijke beperking en depressie

Betrokkene verblijft sinds 29 december 2025 in een inbewaringstelling in een zorgaccommodatie. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzoekt om voortzetting van deze maatregel voor zes weken. Betrokkene vertoont claimend gedrag en ervaart lichamelijke klachten die zij onderzocht wil hebben, maar kan niet in een open voorziening wonen vanwege haar toestand.

Tijdens de zitting zijn diverse deskundigen gehoord die aangeven dat betrokkene somber en teruggetrokken is, met een patroon van claimend gedrag dat samenhangt met haar verstandelijke beperking en autisme. Er is vooruitgang zichtbaar, maar ontslag zou leiden tot terugval in oud gedrag, sociale isolatie en risico op agressie van anderen. Het woonzorgcomplex waar betrokkene eerder verbleef, kan haar momenteel niet begeleiden vanwege haar gedrag en de afwezigheid van gesloten afdelingen.

De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstige psychische schade en risico op agressie. De voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om dit te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. Betrokkene verzet zich tegen voortzetting, maar de rechtbank wijst het verzoek toe en verleent de machtiging tot 13 februari 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443516 / FA RK 25-6751
Datum uitspraak: 2 januari 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1],
nu verblijvende bij [accommodatie], [adres] te [plaats 2],
advocaat: mr. G.H.M. van Laarhoven uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 december 2025;
  • de brief van betrokkene, door haar aan de rechtbank overhandigd tijdens de zitting.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 januari 2026 in de [accommodatie] te [plaats 2]. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat.
namens [accommodatie]:
- de heer [naam 1], arts verstandelijk gehandicapten;
- mevrouw [naam 2], gedragsdeskundige,
- de heer [naam 3], persoonlijk begeleider van betrokkene.
namens [woonzorgcomplex]:
- mevrouw [naam 4], gedragsdeskundige;
- mevrouw [naam 5], teamleider;
- de heer [naam 6], zorgcoördinator.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in de [accommodatie] te [plaats 2].
2.2.
De burgemeester van de gemeente Roosendaal heeft de inbewaringstelling op 29 december 2025 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene vertelt de rechtbank, samengevat, als volgt. Zij wil niet langer bij [accommodatie] blijven, maar terugkeren naar [woonzorgcomplex] in [plaats 1]. Waar zij nu is, vindt betrokkene het niet fijn. Daarnaast wenst betrokkene dat haar lichamelijke klachten onderzocht worden. Tijdens de zitting heeft betrokkene de rechtbank een brief overhandigd waarin zij dit standpunt bevestigt.
4.2.
Namens [accommodatie] vertellen de arts verstandelijke gehandicapten, de gedragsdeskundige en de persoonlijk begeleider, samengevat, als volgt. Betrokkene is ingetogen, teruggetrokken en somber. Zij loopt doelloos rond, toont geen emoties en zit vast in haar eigen denkpatroon. Zij denkt fysiek ziek te zijn. Volgens betrokkene is dit begonnen met stress en energieblokkades. Zij voelt zich hierin niet serieus genomen. Betrokkene geeft aan ontslagen te willen worden en terug te willen gaan naar waar zij vandaan kwam om een nieuwe start te maken. Het beeld wat betrokkene vertoont wordt vaker gezien bij personen met een verstandelijke handicap en autisme. Inmiddels wil betrokkene weer meer eten en drinken en is zij beter in contact. Er is hierin een kleine vooruitgang zichtbaar. Wanneer betrokkene nu met ontslag zou gaan, zou zij direct vervallen in oud gedrag. Zij zal claimend gedrag laten zien en zich daardoor van anderen vervreemden, wat leidt tot sociale en maatschappelijke teloorgang. Daarnaast bestaat het risico dat anderen fysiek afwerend op betrokkene zullen reageren. Betrokkene en haar netwerk wordt gegund dat zij rust gaan ervaren. Dit is te realiseren door de opname van betrokkene voort te zetten.
4.3.
Namens [woonzorgcomplex] vertellen de gedragsdeskundige, de zorgcoördinator en de teamleider, samengevat, als volgt. Betrokkene woonde sinds een half jaar op de open voorziening. Daar vertoonde zij claimend gedrag naar anderen, ook richting haar familie. Voor het netwerk van betrokkene is dit teveel geworden. Betrokkene deed er alles aan om hulp te zoeken voor zichzelf. Haar claimende gedrag heeft alles te maken met de fysieke klachten van betrokkene. Zij blijft aangeven verder onderzocht te willen worden, terwijl er al verschillende onderzoeken zijn ingezet. Zij kan het niet accepteren als zij niet krijgt wat zij wil. Zo is betrokkene eerder ook weggelopen, is een medebewoner agressief geweest tegen betrokkene en is betrokkene fors afgevallen. Betrokkene laat zien dat zij een uitweg zoekt in haar eigen gedachten. Dit uit zij ook met woorden. Met het huidige gedrag van betrokkene, is haar plaats bij [woonzorgcomplex] niet passend. Wanneer zij nu met ontslag zou gaan, bestaan er grote zorgen dat het niet goed met betrokkene afloopt. Zij zal weer weglopen, haar netwerk opzoeken en claimend gedrag vertonen. Eerder heeft betrokkene laten zien dat zij goed past bij [woonzorgcomplex] en zij aansluiting heeft bij andere groepsgenoten. Op dit moment en met haar huidige toestand is er echter voor betrokkene geen plek binnen de organisatie van [woonzorgcomplex]. De organisatie heeft geen gesloten afdelingen.
4.4.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil niet opgenomen blijven. Zij ziet mogelijkheden om terug te keren naar [woonzorgcomplex]. Volgens betrokkene zien de problemen bovendien niet op haar verstandelijke beperking, maar hebben deze een somatische oorzaak.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene richting anderen claimend gedrag vertoont, omdat zij diverse lichamelijke klachten ervaart. Dit leidt tot maatschappelijke en sociale teloorgang, overbelasting van het steunsysteem en het afroepen van agressie over zichzelf. Daarnaast is betrokkene fors afgevallen door te weinig eten en drinken om zo lichamelijk onderzoek af te dwingen, is zij depressief, heeft zij geuit geen zin meer in het leven te hebben en is zij eerder weggelopen. Er bestaan zorgen dat betrokkene opnieuw weg zal lopen en zij zichzelf iets zou kunnen aandoen.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit de verstandelijke handicap van betrokkene, waarbij betrokkene ook te kampen heeft met een depressieve stoornis.
5.5.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Zij geeft de rechtbank duidelijk te kennen niet langer opgenomen te willen blijven en terug te willen keren naar haar voorziening bij [woonzorgcomplex], terwijl haar opname noodzakelijk is om betrokkene 24-uurs zorg, intensieve begeleiding en toezicht te bieden die zij gelet op haar verstandelijke beperking en zorg- en ondersteuningsbehoeften nodig heeft.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Gebleken is dat betrokkene bij [woonzorgcomplex] niet langer te begeleiden is. De een-op-een-begeleiding die haar daar geboden werd is niet langer toereikend.
5.8.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats];
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 februari 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 16 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.