ECLI:NL:RBZWB:2026:2085

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
22 maart 2026
Zaaknummer
C/02/443849 / JE RK 26-40
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling door ouderlijke spanningen

De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 19 februari 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds 7 maart 2025 onder toezicht staat van de gecertificeerde instelling (GI). De minderjarige groeit op in een gezin waar langdurige spanningen tussen de ouders zijn, met boosheid, agressie en bedreigingen van de vader richting de moeder, wat de emotionele veiligheid van het kind aantast.

De GI verzoekt verlenging omdat de hulpverlening nog moet starten en er risico is dat zonder ondertoezichtstelling de noodzakelijke hulp niet goed van de grond komt. De moeder werkt mee en ziet de verlenging als een manier om rust en veiligheid voor het kind te waarborgen. De vader stemt schriftelijk in, maar er is nog onvoldoende zicht op zijn opvoedvaardigheden, mede omdat hij nog geen eigen woonruimte heeft.

De kinderrechter stelt vast dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat de ouders niet zelfstandig in staat zijn deze bedreiging weg te nemen. De moeder biedt een stabiele basis, maar ervaart stress en wantrouwen richting de vader. De vader volgt een behandeling voor emotieregulatie, maar de samenwerking tussen ouders is onvoldoende hersteld. Daarom is verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om de hulpverlening te kunnen starten en de veiligheid van het kind te waarborgen.

De GI krijgt de opdracht om regie te voeren over de hulpverlening, die gericht is op het versterken van de emotionele veiligheid van het kind en het verbeteren van de communicatie tussen ouders. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt direct. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt met een jaar verlengd vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling door spanningen tussen ouders.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/443849 / JE RK 26-40
Datum uitspraak: 19 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder,
  • een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
Hoewel correct opgeroepen, is (met schriftelijke afmelding) de vader niet verschenen.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
Bij beschikking van 7 maart 2025 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar, te weten tot 7 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft tijdens de zitting het verzoek. Volgens de GI heeft [minderjarige] last gehad van de spanningen tussen zijn ouders. Het is belangrijk dat hij hulp krijgt om hierover te kunnen praten en zijn gevoelens kwijt te kunnen bijvoorbeeld via gesprekken of speltherapie. Volgens de GI verloopt de samenwerking tussen de ouders moeilijk. Daarom is begeleiding nodig om te zorgen dat zij ieder op hun eigen manier opvoeden zonder dat [minderjarige] daar last van heeft. Het vertrouwen tussen de ouders is laag en dat maakt het lastig om goede afspraken te maken. De moeder heeft zorgen geuit over de opvoeding bij de vader vooral over zijn omgaan met emoties en boosheid. De GI geeft aan dat de vader hiervoor een behandeling volgt en dat hij hieraan goed mee werkt. De signalen die de GI hierover krijgt zijn positief. Toch heeft de GI nog te weinig zicht op hoe de vader [minderjarige] opvoedt. Daarom wil de GI dit verder onderzoeken onder andere door te kijken of vader “goed genoeg ouderschap” kan bieden. De GI vindt dat deze stappen alleen goed gezet kunnen worden binnen een ondertoezichtstelling. De hulpverlening is nog niet gestart en zal naar verwachting begin april beginnen bij [hulpverlening] . Zonder ondertoezichtstelling is er volgens de GI een risico dat de hulp niet goed van de grond komt.
4.2.
De moeder geeft tijdens de zitting aan dat zij wil meewerken aan de ondertoezichtstelling en dat zij een verlenging hiervan ziet als een manier om vertrouwen op te bouwen en [minderjarige] de rust en veiligheid te geven die hij nodig heeft. Volgens de moeder gaat het op dit moment beter met haar en met [minderjarige] . De scheiding met de vader is bijna afgerond en dat geeft rust. [minderjarige] heeft het moeilijk gehad aan het begin van het schooljaar maar nu gaat het weer beter met hem. Toch merkt moeder dat [minderjarige] last heeft gehad van de spanningen tussen zijn ouders. De moeder maakt zich zorgen over de situatie bij de vader vooral over hoe hij met boosheid en emoties omgaat. Zij wil voorkomen dat [minderjarige] daar schade van ondervindt. Haar wens is dat [minderjarige] veilig kan opgroeien en zo min mogelijk wordt belast door conflicten. In de toekomst hoopt zij dat het contact met de vader rustig en respectvol kan verlopen ook al zal het contact niet vriendschappelijk zijn. Tot slot merkt de moeder op dat zij akkoord is met de hulp voor [minderjarige] en de begeleiding voor beide ouders. Eerder heeft de moeder hulp heeft gehad en deze behandeling is al een tijd geleden afgerond. Ook vindt de moeder het belangrijk dat de zorgen over beide ouders eerlijk en evenwichtig worden benoemd in het gezinsplan.
4.3.
De vader heeft de kinderrechter schriftelijk bericht dat hij akkoord is met de ondertoezichtstelling en dat hij zich zal inzetten voor de doelen zoals die zijn genoemd in het veranderplan. De vader betreurt het dat er nog geen resultaten zijn van over Goed Genoeg Ouderschap. Volgens de vader heeft hij een positieve terugkoppeling gehad in de gesprekken met de GI over zijn opvoedvaardigheden en werd er geen aanleiding gezien voor verdere consulten. De vader merkt hierover nog op dat als het Goed Genoeg Ouderschap pas vastgesteld kan worden als hij een eigen woonruimte heeft dat dit nog tot september 2026 kan duren. Eerder zal de vader nog geen eigen woonruimte hebben. Verder geeft de vader aan dat hij leuke dingen onderneemt met [minderjarige] als hij de zorg over hem heeft. De contacten met [minderjarige] verlopen goed en zijn erg prettig volgens de vader.

