ECLI:NL:RBZWB:2026:2074

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
21 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445017 / FA RK 26-778
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:11 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgmachtiging met verplichte opname en bewegingsbeperking bij chronische schizofrenie

Betrokkene, geboren in 1982, heeft een zorgmachtiging voor verplichte zorg vanwege chronische paranoïde schizofrenie. De rechtbank beoordeelt een verzoek van de officier van justitie tot wijziging van deze machtiging, waarbij aanvullende vormen van verplichte zorg worden gevraagd: het beperken van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie.

Betrokkene verzet zich tegen opname en medicatie, stelt dat het goed met hem gaat en vreest negatieve gevolgen van medicatie. De behandelaars benadrukken echter het ontbreken van ziekte-inzicht, het risico op onveilige situaties door zijn wanen en het belang van opname voor het instellen van depotmedicatie. Er is overeenstemming over de medicatie, maar nog niet over de dosering.

De rechtbank constateert een (dreigende) noodsituatie en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De gevraagde wijziging is proportioneel en noodzakelijk om betrokkene en zijn omgeving te beschermen. De machtiging wordt daarom gewijzigd met de aanvullende zorgvormen, geldig tot 26 november 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgmachtiging door toevoeging van verplichte opname en bewegingsbeperking tot 26 november 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445017 / FA RK 26-778
Datum uitspraak: 18 februari 2026
Nadere beschikking wijziging zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
momenteel verblijvend in [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer uit Middelburg.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
- de beschikking van 16 februari 2026 en alle daarin genoemde stukken.
1.2.
De zitting met gesloten deuren is voortgezet op 18 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1] , verpleegkundig specialist.
Aanwezig, maar niet gehoord is:
- mevrouw [persoon 2] , arts.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 26 november 2026 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 26 november 2026, en met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
2.2.
Bij beschikking van 16 februari 2026 is de zorgmachtiging die op 26 november 2026 is verleend voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] , gewijzigd, wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.6. van die beschikking staan kunnen worden toegepast. Tevens is bepaald dat de machtiging geldt tot en met 18 februari 2026 voor wat betreft de zorgvormen ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘het opnemen in een accommodatie’ en tot en met 26 november 2026 voor wat betreft de overige zorgvormen. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die bij beschikking van 26 november 2026 voor betrokkene is afgegeven, en deze aan te vullen met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het opnemen in een accommodatie.
3.2.
Momenteel ligt bovenstaand verzoek nog voor met ingang van 19 februari 2026 en tot en met 26 november 2026.

4.De standpunten

4.1.
Door betrokkene is gesteld dat hij niet opgenomen wil worden. Het gaat goed met hem en hij is bezig met de opstart van zijn bedrijf. Hij is consultant en hij kan hier niet zomaar mee stoppen, omdat hij in opname zit. Er wordt gesteld dat het niet goed zou gaat met betrokkene en dat hij teveel stress heeft, maar dit ervaart hij zelf niet zo. Het klopt dat betrokkene vrij snel geagiteerd kan raken, maar dat komt omdat de adrenaline in zijn lichaam snel aanmaakt. Zijn dopamine en noradrenaline zijn aan de lage kant en betrokkene is bang dat dit slechter gaat worden als hij meer medicatie moet nemen. Gisteren heeft er een gesprek plaatsgevonden en iedereen is het eens dat er andere medicatie voorgeschreven moet worden, te weten paliperidon. Echter is er nog geen consensus over de dosering. Betrokkene vreest dat hij dan niet meer normaal kan functioneren, zijn rijbewijs kwijtraakt en een kasplantje wordt. Hij begrijpt niet dat er sprake zou zijn van ernstig nadeel, want dit is er niet.
4.2.
De advocaat heeft gesteld dat betrokkene en het FACT overeenstemming hebben bereikt over de medicatie. Echter zijn ze het nog niet eens over de dosering van deze medicatie. Betrokkene wil de medicatie echter wel innemen in een ambulant kader. Hij voelt zich thuis prettiger dan op de opnameafdeling. Het verzoek dient dan ook te worden afgewezen.
4.3.
De verpleegkundig specialist heeft gesteld dat er inderdaad sprake is van overeenstemming over de concrete medicatie, maar nog niet over de dosering van deze medicatie. Echter is het met deze medicatie noodzakelijk dat betrokkene hierop wordt ingesteld tijdens een opname. Dit kan niet in een ambulant kader. De eerste drie weken zal betrokkene de medicatie oraal moeten nemen. Na die drie weken wordt de dosis verhoogd voor drie weken. Daarna wordt er afhankelijk van het toestandsbeeld van betrokkene over gegaan op depotmedicatie. Er worden geen bijwerkingen verwacht van deze medicatie. Er wordt al lange tijd geprobeerd om de psychotische belevingen te verminderen, maar dit lukt niet met orale medicatie, omdat betrokkene steeds stopt met het innemen ervan. Er is dus depotmedicatie nodig. Als betrokkene de medicatie goed verdraagt, kan het depot zelfs drie tot zes maandelijks worden toegediend, waardoor betrokkene zo min mogelijk last van [accommodatie] heeft. Er is bij betrokkene sprake van een stoornis en van ernstig nadeel. Betrokkene heeft bijvoorbeeld uit angst sloten in huis laten plaatsen, hij komt veelvuldig bij de politie, hij veroorzaakt overlast en roept agressie over hem af. Ook is er sprake van onvrijwilligheid. Om bovenstaande redenen dient het verzoek te worden toegewezen.

