ECLI:NL:RBZWB:2026:2069

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
21 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444903 / FA RK 26-715
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang (Wzd)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens gedragsproblemen door frontotemporale dementie

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene voor de duur van zes maanden. Betrokkene, gediagnosticeerd met bvFTD, verzet zich tegen opname en stelt dat het goed met hem gaat. Diverse familieleden en de casemanager geven aan dat betrokkene ernstige gedragsproblemen vertoont, waaronder agressie, suïcidedreigingen en onvoorspelbaarheid, wat leidt tot onveilige situaties thuis.

De rechtbank heeft op 18 februari 2026 een zitting met gesloten deuren gehouden waarbij betrokkene, zijn advocaat, casemanager, echtgenote, dochter en zoon zijn gehoord. Uit de verklaringen blijkt dat betrokkene niet medicatietrouw is, dagbesteding zelfstandig stopzet en dat de incidenten steeds ernstiger worden, met onder meer bedreigingen en gevaarlijk gedrag.

De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening (bvFTD) die leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Gezien het ontbreken van ziekte-inzicht en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, is opname noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen.

De rechtbank verleent daarom de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden, ondanks het verzet van betrokkene. De beschikking is op 18 februari 2026 mondeling gegeven en op 26 februari 2026 schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door bvFTD.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444903 / FA RK 26-715
Datum uitspraak: 18 februari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer uit Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1] , casemanager;
  • mevrouw [persoon 2] , echtgenote van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 3] , dochter van betrokkene;
  • de heer [persoon 4] , zoon van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene heeft gesteld dat het goed met hem gaat. Hij kon gewoon nog werken en thuis gaat ook alles goed. Hij begrijpt dan ook niet waarom dit verzoek is gedaan.
3.2.
De advocaat heeft aangevoerd dat er aan alle wettelijke vereisten is voldaan, maar dat betrokkene geen opname wenst en wil dat het verzoek wordt afgewezen. Het steunsysteem is uitgeput en er moet worden voorkomen dat de situatie escaleert.
3.3.
De casemanager heeft gesteld dat er duidelijk te zien is dat betrokkene moeite heeft met gedragsregulatie en empathie. Dit hoort bij het ziektebeeld. Waarschijnlijk speelt deze ziekte al meer dan 20 jaar, maar sinds de diagnose is gesteld in 2025 hebben zich steeds meer incidenten voorgedaan. Betrokkene had bijvoorbeeld een mes meegenomen in het vliegtuig. Hij gaf aan dat hij dit bij zich moest hebben om zichzelf te kunnen verdedigen. Later werd er opnieuw een mes gevonden onder de bank, ook omdat hij zich bedreigd voelde. Ook heeft betrokkene zijn echtgenote bedreigd met neersteken. Medicatie werd door betrokkene niet ingenomen en spoelde hij door het toilet. Dagbesteding is ingezet, maar ook dit heeft betrokkene zelfstandig stopgezet. Ondanks dat er thuisbegeleiding ingezet is, bleven de incidenten voorkomen. Het ziektebeeld is onvoorspelbaar, betrokkene is niet medicatietrouw, hij wil geen dagbesteding, zijn geheugen gaat achteruit, hij wordt steeds meer afhankelijk en er zijn in november ook suïcidedreigingen geweest. Later vertelde hij dat deze dreigingen een grapje waren. Hij kan niet inschatten wat dit soort uitingen met zijn omgeving doen. Er is geen andere optie meer dan het zo snel mogelijk opnemen van betrokkene.
3.4.
De echtgenote heeft gesteld dat de incidenten ernstig zijn. Tijdens een ruzie heeft betrokkene een keer gezegd dat hij haar gaat neersteken. Hiernaast ziet betrokkene dingen die er niet zijn. Hij heeft bijvoorbeeld wel eens gezegd dat hij haar rondjes zag rennen met haar tong uit haar mond en hij is achterdochtig. De echtgenote is door alle incidenten en door het gedrag van betrokkene angstig en slaapt in een aparte kamer met de deur op slot. De echtgenote houdt het bijna niet meer vol thuis.
3.5.
De dochter heeft gesteld dat ze betrokkene steeds meer achteruit ziet gaan. Haar moeder heeft het zwaar met de situatie en haar broer is bang dat hij zijn moeder een keer vindt als hij thuiskomt, omdat betrokkene haar iets heeft aangedaan. De dochter maakt zich grote zorgen om zowel betrokkene, haar moeder als haar broer.
3.6.
De zoon heeft gesteld dat de incidenten steeds ernstiger worden. Betrokkene is bijvoorbeeld een keer met de auto op mensen afgereden, waardoor deze mensen moesten uitwijken. Hij zegt dat dit een grapje is, maar deze mensen waren aangereden geweest als ze niet op tijd waren weg gestapt. Het gaat niet goed in de thuissituatie en hij ziet dat zijn moeder het niet meer volhoudt.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk bvFTD (behavioral variant frontotemporale dementie).
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
Gebleken is dat de stoornis zichtbaar is op meerdere cognitieve domeinen, waaronder achteruitgang van het kortetermijngeheugen, afasie, apraxie en verminderde planning en overzicht. Sinds ongeveer 20 jaar is er sprake van duidelijke persoonlijkheids- en gedragsveranderingen, met nieuwe geloofsovertuigingen, niet meer praten met zijn echtgenote en impulsief en onvoorspelbaar gedrag. Ook is er sprake van suïcidale uitingen en verbaal en non-verbaal agressief gedrag, vooral richting de echtgenote en de zoon. Betrokkene is niet meer in staat om voor zichzelf en zijn woonomgeving te zorgen en de zorgbehoefte neemt toe. Hij heeft voortdurende aansturing en begeleiding nodig, begrijpt instructies vaak niet en neemt geen initiatief. Door het wegvallen van zijn vaste en zeer strakke structuur verwaarloost hij zelfzorg, zoals douchen en eten. Betrokkene laat ernstig probleemgedrag zien, waardoor de echtgenote en de zoon zich structureel onveilig voelen. Betrokkene is onvoorspelbaar, met snelle stemmingswisselingen en herhaalde dreigingen van zelfdoding en geweld richting zijn echtgenote. Betrokkene heeft afgelopen zomer geprobeerd een mes mee te nemen in het vliegtuig en er is een mes gevonden onder een kussen op de bank. De echtgenote leeft in voortdurende angst en is ernstig overbelast. Zij slaapt met de deur op slot en is continu op haar hoede vanwege een structureel gevoel van onveiligheid.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hier consequent verbaal tegen. Hij wil thuis blijven wonen om zijn eigen leven te kunnen blijven leiden en voelt zich bovendien ongemakkelijk bij verzorging door voornamelijk jonge vrouwelijke medewerkers.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Het ziektebesef en ziekte-inzicht ontbreken, betrokkene heeft een progressieve aandoening en hij weigert medicatie en dagbesteding.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
18 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 26 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.