ECLI:NL:RBZWB:2026:2162

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
11626288 CV EXPL 25-1150 (T)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Luijks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over benoeming deskundige bij geschil over lekkage en huurvermindering bedrijfsruimte

In deze civiele bodemzaak vordert de huurder een huurvermindering wegens lekkages aan het dak van de gehuurde bedrijfsruimte en herstel van gebreken door de verhuurder. Daarnaast vordert zij terugbetaling van onverschuldigde huurpenningen en schadevergoeding voor herstelkosten. De verhuurder betwist de gebreken en vordert in reconventie een verbod op ander gebruik van het gehuurde.

Partijen hebben elk deskundigenrapporten overgelegd, maar verschillen van mening over de aard en omvang van de gebreken. De kantonrechter acht het daarom noodzakelijk een onafhankelijke deskundige te benoemen om de gebreken aan het dak en het plafond te onderzoeken.

Het vonnis bepaalt dat partijen eerst in overleg treden over de keuze van de deskundige en de onderzoeksvragen. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, kunnen zij elk een voorstel doen. De zaak wordt aangehouden tot na het overleg en de indiening van de akten. Dit tussenvonnis is uitgesproken door kantonrechter Luijks op 18 maart 2026.

Uitkomst: De kantonrechter wijst een tussenvonnis toe voor benoeming van een deskundige en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11626288 \ CV EXPL 25-1150
Vonnis van 18 maart 2026
in de zaak van

1.[persoon 1] ,

te [plaats 1] ,
vennoot van de vennootschap onder firma [V.O.F.] ,
2.
[persoon 2],
te [plaats 1] ,
vennoot van de vennootschap onder firma [V.O.F.] ,
3.
[V.O.F.],
te [plaats 2] ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen in vrouwelijk enkelvoud: [partij 1] ,
gemachtigde: mr. N. de Bont,
tegen

