Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties 1 t/m 4,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten op 17 februari 2023 een overeenkomst voor levering en montage van 19 kunststof kozijnen tegen een totaalprijs van €57.762,00 inclusief btw. De gedaagde betaalde de laatste factuur van 6 november 2023 niet volledig en betwistte de hoogte van het openstaande bedrag en de verrekening van minderwerk.
De eiser vordert betaling van €5.310,68, bestaande uit hoofdsom, wettelijke rente en incassokosten, terwijl de gedaagde een hogere verrekening van minderwerk en afwijzing van rente en incassokosten betoogt. De kantonrechter stelt vast dat het openstaande bedrag €5.776,20 bedraagt, verminderd met gecrediteerde posten, en bepaalt het minderwerk op €1.482,25 inclusief btw.
Hierdoor is de gedaagde nog €3.523,45 verschuldigd. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 15 juni 2024, maar de incassokosten worden afgewezen omdat geen aanmaning conform wettelijke eisen is verstuurd. De tegenvordering van de gedaagde wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.523,45 inclusief btw en wettelijke rente vanaf 15 juni 2024, incassokosten worden afgewezen.