ECLI:NL:RBZWB:2026:2082

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
22 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444405 / JE RK 26-146
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Gessel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen wegens voortdurende ouderstrijd en noodzaak hulpverlening

De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 19 februari 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2014 en 2016, op verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de aanhoudende conflicten tussen hen vormen een ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen.

De GI heeft zich gericht op het vormgeven van solo parallel ouderschap, waarbij ouders hun opvoedingssituatie loslaten en afspraken op papier worden vastgelegd om rust en duidelijkheid te creëren. De hulpverlening aan de minderjarigen, geïndiceerd door de GI, zal spoedig starten na een intake op 22 januari 2026. Zowel de vader als de moeder stemmen in met het verlengingsverzoek en de gekozen aanpak.

De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld, omdat de hulpverlening noodzakelijk is om de ontwikkeling van de kinderen te monitoren en de afspraken rond parallel ouderschap te ondersteunen. De ondertoezichtstelling wordt verlengd voor zes maanden, met ingang van 28 februari 2026 tot 28 augustus 2026, en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt verlengd met zes maanden vanwege aanhoudende ouderlijke conflicten en de noodzaak van hulpverlening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444405 / JE RK 26-146
Datum uitspraak: 19 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 28 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
Namens de GI is naar voren gebracht dat de afgelopen periode is ingezet op solo parallel ouderschap. Na de beslissing over toewijzing van de gezamenlijke woning was de verwachting dat de situatie wat meer tot rust zou komen. Dat is echter niet gebeurd waardoor de GI meer op de voorgrond moest treden. Binnen nu en een half jaar verwacht de GI de noodzakelijke afspraken voor het uitvoeren van solo parallel ouderschap op schrift te hebben gesteld. De hulpverlening van [hulpverlening] voor de minderjarigen zal spoedig starten. De intake heeft op 22 januari 2026 plaatsgevonden en de financiering is rond. De GI handhaaft haar verzoek, waarbij zij opmerkt dat hulpverlening na het afsluiten van de ondertoezichtstelling in een vrijwillig kader verder kan gaan.
4.2.
De vader stemt in met het verzoek van de GI. De vader betreurt het dat communicatie met de moeder over de minderjarigen niet mogelijk is. De vader heeft zich erbij neergelegd dat dat niet meer gaat veranderen en stemt in met de koers van de GI om solo parallel ouderschap in te zetten.
4.3.
De moeder heeft verklaard dat er afspraken op papier moeten worden gezet zodat er rust en duidelijkheid zal komen, waarbij zo min mogelijk communicatie nodig is. De moeder hoopt dat de minderjarigen een vertrouwensband op kunnen bouwen met de nog aan te stellen coach. Zij moeten hulp krijgen en sterker worden gemaakt. De moeder betreurt de noodzaak van solo parallel ouderschap, maar stemt daar mee in.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
In de afgelopen periode heeft de GI zich in het kader van de hulpverlening gericht op het vormgeven van parallel ouderschap. Het kost de ouders de nodige moeite om dit principe toe te passen. De ouders moeten leren om elkaar en elkaars opvoedingssituatie los te laten. De komende periode zal worden benut om de basisafspraken die nodig zijn voor het uitvoeren van solo parallel ouderschap vast te leggen. De GI is al geruime tijd betrokken en het moment zal komen dat de GI zich wat meer terug zal gaan trekken. De verantwoordelijkheid om in het belang van de minderjarigen te handelen zal in de komende periode weer bij de ouders worden belegd.
De ontwikkelingsbedreiging van de minderjarigen is momenteel nog altijd aanwezig omdat de ouderstrijd blijft voortduren. Hun hoofd zit vol en dit heeft zijn weerslag op hun schoolprestaties. Zij komen moeilijk tot leren en ook kampen zij met concentratieproblemen. De GI heeft hulpverlening geïndiceerd en acht de inzet van [hulpverlening] van belang zodat zij op een neutrale plek hun verhaal kunnen vertellen. Na enige vertraging heeft de intake plaatsgevonden zal deze hulpverlening naar verwachting spoedig van start gaan. Een ondertoezichtstelling blijft noodzakelijk om:
- De benodigde hulpverlening voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op te starten en te monitoren of deze
hulpverlening voldoende toereikend is.
- Zicht te behouden op de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
- Afspraken te maken met ouders in het kader van parallel ouderschap en te monitoren of er hiermee meer rust gaat komen voor alle betrokkenen en het ouders dus gaat lukken om vast te houden aan de gedachtegang van parallel ouderschap.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van zes maanden.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 28 februari 2026 tot 28 augustus 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 door mr Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van Rozendaal als griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.