5.De beoordeling

Wettelijk kader
5.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW Pro kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
De beoordeling
5.3.
Op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat het verzoek van de GI dient te worden toegewezen nu voldaan wordt aan de wettelijke criteria zoals hierboven vermeld. Dit betekent dat het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling zal worden toegewezen voor de duur van een jaar. De kinderrechter zal deze beslissing hierna toelichten.
5.4.
De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] groeit op in een situatie waarin al lange tijd sprake is van spanningen tussen zijn ouders. [minderjarige] is getuige geweest van boosheid, agressie en bedreigingen van de vader richting de moeder. Dit heeft zijn gevoel van veiligheid aangetast en zorgt voor angst en onzekerheid. Het is de kinderrechter verder gebleken dat [minderjarige] nog signalen laat zien van emotionele overbelasting. Hij heeft moeite met afscheid nemen van zijn moeder, is gevoelig voor veranderingen en is bang voor ruzie tussen zijn ouders. Hoewel hij zich op school en sociaal gezien redelijk ontwikkelt, is duidelijk dat hij meer ondersteuning nodig heeft om met deze spanningen om te gaan. Verder stelt de kinderrechter vast dat de communicatie tussen de ouders minimaal is en dat er geen gezamenlijke afstemming over de opvoeding is.
5.5.
De kinderrechter is van oordeel dat de ouders op dit moment nog niet in staat zijn om de ontwikkelingsbedreiging zelfstandig weg te nemen. Eerdere hulpverlening in een vrijwillig kader heeft onvoldoende effect gehad en is vastgelopen. De kinderrechter constateert dat de moeder [minderjarige] een stabiele en veilige basis biedt en dat er geen zorgen zijn over haar opvoedvaardigheden. Tegelijkertijd ervaart de moeder veel stress en maakt zij zich zorgen over de situatie bij vader waardoor het onderlinge vertrouwen ontbreekt. De
vader volgt behandeling voor emotieregulatie en werkt mee aan toezicht maar er is nog onvoldoende zicht op zijn opvoedvaardigheden in de praktijk. De samenwerking tussen de ouders is onvoldoende hersteld om nu zonder regie van de GI verder te kunnen. Zonder ondertoezichtstelling bestaat het risico dat noodzakelijke hulpverlening niet wordt ingezet of voortijdig stopt. De kinderrechter acht een verlenging van de ondertoezichtstelling daarom noodzakelijk.
5.6.
De kinderrechter geeft aan de GI mee dat het nodig is dat [minderjarige] individuele hulp krijgt om de spanningen te verwerken en zijn emotionele veiligheid te versterken. Daarnaast moet hulpverlening worden ingezet voor de ouders gericht op verbetering van de communicatie en het vormgeven van parallel ouderschap. De GI dient het ouderschap van de vader verder in kaart te brengen en toe te zien op zijn betrokkenheid bij de opvoeding en school. De GI krijgt de opdracht om actief regie te voeren, de hulpverlening te starten en te bewaken en te zorgen dat de belangen en veiligheid van [minderjarige] centraal blijven staan.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.8.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar, te weten met ingang van 7 maart 2026 en tot 7 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier, en op schrift gesteld op 5 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.