ECLI:NL:RBZWB:2026:2109

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445152 / FA RK 26-859
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens ernstig psychisch nadeel en katatonie

Betrokkene verblijft sinds 17 februari 2026 onder een crisismaatregel in een gespecialiseerde accommodatie. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om deze maatregel met drie weken te verlengen vanwege het risico op ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en psychische schade.

Tijdens de zitting verklaart betrokkene dat zij zich redelijk voelt en graag naar huis wil, maar de arts benadrukt dat voortzetting noodzakelijk is vanwege weigering van medicatie en het risico op verergering van katatonie. De advocaat van betrokkene betwist het nadeelcriterium en pleit voor afwijzing.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt door een paranoïde psychotisch toestandsbeeld met katatone kenmerken. De toegewezen verplichte zorg omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. De machtiging wordt voor drie weken verlengd, met het oog op veiligheid en herstel.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor betrokkene voor drie weken wegens ernstig psychisch nadeel en katatonie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445152 / FA RK 26-859
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. J.J. Bronsveld uit Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Bronsveld;
  • mevrouw [persoon 1] , arts.
De zitting vond tevens plaats in aanwezigheid van een psychiater, coassistent, [persoon 2] en twee verpleegkundigen.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Bergen op Zoom heeft de crisismaatregel op 17 februari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het redelijk met haar gaat. Betrokkene moet nog herstellen en zij heeft hiervoor fysiotherapie nodig. Ook geeft betrokkene aan graag naar huis te willen omdat zij met haar kinderen naar het kinderziekenhuis moet. Verder benoemt betrokkene dat zij lorazepam liever niet inneemt.
4.2.
De arts verklaart dat betrokkene in eerste instantie vrijwillig was opgenomen. Een crisismaatregel was noodzakelijk omdat betrokkene de inname van lorazepam weigert. Het is noodzakelijk dat betrokkene antipsychotica inneemt vanwege de katatonie en het onderzoeken van het neurologische beeld. Zonder voortzetting van de crisismaatregel zal betrokkene stoppen met het innemen van haar antipsychotica. De katatonie van betrokkene zal dan verergeren en betrokkene zal niet veilig naar huis kunnen. Ook is betrokkene gekend met epilepsie en zal onderzocht worden of er door de epilepsie schade in de hersenen is ontstaan.
4.3.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene geeft aan vrijwillig te willen blijven en enkel te willen kijken hoe het thuis is. Dat betrokkene aangeeft naar huis te willen heeft te maken met de onrust die een crisismaatregel met zich meebrengt. Ook kan de advocaat uit het dossier niet opmaken dat betrokkene haar medicatie niet gebruikt waardoor niet wordt voldaan aan het nadeelcriterium.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene achterdochtig is naar haar partner en begeleiding. Betrokkene is ervan overtuigd dat zij gevaar loopt en dat anderen het slecht met haar voor hebben. Ook reageert betrokkene soms plotseling erg impulsief en vijandig en fysiek dreigend naar de begeleiding.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en neurocognitieve stoornissen. Bij betrokkene is sprake van paranoïde psychotisch toestandsbeeld met ook kenmerken van katatonie/katatone opwinding.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene geeft aan naar huis te willen en verzet zich tegen de inname van antipsychotica.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
13 maart 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 6 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.