5.De verdere beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde wijziging van de zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Op grond van artikel 8:11 Wvggz Pro kan de zorgverantwoordelijke, voor zover dit tijdelijk ter afwending van een noodsituatie noodzakelijk is, beslissen tot het verlenen van verplichte zorg waar de crisismaatregel, de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of de zorgmachtiging niet in voorziet. De duur van de tijdelijke verplichte zorg is beperkt tot een periode van maximaal drie dagen, tenzij door geneesheer-directeur de door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging, vergezeld met zijn advies daarover, bij de officier van justitie is ingediend.
5.3.
Uit de stukken en de zitting blijkt dat sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz Pro.
5.4.
Betrokkene is al lange tijd bekend met chronische paranoïde schizofrenie, waarbij hij te maken heeft met chronische, acute ontregelingen en ernstige, aanhoudende wanen en hallucinaties. Het dagelijks leven van betrokkene staat volledig in het teken van deze wanen en hallucinaties. Zo voelt betrokkene zich continu ernstig bedreigd door zijn stiefvader, waardoor hij wil vluchten om aan deze dreigingen te ontsnappen, hij vrijwel de hele dag bezig is om zijn woning te beveiligen en hij constant probeert aan te tonen dat zijn stiefvader kwade bedoelingen met hem heeft. Ook raakt betrokkene veel in conflict met zijn omgeving over zijn wanen. Daarnaast is betrokkene voortdurend erg angstig, waardoor hij onvoorspelbaar, onberekenbaar en oninvoelbaar gedrag vertoont. Betrokkene had anti -psychotische depotmedicatie, maar deze is niet effectief gebleken. Zijn behandelaren willen daarom andere medicatie inzetten voor betrokkene. Inmiddels is er tijdens het gesprek op 17 februari 2026 overeenstemming met betrokkene bereikt over welke medicatie in wordt gezet, maar nog niet over de dosering van deze medicatie. Eerder bleef betrokkene zich verbaal hevig verzetten tegen medicatie en tegen de opname, terwijl opname noodzakelijk is bij het instellen van deze medicatie. Bij zijn verzet vertoonde betrokkene zodanig geladen gedrag dat er onveilige situaties ontstonden, met het risico op fysieke agressie vanwege de verstoorde impulscontrole van betrokkene en de omstandigheid dat zijn gedrag bijna volledig wordt gestuurd vanuit zijn paranoïde wanen. De rechtbank ziet dat er daarom is overgegaan tot de inzet van tijdelijke verplichte zorg waar de zorgmachtiging niet in voorziet.
5.5.
Om deze (dreigende) noodsituatie af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene beschikt niet over ziektebesef en -inzicht, ontkent de psychoses en is volledig overtuigd van zijn eigen verhaal, inclusief de wanen en hallucinaties. Daarbij wil betrokkene niet langer in [accommodatie] opgenomen verblijven.
5.7.
Daarom zijn de volgende vormen van verplichte zorg ook na de toegepaste tijdelijke verplichte zorg aanvullend nodig:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het opnemen in een accommodatie.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de hierna genoemde vormen van verplichte zorg gelden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- het opnemen in een accommodatie.
Deze vormen van verplichte zorg gelden voor de resterende duur van de zorgmachtiging.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijzigt de zorgmachtiging die op 26 november 2025 is verleend voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.9. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat de machtiging geldt tot en met
26 november 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 26 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.