1.[persoon 3] ,

te [plaats 3] ,
2.
[persoon 4],
te [plaats 4] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen in vrouwelijk enkelvoud: [partij 2] ,
gemachtigde: mr. A.J.K. Fluit.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 9 juli 2025 en de daarin vermelde stukken;
- de brief van mr. Fluit van 9 januari 2026 met productie 4;
- de mondelinge behandeling van 20 januari 2026.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. De Bont toegelicht dat de dagvaarding op het onderdeel van de eisers zo dient te worden gelezen dat naast de vennoten vermeld als eisers sub 1 en 2 ook de vennootschap onder firma [V.O.F.] als eiseres optreedt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[partij 1] huurt van [partij 2] de bedrijfsruimte aan het [adres] te [plaats 2] .
2.2.
[partij 1] heeft bij [partij 2] geklaagd over lekkages vanuit het dak van het gehuurde. Zij heeft [partij 2] aangeschreven om gebreken aan het dak te verhelpen.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[partij 1] vordert – na vermindering van eis op de mondelinge behandeling – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
- te bepalen dat aan [partij 1] een huurvermindering toekomt met ingang van 1 september 2021 met een percentage van 50% tot het moment dat het dak volledig is hersteld,
- [partij 2] hoofdelijk te veroordelen aan [partij 1] de onverschuldigd betaalde huurpenningen terug te betalen, tot en met februari 2025 zijnde € 62.556,75 inclusief btw, te vermeerderen met rente,
- [partij 2] hoofdelijk te veroordelen opdracht te geven om het dak te herstellen, op straffe van een dwangsom,
- [partij 2] hoofdelijk te veroordelen opdracht te geven om het plafond van de op de begane grond gelegen bedrijfsruimte (de wijnbar) open te maken en te laten onderzoeken op gebreken, gevolgd door herstel van de aangetroffen gebreken, op straffe van een dwangsom,
- [partij 2] hoofdelijk te veroordelen alle andere schade die aan het gehuurde door de lekkage is ontstaan, te herstellen of de kosten daarvan (na met [partij 2] gedeelde offertes) te vergoeden aan [partij 1] ,
- [partij 2] hoofdelijk te veroordelen om te vergoeden aan [partij 1] de schade ter hoogte van € 10.710,00 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente,
- [partij 2] hoofdelijk te veroordelen aan [partij 1] € 4.500,00 te vergoeden vanwege de herstelwerkzaamheden aan de elektrische installatie,
subsidiair:
  • te bepalen dat aan [partij 1] een huurvermindering toekomt met ingang van 1 september 2021, dan wel met ingang van 28 augustus 2022, dan wel met ingang van 15 februari 2023, met 50%, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen percentage over de huurprijzen zoals genoemd in randnummer 37 van de dagvaarding, tot aan het moment dat het dak volledig is hersteld,
  • [partij 2] hoofdelijk te veroordelen aan [partij 1] de onverschuldigd betaalde huurpenningen terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente,
  • [partij 2] hoofdelijk te veroordelen opdracht te geven om het dak te herstellen, op straffe van een dwangsom,
  • [partij 2] hoofdelijk te veroordelen opdracht te geven om het plafond van de op de begane grond gelegen bedrijfsruimte (de wijnbar) open te maken en te laten onderzoeken op gebreken, gevolgd door herstel van de aangetroffen gebreken, op straffe van een dwangsom,
  • [partij 2] hoofdelijk te veroordelen alle andere schade die aan het gehuurde door de lekkage is ontstaan, te herstellen of de kosten daarvan (na met [partij 2] gedeelde offertes) te vergoeden aan [partij 1] ,
  • [partij 2] hoofdelijk te veroordelen om te vergoeden aan [partij 1] de schade ter hoogte van € 10.710,00 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente,
  • [partij 2] hoofdelijk te veroordelen aan [partij 1] € 4.500,00 te vergoeden vanwege de herstelwerkzaamheden aan de elektrische installatie,
primair en subsidiair:
- [partij 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling in de kosten van dit geding.
3.2.
[partij 2] voert verweer.
in reconventie
3.3.
[partij 2] vordert bij vonnis [partij 1] te verbieden het gehuurde te gebruiken voor activiteiten anders dan de exploitatie van een wijnbar, zoals de exploitatie van een hotel of bed and breakfast, met veroordeling van [partij 1] tot vergoeding van de kosten van de procedure.
3.4.
[partij 1] voert verweer.
in conventie en in reconventie
3.5.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
[partij 1] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat het dak van het gehuurde gebreken heeft. [partij 2] betwist dat. Partijen hebben ieder voor zich hun standpunten gemotiveerd toegelicht aan de hand van rapporten van door hen ingeschakelde deskundigen. De kantonrechter oordeelt het zinvol een deskundige te benoemen om een onderzoek te doen naar de door [partij 1] gestelde gebreken.
4.2.
Partijen krijgen de gelegenheid eerst met elkaar in overleg te treden om overeenstemming te bereiken over de persoon van de deskundige en over de aan de deskundige voor te leggen vragen. De kantonrechter zal de zaak verwijzen naar de rolzitting van woensdag 15 april 2026 voor [partij 1] om zich bij akte uit te laten. In die akte dient [partij 1] zich uit te laten of er overeenstemming is over de persoon van de deskundige en zo ja, wie dat is, alsmede of er overeenstemming is over de voor te leggen vragen en zo ja, welke vragen dat dan zijn. Indien er geen overeenstemming is over de vragen, kan [partij 1] in de akte een voorstel doen voor vragen aan een deskundige.
4.3.
[partij 2] zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om bij antwoordakte te reageren op de akte van [partij 1] . Indien er geen overeenstemming is over de vragen aan de deskundige, kan [partij 2] in de antwoordakte een voorstel doen voor vragen.
4.4.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
in reconventie
4.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 15 april 2026 om 09:00 uurvoor het nemen van een akte door [partij 1] over wat is vermeld in rechtsoverweging 4.2, waarna [partij 2] op de rol van twee weken daarna een antwoordakte kan nemen,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan,
in reconventie
5.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Luijks en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.