ECLI:NL:RBZWB:2026:208
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging of verklaring van erfrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 20 januari 2026 uitspraak gedaan over het beroep van belanghebbende tegen een aanslag erfbelasting. Het beroep is ingediend door een gesteld gemachtigde, die echter geen machtiging of verklaring van erfrecht heeft overgelegd waaruit blijkt dat zij bevoegd is om namens belanghebbende op te treden.
De rechtbank heeft de gemachtigde verzocht dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar dit is niet gebeurd. Er is geen verontschuldiging voor het ontbreken van de benodigde documenten gegeven. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk heeft beoordeeld en het bestreden besluit in stand blijft.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na bekendmaking van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging of verklaring van erfrecht, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.