ECLI:NL:RBZWB:2026:2102

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444619 / FA RK 26-555
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek second opinion onafhankelijk psychiater bij zorgmachtiging

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 20 februari 2026 een rekestprocedure betreffende een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1995. De officier van justitie verzocht om verlenging van de zorgmachtiging voor twaalf maanden. Betrokkene gaf aan het goed te hebben, maar had nog geen gesprek gehad met een onafhankelijk psychiater en wenste dit alsnog.

Tijdens de zitting verklaarde een verpleegkundige dat betrokkene het goed maakt, maar zich verzet tegen depotmedicatie en zonder zorgmachtiging geen medicatie wil innemen. De advocaat van betrokkene verzocht primair afwijzing van het verzoek tot verlenging, subsidiair om een second opinion vanwege het ontbreken van een gesprek met een onafhankelijk psychiater.

De rechtbank oordeelde dat onvoldoende informatie beschikbaar was om te beslissen over het verzoek tot verlenging, omdat het onduidelijk was of betrokkene vrijwillig behandeld kon worden. Daarom werd het verzoek om een second opinion toegewezen. De rechtbank bepaalde dat een onafhankelijk psychiater binnen drie weken met betrokkene moet spreken en een nieuwe medische verklaring moet opstellen, waarna een nieuwe zitting zal plaatsvinden.

De beslissing werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter De Beer, met griffier Willemsen aanwezig. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Verzoek om second opinion wordt toegewezen en beslissing op verlenging zorgmachtiging wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444619 / FA RK 26-555
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. P.R. Klaver uit Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Klaver;
- [persoon] , verpleegkundige.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 13 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene verklaart tijdens de zitting dat het goed met hem gaat en hij het naar zijn zin heeft in de BW. Betrokkene geeft aan geen onafhankelijk psychiater te hebben gesproken en dat alsnog graag te willen doen. Betrokkene verzoekt daarom om een second opinion.
4.2.
De verpleegkundige geeft tijdens de zitting aan dat het goed gaat met betrokkene. De verpleegkundige heeft geregeld gesprekken met betrokkene maar hij verzet zich tegen depotmedicatie. Betrokkene geeft aan zonder zorgmachtiging geen medicatie te willen nemen. De verpleegkundige heeft met betrokkene gesproken over wat de onafhankelijk psychiater over zijn bezoek in de medische verklaring heeft geschreven. Ook bij haar geeft betrokkene aan dat de onafhankelijk psychiater niet langs is geweest en hij wel graag met een onafhankelijk psychiater wil spreken. De verpleegkundige verklaart dat als betrokkene aangeeft met iemand te willen praten hij dit ook echt wil.
4.3.
De advocaat verzoekt primair om afwijzing van het verzoek. Het gaat goed met betrokkene en betrokkene is bereid om zijn behandeling vrijwillig voort te zetten. Subsidiair verzoekt de advocaat om een second opinion omdat betrokkene aangeeft geen onafhankelijk psychiater te hebben gesproken en wel een onafhankelijk psychiater te willen spreken.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank staat voor de vraag of zij genoeg geïnformeerd is om op het verzoek te kunnen beslissen. Naar oordeel van de rechtbank is dit niet het geval. Betrokkene verklaart niet met een onafhankelijk psychiater te hebben gesproken en dat alsnog graag te willen doen. Het is de rechtbank nu onvoldoende duidelijk of behandeling op vrijwillige basis kan worden voortgezet. Het verzoek voor een second opinion wordt daarom toegewezen. Een onafhankelijk psychiater dient daarom binnen drie weken met betrokkene te hebben gesproken waarna door de rechtbank een nieuwe zitting zal worden ingepland. De rechtbank ontvangt uiterlijk 13 maart 2026 van de onafhankelijk psychiater een nieuwe medische verklaring.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
houdt de beslissing op het verzoek aan, in afwachting van de door de onafhankelijk psychiater opgestelde medische verklaring;
6.2.
bepaalt dat de griffier van de rechtbank een afschrift van deze beschikking toezendt aan alle betrokken partijen in deze zaak;
6.3.
bepaalt dat de onafhankelijk psychiater een schriftelijk en ondertekend bericht zal inleveren ter griffie van deze rechtbank
uiterlijk op 13 maart 2026;
6.4.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 3 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.