ECLI:NL:RBZWB:2026:2108

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445151 / FA RK 26-858
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van den Beld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel bij maniform beeld met psychotische kenmerken en decorumverlies

Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een zorgaccommodatie na een afgifte door de burgemeester. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel met verplichte zorg zoals medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname.

Betrokkene stelt zich stabiel te voelen en wil medicatie staken, maar de afdelingsarts rapporteert een maniform beeld met psychotische kenmerken, decorumverlies en wisselend medicatiegebruik. Er is sprake van agressief gedrag en gevaar voor zichzelf en anderen.

De rechtbank concludeert dat er onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat door psychische stoornissen en agressie, en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken. Daarom wordt de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken verleend, met specifieke vormen van verplichte zorg, ondanks het verzet van betrokkene.

De beschikking is mondeling gegeven op 20 februari 2026 en schriftelijk op 26 februari 2026 vastgesteld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorg ondanks het verzet van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445151 / FA RK 26-858
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
onbekende woonplaats,
verblijvende in de [accommodatie] aan [adres] ,
advocaat mr. T. Geerdink uit Borne.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 februari 2026.
1.2.
De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 20 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevr. [persoon 1] , afdelingsarts.
1.3.
Aanwezig, maar niet gehoord, zijn dhr. [persoon 2] en dhr. [persoon 3] , verpleegkundigen.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Bergen op Zoom heeft de crisismaatregel op 17 februari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft, samengevat, aan dat het op dit moment goed met haar gaat. Ze woonde eerst in een huis in [plaats] met vreemde mensen. Ze is haar sleutels kwijtgeraakt en daarom op straat gaan zoeken. Ze herinnert zich niet alles meer van de periode kort voorafgaand aan haar opname. Betrokkene geeft aan dat ze de medicatie niet meer nodig heeft. Ze voelt zich heel stabiel en wil teruggaan naar Roemenië.
4.2.
De afdelingsarts verklaart, samengevat, dat betrokkene een paar dagen is opgenomen. Betrokkene vertoont een maniform beeld met psychotische kenmerken en decorumverlies. Ze kan vanuit het niets heel boos worden. Soms wil ze haar medicijnen innemen, soms niet en het is ook niet altijd zeker dat ze haar medicatie daadwerkelijk inneemt. Er wordt een kwetsbare vrouw gezien die hulp nodig heeft. Er is nog tijd nodig om betrokkene te stabiliseren. Gezien deze situatie ondersteunt de afdelingsarts het verzoek.
4.3.
De advocaat geeft aan dat in 2023 een vergelijkbare situatie speelde, waarbij de rechtbank het verzoek toen heeft afgewezen. De huidige situatie is vergelijkbaar en de vraag is of er een verlenging van de crisismaatregel moet zijn. De advocaat stelt dat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking. Betrokkene is wegens agressie in het weekend uit de woning gezet. Zij liep verward op straat en klampte mensen aan. Betrokkene viel daarna meerdere malen politieagenten aan, op straat en op het politiebureau. Ook op de afdeling heeft ze meerdere mensen van het zorgpersoneel aangevallen.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Er is sprake van een manisch beeld met psychotische kenmerken en decorumverlies.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
5.6.1.
De verplichte vormen van zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’, ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’, ‘onderzoek aan kleding of lichaam’, ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’ en ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ zal de rechtbank niet in de machtiging overnemen, omdat de behandelaar heeft verklaard dat dit voor betrokkene niet nodig is.
5.7.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Zij geeft aan dat zij zich stabiel voelt en de medicatie niet langer nodig heeft. Nu stoppen met de medicatie is echter te vroeg, betrokkene moet eerst verder stabiliseren.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, voor de verzochte duur van drie weken.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 maart 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr. Van den Beld, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken, griffier en op schrift gesteld op 26 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.